Recensie: Man, vrouw, robot

18 april 2019 , door Emmi Schumacher
| |

Mensen en objecten, het is een lastige combinatie. Sommigen van ons zijn doodsbang voor hyperrealistische poppen (ze leven niet echt… toch?), terwijl anderen geroerd worden door de afscheidswoorden van de Opportunity-rover (maar een machine heeft geen emoties… toch?). In Ian McEwans Machines Like Me (verschijnt medio april) is in een wereld die op cruciale punten net een andere kant op is gegaan dan de onze, de technologie zo ver gevorderd dat robots bijna niet meer van mensen te onderscheiden zijn en zich onder ons mengen. En inderdaad: een lastige combinatie.

Een vreemd soort gezinnetje

Adam, de robot ('artificial human') die de ene helft van die combinatie vormt, is niet de enige van zijn soort. Alan Turing, die in deze versie van Engeland een enorm succesvolle wetenschapper is, heeft voor de doorbraken gezorgd die deze kunstmatige mensen mogelijk maken. De eerste editie bestaat uit twaalf mannelijke robots (die allemaal Adam heten), en dertien vrouwelijke (Eve).

Charlie, een dertiger die de huur betaalt door het kopen en weer verkopen van aandelen, neemt het impulsieve besluit de erfenis van zijn moeder te besteden aan het aanschaffen van een Adam. Miranda, zijn buurvrouw en vriendin, helpt met het installeren van Adams persoonlijkheid, en met z'n drieën vormen ze een vreemd soort gezinnetje. Al snel wordt de dynamiek tussen hen heel ingewikkeld.

'He looked beautiful, even noble. A muscle in his high cheekbone rippled. I saw also that his lower lip was quivering. I waited.
"I could do nothing about this."
Before he started to explain, I knew what was coming. Ridiculous!
"I'm in love with her."
My pulse rate didn't increase, but my heart felt uncomfortable in my chest, as though mishandled and left lying at a rough angle.
I said, "How can you possibly be in love?"
'Please don't insult me.'
But I wanted to. "There must be a problem with your processing units."
He crossed his arms and rested them on the table. Leaning forwards, he spoke softly. "Then there's nothing more to say."'

Meer vragen dan antwoorden

McEwan is in Machines Like Me een stuk meer geïnteresseerd in het opwerpen van vragen dan in het beantwoorden ervan. En met goed recht, want zijn soort complexe vragen zijn veel fascinerender dan eenduidige antwoorden. Als we het hebben over wat een 'artificial human' precies is, hebben we het dan eigenlijk over wat een 'human' precies is? Wat betekenen onze emoties nog als ze perfect gekopieerd kunnen worden door een machine, die we nota bene zelf in elkaar hebben gezet? Is het ooit mogelijk om te begrijpen wat 'bewustzijn' inhoudt? Is Adam 'echt' omdat hij zichzelf als 'echt' beleeft - ook als je bijna letterlijk de radartjes in zijn ogen kunt zien draaien? McEwan is zeker niet de eerste die deze vragen stelt, maar door futuristische technologie te koppelen aan een alledaags leventje in een afgebladderd appartement geeft hij de roman een bijzondere en intrigerende lading.

Charlie is een mens zoals wij ('I lay on my side, seeking a cool corner of the pillow, then on my back with a view of a dappled ceiling that now seemed too close'), maar hij woont samen met een machine die bijna-wij is ('Adam's eyes were open. They were pale blue, flecked with miniscule vertical rods of black… but his blink mechanism had not yet kicked in'). Met zijn stilistische instinct voor detail mengt McEwan het herkenbare met wat voor ons nog steeds een toekomstdroom is, en maakt beide invoelbaar.

Ook speelt hij slim met deze alternatieve werkelijkheid, en dat roept ook weer vragen op. Zo is John F. Kennedy bijvoorbeeld aan een vroege dood ontsnapt, net als John Lennon ('in our late-summer heatwave, a radio was playing the Beatles, recently regrouped after twelve years apart'). Dat zijn voor ons monumentale gebeurtenissen, defining moments van de twintigste eeuw maar waar deze werkelijkheid uiteindelijk is aangeland, lijkt nogal op waar wij ons momenteel bevinden (robots niet meegerekend). Inflatie, werkloosheid, stijgende criminaliteit en groeiend cynisme, maar ook een bloeiend cultureel leven: komt de mensheid altijd weer op hetzelfde uit, of we nou technologische doorbraken beleven of niet? McEwan laat het de lezer zelf beslissen.

Jammer is wel dat Charlie, als verteller en hoofdpersoon, een stuk minder interessant is dan de wereld om hem heen. Na de beslissing Adam te kopen wordt hij eigenlijk meegevoerd door de gebeurtenissen, zonder er actief aan deel te nemen. Gaandeweg de roman blijkt dat hij zijn hele leven al ronddobbert, maar dat maakt zijn houding niet minder frustrerend. Zelfs als zijn leven op zijn kop staat door niet alleen een mens/robot, maar ook door een traumatisch geheim dat Miranda met zich mee blijkt te dragen, gaat zijn gevoelstemperatuur niet noemenswaardig omhoog. Dan liever een kijkje in Miranda's hoofd, zonder haar door Charlies lens te hoeven zien. Wat, of wie, beheerst haar gedachten als ze niet bij hem is? Of een glimp in het brein van Adam - om er zelf achter te komen hoe anders, of hoe hetzelfde, het daar is.

Emmi Schumacher is anglist en mediastylist. Ze knipt, plakt, schrijft en fotografeert op Emmimeteeni.tumblr.com.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum