Recensie: Overzichtsprimeur van een wetenschapsgebied in bloei

29 januari 2019 , door Robbert Woltering
| | | | |

Over Mohammed en de vroege islam zijn in de afgelopen paar decennia vele boeken verschenen, sommige zeer erudiet, de meeste vooral ideologisch beladen. De maatschappelijke belangstelling en de polarisatie rond de islam in de moderne tijd is daar vanzelfsprekend de belangrijkste oorzaak van. Daardoor is bij elke publicatie over dit onderwerp altijd de eerste vraag: hoe serieus is dit? Bij de bundeling Mohammed en de Late Oudheid (onder redactie van Josephine van den Bent, Floris van den Eijnde en Johan Weststeijn), die bestaat uit bijdragen aan een congres uit 2015, is die vraag vanaf de eerste pagina’s helder beantwoord.

N.B. Deze recensie kwam tot stand in samenwerking met het Nederlands Klassiek Verbond.

Het multidisciplinaire islamonderzoek als erudiete slangenkuil

Dit boek richt zich meer dan enige andere Nederlandstalige publicatie op de specifieke culturele context waarin de islam is ontstaan, namelijk de Late Oudheid. Deze invalshoek is de afgelopen jaren enorm belangrijk geworden in het wetenschappelijk onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis van de islam. Die specifieke context vereist echter een veelvoud aan wetenschappelijke disciplines. Deze bundel bevat dan ook filologische, archeologische,  kunsthistorische en literatuurwetenschappelijke bijdragen van onder meer arabisten, islamologen, mediëvisten en zelfs een sterrenkundige. De soeverein geschreven inleiding leidt de lezer door de erudiete slangenkuil die het vroege islamonderzoek kan zijn, en geeft een heldere mission statement. Dit boek biedt een overzicht van de huidige stand van zaken van het onderzoek naar islam en de Late Oudheid in Nederland; alle auteurs zijn Nederlandse wetenschappers of althans werkzaam in Nederland.

Het meerzinnige karakter van een bloeiend wetenschapsgebied

Het is knap hoe arabiste Van den Bent in de deels nogal ondoorgrondelijke ‘revisionistische’ literatuur kaf van koren weet te scheiden op een manier die voor de lezer goed te volgen is. Twee hoofdstukken van Hulspas en Wilde buigen zich over een en hetzelfde Koranfragment, en komen tot tegengestelde conclusies over de interpretatie ervan. Dat krijg je wellicht van een wetenschapsgebied dat zich in een bloeifase bevindt. Een hoofdstuk van Johan Weststeijn over wijn in de Koran laat zien dat het kritische onderzoek naar de Koran soms ook kan leiden tot resultaten waar de orthodoxe gelovige zijn of haar voordeel mee kan doen. Moslims die graag geloven dat de Koran zich deels positief uitspreekt over wijnconsumptie kunnen dit hoofdstuk beter overslaan.

De bijdragen van Motzki, Sijpesteijn en Al-Jallad richten zich elk op heel specifieke details (een overlevering; een papyrusfragment; een inscriptie). Hier toont zich het belang van geduldig onderzoek, dat ons uiteindelijk in staat moet stellen om steeds meer grip te krijgen op die fascinerende periode van de vroege islam die in zo korte tijd zou uitgroeien tot een wereldbeschaving. Al kunnen ze niet allemaal in deze korte recensie genoemd worden, elke bijdrage in deze bundel is van belang. Mohammed en de Late Oudheid toont in zijn veelvormigheid het belang van een multidisciplinaire benadering. Het laat echter ook zien hoe moeilijk het nog is om die disciplinaire grenzen te overstijgen en interdisciplinair te gaan werken. Door vanuit meerdere disciplines afzonderlijk aan het werk te gaan, loopt men het risico dat er langs elkaar heen wordt gewerkt.

De huidige kennis over de Late Oudheid

De titel suggereert dat we hier te maken hebben met een verzameling biografische studies, maar dat is niet het geval. Het onderwerp dat hier wordt behandeld is veeleer de vroege islam. Je zou kunnen zeggen dat lezing van dit boek laat zien hoe indrukwekkend veel kennis er in Nederland is over dit wetenschapsgebied, maar dat zou in feite van provincialisme getuigen. De artikelen uit deze bundel bieden een goed inzicht in de huidige stand van zaken in dit wetenschapsgebied per se. Niet voor niets is er een Engelstalige editie in de maak, die bij Brill moet uitkomen. Het Nederlandstalige publiek, vooral studenten geschiedenis, Arabisch, religiewetenschappen en klassieke talen, kan zijn voordeel doen met de primeur.

Robbert Woltering is arabist. Hij is als universitair hoofddocent Arabische taal en cultuur verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Woltering schreef onder andere Occidentalisms in the Arab world. Ideology and Images of the West in the Egyptian media (2011).

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum