Recensie: Een vreemd hotel opgetrokken uit taalspel

16 maart 2020 , door Rosa de Rijk
| |

Strange Hotel is op het eerste gezicht een vreemde eend in de bijt in het oeuvre van de Ierse Eimar McBride. Waar ze in haar eerste twee romans meeslepende verhalen vertelde in een karakteristieke gefragmenteerde stijl, houdt ze het verhaal in Strange Hotel klein en is het opgebouwd uit volzinnen. Toch speelt ook in dit vreemde hotel taal een rol, op een ander niveau.

Geesttoestand

We zitten in het hoofd van een naamloze vrouw. Ze beweegt zich als een soort geest in het schemergebied tussen inchecken en uitchecken in hotels over de hele wereld. In de hotels zoekt ze een man, die zoals je later leest al enige tijd dood is. Ze zoekt hem in de mannen waarmee ze slaapt, in de details van de hotelkamers, en het meest nog in haar geheugen. Het is een schrijnende zoektocht want vaak mag ze van zichzelf niet toegeven aan haar verlangens naar de mannen waar ze die ene vruchteloos in probeert te herkennen. Het is haar om het afscheid te doen: altijd rekt ze het moment waarop de man in kwestie haar weer alleen achterlaat.

Al is het maar de buurman waarmee het niet tot een one-night-stand kwam, ze kijkt hem na door het kijkgat van de deur en probeert aandachtig te luisteren of ze hem weg hoort lopen, haar eenzaamheid bevestigend in de herhaling van het verlaten worden. Zo wil ze het, ze bezweert het verleden in de repetitie terwijl ze het met de nieuwe ontmoetingen probeert te overschrijven als een videoband. Ja, het frustreert haar ook, maar ze kan niet anders.

Versnippering

McBrides vorige romans, A Girl is a Half-Formed Thing (Een meisje is maar half af) en Lesser Bohemians (Mindere goden) hebben een verhalend en lineair plot. Strange Hotel heeft dat niet. McBride maakte in haar eerste romans furore met haar versnipperde, gefragmenteerde stijl, half afgebroken zinnen tuimelen over elkaar heen op een soort stream-of-consiousness Joyce-achtige manier. Het maakte de personages persoonlijk invoelbaar en verhoogde het tempo.

Strange Hotel is eerder vertraagd dan onstuimig, het taalgebruik is eerder precies dan intuïtief en de meeste zinnen zijn niet versnipperd maar intact. Het plot daarentegen is niet intact. De versnippering die zo kenmerkend is voor McBrides eerdere boeken speelt hier op een ander niveau. Heden, herinnering en hersenspinsels wisselen elkaar zo onopvallend af dat ze soms moeilijk uit elkaar te peuteren zijn, en dat is waarschijnlijk het punt. Het verhaal wordt verteld in de constructie en deconstructie van herinneringen die aan de bezweringen ontglippen, en misschien wel van het verhaal op zich.

‘So click! She hears it. But now or then? Far back or late? Real? Or a manifestation of some demeaning need, transposing itself, having a laugh at her expense? She knows Time deligths in wasting her portion of it, but also that she doesn’t have to concede.’

Daarin is het voor de Nederlandse lezer vergelijkbaar met Kamers Antikamers [fragment | onze recensie] van Niña Weijers: het gaat om een conceptuele verkenning van mogelijke levens en de rol van herinnering, keuze en verzinsels. Zo’n diepe laag hadden de eerste twee romans van McBride niet. Voor de fans is de afwijking van haar werkwijze misschien een afknapper, maar het verleden van de vrouw in de hotels klinkt bekend in de oren van wie Lesser Bohemians al las. Dat is dan wel weer intrigerend voor mensen wilden weten hoe het met het koppel uit Lesser Bohemians afliep, maar de herkenning is per se nodig om dit boek te kunnen waarderen.

Rouw

McBride gaat in Strange Hotel op een heel eigen manier om met het thema rouw. Het hoofdpersonage probeert afstand te nemen van haar verlies door middel van taal, letterlijk ‘keeping the world at the far end of a very long sentence’ met haar monologue intérieur. Ze manoeuvreert om dat ene, om die ene man heen. Haar uitstelgedrag brengt haar veiligheid. Taal is haar enige verlosser:

‘And now she has arrived at the moment to push the whole way through. Which means it’s precisely the wrong moment for drawing attention to what else she’d been considering back in the lift […] Pushing the whole way through doesn’t involve thinking of that. To go on is to keep going on.’

Maar dan, haast per ongeluk, herkent ze hem weer in de rug van een van haar scharrels en is de werkelijkheid onvermijdelijk. Een prometheïsche marteling, die ook aangezet wordt door de monotone constructie van het boek: de hoofdstukken lijken op elkaar net als de hotelkamers en net als alle dagen waarop rouw de overhand heeft. De locaties van de hotels doen er niet eens toe, de vrouw ontwaart alleen af en toe een glimp van een toren of fjord uit haar hotelkamerraam. Hoewel dit alles zwaar klinkt, is er hoop. Af en toe wordt de hermetische geslotenheid doorbroken, schijnt er zonlicht vanachter de wolken. Het slot hint zelfs naar een nieuw leven voor de vrouw, die de kaarten uit haar taalspel op tafel legt. In een laatste meesterzet, de grootste geschiedvervalsing tot dan toe, legt ze haar onrustige hersenschimmen te rusten in het verleden om verder te kunnen.

Strange Hotel laat zien wat er gebeurt als je alleen jezelf, je herinneringen en de taal nog hebt en die tegen elkaar uit probeert te spelen. McBride heeft haar kenmerkende stijl op een hoger, bijna metafysisch niveau toegepast. Een boek om twee keer te lezen dankzij de krachtige weergave van rouw en verlies die in de ingewikkeldheid schuilt. Een vreemd hotel om in te verdwalen.

Rosa de Rijk studeerde Internationale Betrekkingen en Nederlandse literatuur en liep stage bij Athenaeum.nl.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum