Recensie: Een roman met een grote waardigheid

11 januari 2021 , door Sonja Schulte
| | |

Met dit debuut, een pil van ruim vierhonderd bladzijden, won Douglas Stuart de prestigieuze Booker Prize voor het afgelopen jaar. Shuggie Bain (de vertaling van Inger Limburg en Lucie van Rooijen verschijnt in februari) is bescheiden, heeft een rustige toon, hier en daar een vlaag humor en is vooral ontzettend menselijk en ontroerend. Stuart krijgt het voor elkaar om zijn hartverscheurende jeugd zonder sentiment, doch met veel gevoel, kalm en waardig op te voeren als een normale jeugd, waar hij trots op is.

Nauw en empathisch perspectief

Het verhaal over een armoedig jongetje en zijn familie beslaat de jaren tachtig en negentig in Glasgow. Het is opgebouwd uit de verschillende periodes dat zij verhuizen binnen de stad: van het laatste jaar dat zijn moeder en vader bij hun opa en oma inwonen in het centrum in Sighthill, wanneer Hugh Jr. ofwel Shuggie zeven jaar oud is, tot aan The South Side, de plek waar hij uiteindelijk op zijn vijftiende moederziel alleen in een pension in de binnenstad belandt.

Glasgow is de hele wereld, en vooral Pithead, de verloren wijk vol werkloze mijnwerkers waar Shuggies vader hen dumpt om vervolgens vrijwel al zijn tijd in zijn taxi door te brengen, is daar het centrum van. Met deze wereld moeten Shuggie en zijn familie het doen. Die familie bestaat uit een afwezige of mishandelende vader, een alcoholistische moeder, een boze zus die zodra ze achttien is trouwt en verhuist naar het buitenland, een mentaal nauwelijks aanwezige broer en de gevoelige en consciëntieuze jongste telg – Shuggie.

Douglas Stuart heeft aangegeven dat dit verhaal voor het grootste deel autobiografisch is. De roman heeft een alleswetende verteller, het perspectief verschuift tussen de verschillende gezinsleden. Toch gebeurt dat eigenlijk vanuit de ogen van Shuggie. Zodra het verhaal zich op iemand anders concentreert krijg je eerder het idee dat Shuggie meeloopt en meekijkt, dan dat Stuart ook van dit personage weet wat er in zijn hoofd omgaat. Anderen dan Shuggie zien we alleen reageren, terwijl we bij hemzelf ook te horen krijgen hoe hij zich voelt. Dat betekent desondanks niet dat het een egocentrische roman is. Deze verteller is juist ontzettend empathisch. Dat is een van de dingen die aan dit boek verbluffend zijn: de overdaad aan begrip die de auteur aan de dag legt voor de wrede personages die zijn jeugd hebben vormgegeven. Daarover zegt Stuart in verschillende interviews dat het verhaal niet gaat over confrontatie, maar over overleven. Hiermee bedoelt hij vooral ook de strijd van zijn moeder

De tedere stem waarmee Shuggie de mensen om hem heen beschrijft vormt een bizarre tegenstelling met wat er met hen gebeurt en waar zij zich bevinden. Hij meent zijn zorg oprecht wanneer hij voor de zoveelste keer zijn moeder uitkleedt en in bed legt, en vindt het echt grappig en cool wanneer zij in een agressieve bui een vuilnisbak bij de nieuwe minnares van haar ex-man door het raam keilt. Soms gaat de auteur hierin desondanks te ver en probeert hij ons te veel begrip te laten opbrengen. Dan voegt hij een verklarend, maar overbodig zinnetje toe aan een beschrijvende alinea, ons op het hart drukkend dat wat hij zojuist vertelde bijzonder is.

Doodgewoon succesverhaal

In interviews zien we een goed verzorgde, vrolijke man, die vanuit het appartement in New York waar hij met zijn echtgenoot woont, met veel plezier in een licht Schots accent vertelt over zijn boek. Het is een enorme tegenstelling met het armzalige jongetje in het boek. Shuggie blijft in Glasgow en we weten niet hoe het met hem afloopt. Dat de jongen op wie het personage gebaseerd is naar New York vertrok om daar een succesvolle modeontwerper te worden zou dan ook te ver gaan – zulke dingen gebeuren alleen in het echt.

Naast de empathie is er iets anders opvallend aan dit prijswinnend verhaal. Het is bijna te normaal. Stuart probeert geen stempel te drukken. Er is geen persoonsontwikkeling die tot verlossing leidt, geen bijzondere structuuropbouw, geen opvallende stijl, geen politiek of idealistisch commentaar, geen originele creatieve uitspatting - het is gewoon het onpretentieuze product van iemand die iets te vertellen heeft. Dat is behoorlijk krachtig, want wat er gebeurt (armoede, (seksuele) mishandeling, geweld, verslaving, homofobie) is zo pijnlijk en miserabel, dat die terughoudendheid uitermate sierlijk werkt. Het levert ontroering op bij de lezer, en, vreemd om de zeggen: kalmte en respect. Voor de alcoholistische moeder, voor het jongetje, voor de broer die er ook vandoor gaat – er wordt niet geoordeeld, alleen maar getoond, want dit is hoe het gaat.

De parallele wereld van armoede

Over de genomineerden deze Booker Prize-ronde werd opgewonden gepraat; zo waren er verschillende debuten, verschillende vrouwen, schrijvers van kleur en maar één witte man. Laat nou toch die man winnen. Stuart noemt in interviews wel het woord diversiteit, en dan om het over armoede te hebben: ‘Growing up, I rarely saw books that portrayed families like my own.’ Dat is het derde aspect waarmee deze auteur opvalt. Een vergelijking die je bijvoorbeeld kunt maken is met Irvine Welsh, de schrijver van Trainspotting, of met Frankie Boyle, de comedian uit Glasgow. Die twee Schotten maken grappige en rauwe kunst van hun verleden. Maar ook al woont hij nu in volle rijkdom in New York, Stuart toont zijn verleden niet als een kuil waar hij uit is geklommen, maar als een wereld die parallel aan de onze bestaat en waarin hij zich nog steeds comfortabel voelt. Hij is niet alleen de selfmade man die op zichzelf en de mensen uit zijn jeugd terugkijkt, maar vooral de man die ons zijn wereld van armoede, verslaving en misbruik laat zien.

Stuart is trots op zijn miserabele jeugd, dat is de simpele kracht van dit boek. Hij oordeelt noch verdedigt, en presenteert zijn pijnlijke ingrediënten alsof iedereen met hem mee zal lachen, in plaats van geschokt te zijn. Zo toont hij een wereld die ten slotte normaal is, voor iedereen die hem (nog steeds) bevolkt. Het levert een boek op dat een grote waardigheid bezit.

Sonja Schulte is kunsthistoricus en schrijver van essays, reisverhalen en toneel.

Delen op

Gerelateerde boeken

pro-mbooks1 : athenaeum