Recensie: Kafka’s cartooneske tekeningen als aanvulling

08 november 2021 , door Sonja Schulte
| | | | |

In een nieuw dik koffietafelboek zijn niet alleen voor het eerst alle overgebleven tekeningen van Franz Kafka verzameld door Andreas Kilchner, maar worden ze ook van verschillende achtergronden voorzien. De tekeningen vormt een interessante aanvulling op zijn literaire werk.

N.B. We publiceerden eerder voor uit Het kasteel en  Amerika of de verdwenen jongen en interviewden Willem van Toorn in 2009 over het vertalen van Kafka, waarin Van Toorn - die ook in deze uitgave de teksten vertaalde - opmerkt: 'Ik wil hem niet afdoen als een leuke absurdist, maar je moet de lichtheid ook zien.' 

Tékende Kafka? En wat dan?

Goed en prettig is dat de eerste helft van de baksteen, of beter gezegd, dikke snijplank, louter en alleen bestaat uit die tekeningen. Eerst maar even kijken wat we nu in onze handen hebben. Want Kafka – tékende die? En wat tekende hij dan?

Het archief is verdeeld in verschillende categorieën: losse vellen, een tekenschrift, reisdagboeken, brieven, dagboeken en notitieboeken en krabbels bij handschriften. De tekeningen zijn in potlood of inkt en zien eruit als losse krabbels. Menige inkttekening geeft de indruk haar oorsprong te hebben in een vlek. Vaak tekent hij mensen, of poppetjes, beter gezegd. Ze trekken of slepen iets voort en hebben cartooneske gezichtsuitdrukkingen.

Minder grappig maar fysiologisch van betere kwaliteit is een aantal zelfportretten en een portret naar Leonardo (als ik me niet vergis). Kafka spreekt in een brief aan zijn verloofde over lessen en zegt dat hij daar zijn talent verspilde. Daarin kon hij weleens gelijk hebben gehad – deze ‘betere’ tekeningen tonen inderdaad talent – hij kon het dus prima, had het kunnen leren – maar zijn ook een stuk saaier.

Was Kafka een beeldend kunstenaar?

Het antwoord op de vraag of Kafka ook een beeldend kunstenaar is, is ja en nee. Ja – want ze zijn er, de tekeningen. En ja – want hij beschrijft zijn tekenen in die brief (‘Weet je, ik was ooit een groot tekenaar […] Die tekeningen hebben mij indertijd, het is al jaren geleden, meer bevrediging geschonken dan enige andere bezigheid.’) – dus nam zijn beeldend werk ook serieus.

Maar het antwoord is ook nee – hij is niet écht gaan tekenen, niet verder gegaan, zoals hij dat wel met schrijven deed. Ook is het van belang te bedenken dat er meer tekeningen zijn geweest, door Kafka zelf vernietigd. Deze verzameling zou dus zowel te vet als te mager kunnen zijn – zijn vriend Max Brod heeft de tekeningen geduldig bewaard maar kende ze meer waarde toe dan Kafka. Desondanks schreef hij er zo enthousiast over dat dit archief wellicht getuige is van een vonk die weleens tot een vuur uit had kunnen groeien.

Als illustratie bij leven en werk

In elk geval vormen de tekeningen een illustratie bij zijn leven. Samensteller Andreas Kilchner, cultuurhistoricus, Jood en Duitser, schetst vanuit deze perspectieven die achtergrond. Zo blijkt dat we deze verzameling vooral schatplichtig zijn aan het enthousiasme van Kafka’s vriend Max Brod, die opmerkelijk genoeg een veel betere tekenaar was.

Een ander, er ietwat bijgesleept essay van de vermaarde feminist en genderspecialist Judith Butler gaat in op het fysieke aspect van Kafka’s tekeningen. Maar wie Der Verwandlung gelezen heeft kan zich voorstellen dat het interessant is om in Kafka’s werk en dus ook eens deze tekeningen te kijken naar lichamen zich gedragen. Zij merkt bijvoorbeeld op dat de personen vaak in vaart weergegeven zijn, zonder grond onder hun voeten.

Een knipoog van Kafka?

Zijn deze tekeningen ook interessant als ze niet van de auteur geweest zouden zijn? Nu ja - toch ook wel. Ze zijn origineel en grappig. Je krijgt van de tekenaar Kafka de indruk dat het erg leuk zou zijn geweest met hem een avond in het café door te brengen en mensen te kijken, want dat lijkt hij te doen. Hij is scherp. Je zou zeggen dat hij ons een knipoog geeft.

Je zou zelfs kunnen theoretiseren dat beeldend werken hem minder de kans gaf om na te denken en hij gedwongen is geweest, bevrijd, misschien wel, tot een letterlijk en figuurlijk zwart-witte weergave van de mensheid, die vervolgens losjes en grappig overkomt. Deze cartooneske, satirische droedels vormen aldus een interessante aanvulling op zijn beklemmende literaire werk.

Sonja Schulte is kunsthistoricus en schrijver van essays, reisverhalen en toneel.

pro-mbooks1 : athenaeum