Recensie: Dissimulatie en de archeologie van het verborgene

30 november 2015 , door Merlijn Olnon
| | | | | | | |

'Ik zeg wat ik denk en ik doe wat ik zeg.' Met die omschrijving van de korte rechte lijn tussen gedachte en daad verwoordde Pim Fortuyn nog niet zo heel lang geleden het heersende maatschappelijke en politieke ideaal van onze tijd bij uitstek, dat van de authenticiteit. Het is nu moeilijk voor te stellen, maar tot de Verlichting en de Romantiek er definitief een einde aan maakten was het maatschappelijke en politieke ideaal hier juist diametraal aan tegenovergesteld. Om in de absolutistische standenmaatschappijen van vroegmodern Europa te overleven en te gedijen moest de lijn tussen wat men dacht, zei en deed juist zo lang en kronkelig mogelijk gehouden worden. Over deze verborgen en vergeten kunst gaat Jon R. Snyders Dissimulation and the Culture of Secrecy in Early Modern Europe, zegt merlijn olnon.

Over Authenticiteit

We leven in het tijdperk van de authenticiteit. Populistische politici willen zonder rekenschap af te hoeven leggen dingen uitkramen die voor ieder ander strafbaar zijn, burgers van alle rangen en standen leven hun ergernissen en frustraties zonder pardon uit op een ieder die hen voor de voeten loopt, en jan en alleman is bereid zijn ziel en zaligheid, eigenaardigheden en onwelgevalligheden incluis, bloot te leggen voor het oog van een miljoenenpubliek. 'Zo ben ik,' is het adagium, 'respecteer mij' en 'houd van me zoals ik ben'.

Charles Guignon benoemde ooit als volgt de twee basisveronderstellingen die aan de geldingsdrang van het authentieke ik ten grondslag liggen:

'The assumption underlying the first component of the project of being authentic is that here is a substantial self lying deep within each of us, a self with attributes that are both distinctively our own and profoundly important as guides for how we ought to live.

The second component of the project of authenticity involves living in such a way that in all your actions you express the true self you discovered through the process of inward-turning. The assumption here is that there is something fundamentally false or dishonest about social life, and for that reason it is crucially important to know who you are and be the person you are in all you do.'(1)

In werkelijkheid is geen van allen authentiek: noch de populistische politicus (die politieke strategie en calculatie hoog in het vaandel heeft), noch de assertieve burger (die zijn naasten als het zo uitkomt even makkelijk voorliegt als hij ze de waarheid vertelt), noch de reality-tv-ster (die vóór de rode lampjes aangaan uitgebreid in het echt-zijn gecoacht wordt). Ze mogen dat dan lijken, maar spelen in werkelijkheid stuk voor stuk een voor de buitenstaander nauwelijks te onderscheiden parallelle versie van zichzelf - net iets spontaner, brutaler en naïever.

Simulatie en dissimulatie

Nu is de kloof tussen de innerlijke en uiterlijke mens natuurlijk bepaald geen nieuws. Over de gemaskerde mens werden voor en na Shakespeares 'All the world's a stage'(2) en Erving Goffmans 'self-as-performer'(3) boeken vol geschreven. Die passeren (op die al te voor de hand liggende voorbeelden na) vrijwel allemaal de revue in het inleidende hoofdstuk van Snyders boek, dat daarmee in krap zesentwintig pagina's knap getuigenis aflegt van de eeuwenlange menselijke worsteling met de noodzaak en ethiek van het maskeren, verhullen en ontwijken.

Maar Snyder is het uiteindelijk niet te doen om een tijdloze benadering van de gemaskerde of simulerende mens en zijn morele dilemma's per se. Wat hem bezighoudt is het onderscheid tussen 'veinzen' (doen alsof, oftewel simuleren) en 'ontveinzen' (je eigenlijke mening of kennis verbergen, oftewel dissimuleren) en de cruciale functie die juist die laatste handeling vervulde in de vroegmoderne Europese samenleving.

Als het spanningsveld tussen kerkelijke macht en inquisitie enerzijds en wereldlijke macht en absolutisme anderzijds in 16de, 17de en 18de-eeuws Europa vrijwel iedereen de mogelijkheid ontnam openlijk trouw aan zichzelf te zijn en dat te overleven zonder tot misdadiger of idioot verklaard te worden, dan was het opzichtig aannemen van een ander karakter (simulatie) een relatief veilige manier om tijdelijk aan dat spanningsveld te ontsnappen. De spotzuchtig omgekeerde wereld van carnaval en kermis, de theatraliteit van de Roomse kerk, en de gekunstelde beleving van blijspel en tragedie waren een uitbundige volkse uitlaatklep in een leven dat werd gedomineerd door verplichtingen en conventies.

Dissimulatie daarentegen, was een veel sterker gestructureerde, dieper gravende en gevaarlijker onderneming, een strijd om een relatie tot de macht die uitsluitend was weggelegd voor de adel en gegoede burgerij. Bedoeld om persoonlijke ruimte te creëren zonder de heersende orde openlijk uit te dagen en zonder zelfs maar verdacht te kunnen worden van het koesteren van onconventionele wensen en gedachten, was dissimulatie paradoxaal genoeg de vroegmoderne variant van onze hedendaagse authenticiteit; een manier om zich door uiterste zelfkennis en -beheersing een plaats te veroveren in de samenleving zonder zichzelf te verliezen. In de woorden van Snyder:

'This same logic of a priviliged inside and an unreadable outside extends to dissimulation itself, which could be subversive, in seeking to elude censorship or persecution, but also encouraged accommodation with the Old Regime by splitting off the inner life of the person from outward appearances. The libertine might freely think heterodox thoughts but regularly attend religious services, for instance, in order to maintain his appointed place in society. This was not due to hypocrisy, a desire for accomodation, or an instrumentalist orientation toward social existence, as we would naturally think of anyone acting in this way today, but rather as a function of the double register of interior conscience and public conformity.'(4)

En:

'Through the disciplined use of reticence, taciturnity, diffidence, negligence, omission, ambiguity, irony and tolerance (that is, pretending not to have seen or heard something), dissimulators aimed to frustrate any outside attempts to connect their words or their gestures to their true inner state. [...] The aim of the dissimulator was to arrive at a "zero degree" of communication, without leaving the conversation or lapsing into either muteness or falsehood.'(5)

Een archeologie van het verborgene

Maar juist de keuze voor de strategische vorm van verhulling die dissimulatie is, moet het haast onmogelijk maken er een geschiedenis over te produceren. Want hoe schrijf je eigenlijk een geschiedenis van een zwart gat? Snyder zoekt de oplossing voor dat probleem in het omschrijven van de omtrek van dat gat. Als professor in Italiaanse Studies en Vergelijkende Literatuurwetenschap is hij wellicht als geen ander in staat zo'n project te verbeelden en uit te voeren: hij nadert de daadwerkelijke praktijk van de dissimulatie zo dicht als hij kan door de eeuwenlange discussie over haar vorm, toepassing en toelaatbaarheid als één afgebakend discours te behandelen.(6)

Dat doet hij door middel van handleidingen en essays die het vroegmoderne discours over de legitimiteit van dissimulatie behandelen. Die zijn volgens Snyder onder te verdelen in drie subvelden, die dan ook te plaatsen zijn in drie concrete historische contexten waarvoor zij het gebruik van dissimulatie bespreken:

  • het discours over hoffelijkheid, welgemanierdheid en moraliteit cq ethiek,
  • de hofcultuur,
  • en domein van de heerser en de raison-d'état.

De literair-filosofische grand tour van drie hoofdstukken die de verkenning van deze velden oplevert voert de lezer van de werken van Torquato Accetto, Baldassar Castiglione, Giovanni della Casa en Stefano Guazzo, naar die van Antonio de Guevara, Torquato Tasso, Nicolas Faret, Michel de Montaigne, Justus Lipsius en Francis Bacon, om uiteindelijk natuurlijk ook uitgebreid stil te staan bij Niccoló Machiavelli en Giovanni Botero - naast nog vele anderen. Het vijfde en laatste hoofdstuk, ten slotte, behelst een uitgebreide iconografische analyse van de vroeg-achttiende-eeuwse frescocyclus van Sebastiano Taricco (1641-1710) in de Saletta del silenzio van het Palazzo Salmitoris te Cherasco in Piedmonte, Italië, waarin alle voorgaande bespiegelingen als een soort van barokke zwanenzang samenkomen, voordat wij op de laatste pagina's nog kort stilstaan bij het ten grave dragen van de 'cultuur van de geheimhouding' vanaf de Verlichting, die haar verving met een retoriek van oprechtheid en transparantie.

Door in zulke breedte en diepte in te gaan op de betekenis die dissimulatie had voor alle vroegmoderne Europese elites en de samenlevingen die zij door middel van die strategie vormgaven (en tegelijkertijd ondergroeven), heeft Snyder uit het zwarte gat weliswaar geen geschiedenis van concrete handelingen en feiten weten te bergen, maar toch op zijn minst een intellectueel stimulerende en behoorlijk erudiete ideeëngeschiedenis van Renaissance, Humanisme en Verlichting.

Ons gebrek aan dissimulatie?

Dat Snyders geschiedenis daarmee ook meteen licht werpt op de wijze waarop het verlies van de cultuur van dissimulatie ons huidige literaire, sociale en politieke leven beïnvloedde, is des te interessanter.

Aan het begin en het eind van de tekst wordt kort stilgestaan bij het verschil tussen katholiek en protestants Europa. In het protestantse Noorden, zo stelt Snyder, was de cultuur van dissimulatie gedoemd tot een zo mogelijk nog snellere ondergang dan in het katholieke Zuiden. Dit met name door de promotie van het killere - en misschien wel minder sociaal geraffineerde - neostoïsche ideaal.(7) Dat liet zich vooral in Nederland extra gelden, omdat de cultuur van dissimulatie hier altijd al minder dominant was vanwege de beperkte invloed van kerk, adeldom en vorst.

Snyder houdt van zijn onderwerp zoals een bevlogen historicus betaamt. In de subtext van zijn boek is dan ook een lichte rouw te bespeuren over het verlies van dissimulatie als cultureel complex. De suggestie is dat de moderne westerse samenleving er goed aan zou doen in haar zoektocht naar zelfkennis en –expressie niet automatisch naar de authenticiteit te grijpen, maar deze hier en daar ook naar binnen te keren en voor dissimulatie aan te wenden.

Eerherstel dus voor de hoffelijkheid, als smeerolie voor ons in knarsende botheid en oppervlakkig individualisme vastlopend maatschappelijk leven? Of op zijn minst een meer realistische beschouwing van het politieke bedrijf, nog altijd bij uitstek de locus van de dissimulator.

Warempel een voorstel dat onze democratie geen kwaad zou doen.

Merlijn Olnon is wetenschappelijk boekverkoper Geschiedenis, Politiek en Midden-Oosten bij Athenaeum Boekhandel. Hij promoveert binnenkort aan de Universiteit Leiden op een proefschrift over de betrekkingen tussen Europa en het Midden-Oosten. 


Verwijzingen

(1) On Being Authentic, p. 146.
(2) 'And one man in his time plays many parts', As You Like It, tweede akte, zevende bedrijf.
(3) The Presentation of Self in Everyday Life, p. 252.
(4) Dissimulation, pp. xvi-xvii. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de 17de-eeuwse Nederlandse koopman in Istanbul die 's zondags getrouw in onberispelijk zwart met zijn vrouw de gereformeerde dienst in de ambassadekapel bijwoont, maar die doordeweeks met evenveel vanzelfsprekendheid alaturca over straat gaat en zijn huiselijk leven volledig naar Turkse maatstaven inricht, compleet met divan i.p.v. stoelen en tafels, én met als concubines dienende slavenmeisjes pal naast de echtelijke slaapkamer.
(5) Idem, p. 6.
(6) 'In short, I will examine the ways in which a discourse on dissimulation was born, lived, and died without claiming to be able to know, after the passage of many hundreds of years, who was actually dissimulating and who was not. What we can instead recover at this point in time - however partially or provisionally - are those lost horizons of dissimulation that informed the subjectivity and practices of early modern men and women.' p. xix.
(7) Luc Panhuysen heeft de dominantie van dat ideaal in de Nederlandse cultuur van de Gouden Eeuw meesterlijk beschreven in zijn dubbelbiografie van de gebroeders De Witt.

MINDBOOKSATH : athenaeum