Recensie: Koelbloedig, countryminnend, kamikaze

30 november 2015 , door Daan Stoffelsen
| | | | |

J. Kessels bestaat. Het staat op de flap en in het Eindhovens Dagblad spreekt een columnist zich uit over zijn rol als het kettingrokende, countryminnende personage van P.F. Thomése. Maar die is in J. Kessels, the novel zelf ook een personage, een vuilbekkende, borstendromende schrijver die met genoemde J. Kessels in de Toyota Kamikaze vanuit Tilburg-Noord naar de hoerenbuurt van Hamburg trekt om een – ‘gadverdamme’ – NACcer thuis te brengen, gedreven door het avontuur en een jeugddroom. J. Kessels, the novel is behalve de nummer één van Athenaeum Boekhandel Haarlem ook het hilarische verhaal van zure geuren, ontelbare sigaretten en de twee mooiste borsten en billen van het westelijk halfrond, een smakelijk vet tussendoortje, zegt daan stoffelsen.

Zoals alle duistere detectivezaken begint J. Kessels, the novel met een telefoontje, van een fan, die hem ook nog goed kent (‘“Van vroeger,” expliceerde hij met de precisie van een schot hagel. Vroeger is een lange tijd, makker, dacht ik bij mezelf. Daarin kon veel voorgoed verloren raken. Meer in ieder geval dan je terug zou willen vinden’). De fan heeft J. Kessels nodig, en Thomése, maar voor hij tot de kern van de zaak kan komen, is onze schrijver al verzeild geraakt in de natte droom van zijn jeugd. Birgit de Braaij was de rondborstige zuster van de beller, van Bertje, van Cafetaria Van Vroeger. Maar zoveel is hem helder: Bertje is op zoek naar een waardeloos figuur uit Breda, die men kwijt is geraakt bij FC St. Pauli, ‘zo’n beetje de meest waardeloze club uit het hele Duitse voetbal’ (volgens kenner J. Kessels). En Bertje is de enige die hem terug naar de B.B. van zijn jeugd kan brengen.

Goed, daar gaan ze, in een rottempo over de Autobahn naar Hamburgs guurste buurten, door de Reeperbahn, waar het naar slecht gewassen onderlichamen meurt, maar voldoende bier is, een parkeergarage-achtig bordeel in, een handgemeen met een Turkse pooier uit, en dat is nog maar het begin. Verdacht gemakkelijk vinden ze de zoekgeraakte Bredaenaar, maar dan doen ze een vreselijke ontdekking: er ligt een onbekende dodelijk gehavend in J. Kessels’ achterbak te rieken.

‘“Dat hebben wij weer,” mopperde J. Kessels, toen hij van de eerste schrik bekomen was. “Een dooie. Waar komt die nou weer vandaan?”
Omdat de stank niet te harden was, deden we eerst de klep maar even dicht. Dan konden we tenminste een beetje nadenken.
“Zo,” zei J. Kessels, alsof het probleem nu grotendeels was opgelost. Voor de zekerheid keek ik naar links en naar rechts om te controleren of iemand onze lading gezien kon hebben. Terwijl er niets was waar wij ons schuldig over hoefden te voelen. Ik niet in ieder geval. J. Kessels ook niet. Toch? Of -? Hoe goed ken je iemand?’

Ja, hoe goed ken je iemand? Fundamentele twijfels, kortom, bedreigen de saamhorigheid. Als de rit dan toch naar – ‘gadverdamme’ – Breda moet, en ze terechtkomen in een replica van Cafetaria Van Vroeger, waar de ergste culinaire en erotische verleidingen op het tweetal afgevuurd worden, wordt de toestand serieus én kritiek. Het gaat niet meer om het lozen van een lijk – daar zijn gft-bakken voor –, maar om de confrontatie met vroeger, de verlopenheid van Birgit en de geilheid van haar minderjarige dochter. Het komt nu aan op koelbloedigheid, countrymuziek en een vluchtauto. Schieten, tieten en helikopters, dat idee, maar dan op de schaalgrootte van vrijgezellenauto en woonerf, en die verkleining, die versimpeling geeft een ironische draai aan het verhaal. Maar Thoméses humor is vooral direct, talig, ook in zijn lyrische passages van nostalgische theofanie: Birgits dochter loopt vlak voor hem in een Bredase vinexwijk.

‘Ik kon niet geloven dat ik compleet werd teruggeworpen in de tijd. Ik niet, maar die billen dan, ik bleef gewoon mijn oude zelf, maar die billen die leefden als nooit tevoren. Alsof ze nooit iets ander hadden gedaan. Toegeworpen werden ze me, door een Onzichtbare Hand, de hand van een of andere Hogere Rukker met gevoel voor nostalgie; in de schoot geworpen werden ze me, die twee schatten, die twee-eenheid, precies in het midden gescheiden door wat hen onverbrekelijk verenigde.’

Amen. Plat, maar het werkt, het stijlregister is uiterst consequent (Bertje, tegenwoordig een burgerlijke manager, is volstrekt geloofwaardig), en voor je je kan ergeren aan de opeenstapeling cliché's en vette grappen, is de schrijver opnieuw meegesleept in het avontuur. Dat is, toegegeven, een met plakbandjes, ruw touw en toeval aan elkaar verbonden plotje, waarin onze verteller zich regelmatig vertwijfeld afvraagt waar hij zich nu weer in begeeft. ‘En dan maar roepen dat ik – omdat ik toevallig de Schrijver in het gezelschap was – het allemaal zelf zou hebben bedacht. Echt niet! Dan had ik voor mezelf heus wel een comfortabeler positie verzonnen, dacht ik zo.’

Thomése zal grinnikend de eindjes aan elkaar hebben geknoopt, hier eens Tolstoj parafraserend, daar weer Lolita citerend, de levenloosheid van hun onverwachte achterbakbagage testend met een pocket van Bukowski (en dan mis ik een hele rits andere tekstuele verbanden). Maar dat het een spel met literatuur is, maakt dat J. Kessels, the novel ook zelf interessante literatuur? Vermakelijk, ja, misschien zelfs, met een cliché, hilarisch, prettige pulp, een b-film maar dan goed geschreven – groots? Intiem en zwaar als Schaduwkind, engig-realistische satire als Vladiwostok!?

Een interessante toevoeging aan een eigenzinnig oeuvre, dat is het. Een goede schrijver, en deze zeker niet, stopt niet bij de grens van de lezersverwachting. Kom maar op, Thomése, we laten ons verrassen, maar nu eerst simpelweg genieten van een roman als een opengewerkte frikadel, ‘volgespoten met sauzen. De negerlul speciaal. Weer terug van nooit echt weggeweest’. Vroeger is een lange tijd, maar dat hebben we toch mooi teruggevonden.

Daan Stoffelsen is webboekverkoper bij Athenaeum.nl. Daarnaast is hij eindredacteur en recensent bij Recensieweb.nl, waar deze recensie eerder verscheen (deze herneming hangt samen met de uitverkiezing tot beste Nederlandse roman van 2009 door Athenaeum Boekhandel Haarlem), mét een analyse van recensies elders. Ook werd ter gelegenheid van het verschijnen van zijn nieuwe roman daar het hele oeuvre van Thomése besproken.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum