Recensie: Lezen is kijken: Venetië

30 november 2015 , door Lex ter Braak
| | | | |

Verbeelding, inzicht en oordeelsvermogen: die zeldzame combinatie vraagt het lezen van een boek volgens Virginia Woolf. De Spaanse schrijver Javier Marías vergelijkt de lezer met een detective die geduldig spioneert, zijn bevindingen onvermoeibaar vergelijkt en eindeloos opnieuw ordent - om in dat proces zijn 'ontdekking' te kunnen doen: het begrijpen van het boek (en daarmee het wezen van de auteur), zegt lex ter braak.

Zowel de verbeelding van Woolf als het spioneren van Marias verwijst naar een aspect van het lezen dat in de laudatio zelden de stevige nadruk krijgt die het mijns inziens verdient: lezen als een vorm van kijken. Juist in een tijd waarin de opkomst van de beeldcultuur gepropageerd wordt kan het geen kwaad het visuele van het boek te beklemtonen. Door de woorden en zinnen te visualiseren ziet de lezer het geschrevene voor zich. Uitbundiger gezegd: de zwarte, eenvormige banen van de gedrukte tekst exploderen voor zijn geestesoog tot feeërieke werkelijkheden. Lezen is kijken in vele vormen: zintuiglijk, intellectueel, cryptisch, analytisch. Lezen is flaneren langs de caleidoscopische etalages van de werkelijkheid.

Opvallend genoeg zijn er in het dagelijkse taalgebruik tal van zegswijzen die het lezen als een (hogere) vorm van kijken karakteriseren. Zo kan een boek iemand de spreekwoordelijke schellen van de ogen doen vallen, hem voorgoed anders naar de werkelijkheid te laten kijken. Dat het om een hogere vorm van kijken zou gaan heeft niets te maken met dichters als Stephan George die meenden dat de schrijver een visionair is wiens beelden slechts voor een selecte schare van volgelingen zichtbaar zijn. Nee, in mijn ogen geeft de schrijver, dichter, filosoof, historicus, wetenschapper woorden aan de dagelijkse, ongrijpbare stroom der dingen waardoor we weten waar we naar kijken. Zijn woorden zijn uitkijkposten van waaruit we de nevelige diepte en verte van de stroom kunnen bespieden.

Langs die zelfde stroom rijzen ook de onzichtbare steden van Italo Calvino op. Iedere keer dat ik een stad beschrijf, zei Calvino, zeg ik iets over Venetië. Die prikkelende uitspraak brengt Peter Ackroyd er in zijn nieuwe boek Venice toe Venetië vanuit dat perspectief 'the purest city of all' te noemen: zij is in diepste wezen onzichtbaar al is zij de meest bezochte en gefotografeerde stad ter wereld. Haar ontstaansgeschiedenis is al in duisternis gehuld en met behulp van magische taal poogt hij haar uit de flarden van de tijd op te roepen. Van het land en over verre wateren, in platte scheepjes kwamen ze aan. Op de vlucht voor vijandelijke stammen roeiden ze door de lagune met het weidse water, het zoute zand, de moerassen, het gras, de vogels, de stilte. In het glijdende licht en donker van de lucht en het water waren zij geborgen in een schoot van licht en vonden er een eiland. Een plotse stem gebood hen daar een kerk te bouwen. Het is een passage die onmiddellijk Dickens' beschrijvingen oproept van het in mist gedompelde Londen, zoals in Our Mutual Friend. Over Dickens en over Londen heeft Ackroyd onthutsend lijvige boeken geschreven - nu heeft hij daar, bijna complementair, dat over Venetië aan toegevoegd. Als herontdekking van eminente Victorianen als John Ruskin en Robert Browning spiegelt Venetië ook die geschiedenis.

Om met de deur in huis te vallen: Venice is een geweldig boek - ondanks zijn vergeeflijke tekortkomingen, die eerder inherent aan het onderwerp zijn dan aan Ackroyd toe te schrijven. De stad is te complex, te veelzijdig, te oud en te rijk om in één boek te vangen. Dat lukt Ackroyd dan ook niet - maar hij slaagt er zonder meer in veel wetenswaardigs uit uiteenlopende vakgebieden bij elkaar te brengen en daar een meeslepend verhaal over een ongrijpbare stad van te maken. Zijn boek is bij vlagen een hymne, een verbaal tasten in de spiegel van water en lucht waarin de stad schemert. Hij komt dan tot fraaie typeringen als de uitspraak dat de liefde voor het glanzende en het oppervlak, het water en het glas van de Venetianen, 'provokes a sense of mystery and of unknowability'. Elders zegt hij dat voor de stad die zich er op voor liet staan alles te rationaliseren en onder controle te hebben de nacht een geduchte vijand was. Juist de nacht van Venetië roept de duisternis en de stilte van de lege lagune uit de oertijd op, de nacht was de herinnering aan haar oorsprong.

Ackroyd trakteert de lezer niet alleen op poëtische evocaties, hij neemt hem mee op een gedegen route door de veelzijdige geschiedenis van de stad. Hij gaat in op Venetië's handelsverleden, haar kunst en architectuur, haar staatsinrichting en de rol van de doge, de gemaskerde feesten, de economische neergang en haar kansen voor de toekomst. Hoewel Ackroyd de Jungiaanse benadering niet schuwt ('Venice is a floating world') doorrijgt hij zijn boek met harde cijfers. Zo horen we dat de stad een samenraapsel is van 117 eilanden die door meer dan 400 bruggen met elkaar verbonden zijn, dat de Rialtobrug gebouwd is op 12.000 en de Salute kerk op 1.156.657 eikenhouten palen, dat in de zestiende eeuw 10.000 gondels de wateren van de stad doorkruisten tegenover de 400 nu.

Over het toerisme is hij kort en bondig. De massa was altijd al een wezenlijk bestanddeel van de stad: kooplieden, ballingen van oost en west, kruisvaarders, pelgrims, kunstliefhebbers trokken allemaal om hun eigen redenen naar de stad. Dat de toeristen het echte Venetië niet zouden zien bestrijdt hij want 'the tourist Venice is the essential, quintessential Venice'.

Hoe Venetië zich ook verdubbelt en spiegelt in het water van haar kanalen, hoeveel miljoenen blikken haar jaarlijks ook aftasten, zij trekt zich terug achter haar blinkende facades. Haar paleizen met de fresco's en kunstschatten, de hoge plafondschilderingen, de gesloten kerken kunnen pas werkelijk bekeken worden in overdadig geïllustreerde boeken. De mythische en historische verhalen dansen voor de aandachtige beschouwer misschien als de muggen boven het water maar krijgen in de boeken over de stad pas hun vorm. De tuinen van Venetië hangen soms in woekerende weelde over verbrokkelde muren of steken er in de vorm van boomkruinen boven uit maar bovenal zijn ze verborgen.

De beroemde tuin- en landschapshistoricus John Dixon Hunt ontsluit in zijn recent verschenen The Venetian City Garden die afgesloten kant van de stad. Het is geen glossy boek met gelikte foto's van bemoste banken, in de wind kromme bomen of glinsterend rimpelend water en zware bougainville. Aan de hand van oude bronnen, schilderijen en gravures reconstrueert Dixon Hunt de geschiedenis van de Venetiaanse tuin, typeert hij haar eigenheid en benoemt en categoriseert haar verschillende verschijningsvormen. Feitelijke foto's illustreren zijn betoog en gunnen de lezer een blik achter de muren. Net als Ackroyd signaleert Dixon Hunt een keerpunt in de geschiedenis van Venetië met de verovering van Napoleon. Napoleon gelastte de herinrichting en modernisering van de stad - met de aanleg van publiek groen. Exercitieterreinen, parken en promenades moesten het nieuwe regime zichtbaar maken en de ondemocratische, besloten tuin van de rijke families vervangen. The Giardini Publici waar de beroemde kunst- en architectuurbiënnales van Venetië gehouden worden, is hier de uitkomst van. Ackroyd merkt daar zakelijk over op: 'They are continuing a great tradition of showmanship.'       

Venetië verlaten is haar verliezen, ook al had je haar lang niet helemaal, zij: Venezia la Bella, la Serenissima, de Maagd. Wie haar terug wil vinden, herzien of puur zien kan zich tot de kunst van het kijken wenden: het lezen. Het is een onstellende gedachte dat de vele boeken over Venetië haar groter en reëler maken dan we ooit zelf kunnen zien of ervaren.

Lex ter Braak is directeur van het Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst. Hij schrijft daarnaast regelmatig over literatuur en beeldende kunst voor o.a. Vrij Nederland. Lex ter Braak heeft de komende vier maanden carte blanche - hij kiest vrijelijk uit de collectie van Athenaeum Boekhandel titels om over te schrijven.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum