Recensie: Onbeantwoorde liefde

30 november 2015 , door Joop Hopster
| | | |

Susan Vandiver Nicassio's Imperial City. Rome under Napoleon is het verhaal van een tragedie: van de liefde van Napoleon voor Rome, die Rome niet beantwoordde. Maar ook van een culture clash tussen traditioneel catholicisme en verlicht rationalisme. En tot slot is het een variant van Rome onder de loep: wie het Rome van rond 1800 in alle denkbare aspecten wil leren kennen, leze dit boek, zegt joop hopster.

Susan Nicassio, hoogleraar geschiedenis aan de universiteit van Louisiana, beschrijft Rome in de tijd van Napoleon, grofweg van 1798 tot 1815. In deze periode onderscheidt ze zo’n twaalf politieke omwentelingen, maar daarop legt ze de nadruk niet. Nicassio probeert bloot te leggen wat de ziel van de Romeinse samenleving was, en waarom die onverenigbaar was met de aard van de Franse Revolutie en Napoleons keizerrijk.

Napoleon was een man met een missie — ook wat Rome betreft. Hij wilde Rome van een achtergebleven, feodale, pauselijke stad transformeren tot een moderne, efficiënt en rationeel bestuurde, verlichte stad. En tot een stad met de pracht die haar toekwam. Maar de Romeinen zaten daar niet op te wachten. Bijna iedereen — van de paus tot de Romeinse bedelaars — zat hem collectief dwars, vrijwel geen Romein steunde zijn hervormingen, en van zijn prachtige bedoelingen kwam niets terecht. Rome wilde Napoleon niet, en Napoleon begreep Rome niet. Waar ging het mis?

In politieke zin trof Napoleon een paus (Pius VII) aan die veel minder plooibaar en meegaand was dan hij had aangenomen. ‘When the emperor and king was happy to leave the pope as head of the Church, he was determined that the Church would have to be the willing handmaiden of the Church in civil affairs. Unfortunately, Napoleon and Pius differed on the definition of civil affairs.’

Imperial City maakt een grote kloof zichtbaar tussen wat Napoleon in de zin had en wat de Romeinen zelf wilden. De Fransen ontplooiden tal van goedbedoelde hervormingsgezinde initiatieven, maar die liepen bijna allemaal uit op een fiasco (‘When they [the clergy] were removed from the equation (as they would be in the imperial city) the result was havoc – hungry, angry Romans, and thousands of dispossessed religious thrown out on the streets to join them. Dispossessing the regular clergy was arguably one of Napoleons worst ideas’). Romeinen waren over het algemeen niet erg gecharmeerd van verandering in welke zin dan ook. En ze hielden zich het recht voorbehouden hun eigen zaken te regelen. Napoleon of geen Napoleon: Romeinen bepaalden zelf liever wat ze deden – en vooral ook wat ze niet deden.

In Nicassio’s ogen deden Romeinen van alles, maar bij voorkeur niets wat werd opgelegd door anderen of wat betaald werk betrof. ‘Romans may not have worked in any Anglo-Saxon sense, but they certainly loved to be busy.’ Ze hadden het bijzonder druk met talloze Christelijke feestdagen, met bezoek aan cafés (‘there were almost 1,000 taverns in the city, or one for every 150 or so inhabitants’) en alle gok- en drankspelletjes die je daar kon spelen. ‘As the evening wore on, the likelihood of fighting rose exponentially, until it was a virtual certainty. Given the Roman habit of carrying knives or stiletto-shaped hairpins, the wonder is that any tavern evening ended without a death or two.’ Geweld was aan de orde van de dag, en Rome had een ‘appallingly high murder-rate’.

Daarin speelde het catholicisme een grote rol — Rome was een door-en-door katholieke samenleving, waarin kerk en staat onlosmakelijk verbonden waren —, maar ook oudere tradities. Nicassio heeft een goed oog voor pre-Christelijke gebruiken: zo stemt de clientela-verhouding, waarbij cliënten voor hun bescherming en levensonderhoud konden vertrouwen op hun beschermheren, al uit de Romeinse Republiek. De Fransen troffen ‘an astonishing 70.000 unemployed and able-bodied Romans’ aan op een bevolking van ruim 120.000 Romeinen in de Franse tijd. Zij leefden niet van betaald werk, maar van connecties: zowel van de steun van beschermheren als van kerkelijke organisaties.

De meest uiteenlopende facetten van Rome en de Romeinen komen in dit boek aan de orde: de leef- en eetgewoonten; de religieuze kalender, feesten en gebruiken; de pasquinades; de levenslust en de feest-bereidheid — en het verzet tegen elke vorm van verandering. Haar boek staat boordevol informatie, wat in sommige hoofdstukken (‘Joys’, The Turning Year’, ‘Sorrows’) leidt tot een bijna catalogusachtige opsomming van gebruiken, handelingen en reacties die Romeinen kenschetsten.

Wat Nicassio’s boek erg prettig leesbaar maakt, is haar veelvuldig citeren van goed gekozen ooggetuigen, waarvan Mrs. Eaton de meest cynische en verrukkelijke is. Deze Engelse lady (‘an incurable snob’) bezocht Rome in 1817/1818 en wordt door Nicassio bijzonder vaak aangehaald. Ze noemt bijvoorbeeld het zegenen van paarden ter gelegenheid van de feestdag van Sint Antonius ‘one of the most ridiculous scene I have ever witnessed, even in this country’. Nadat ze beschrijft dat deze zegen in de praktijk in een moeite door werd uitgestrekt tot alle viervoeters, merkt ze op: ‘There is scarcely a brute in Rome, or the neighbourhood, that had not been blessed.’ Haar Engelse blik op de Romeinen verrijkt haar boek met een contemporaine en tegelijkertijd buitenlandse, zowel ironisch als afstandelijke blik. Ondanks hun onmiskenbaar grote fascinatie voor en kennis van het Rome van rond 1800, krijg je als lezer toch het idee dat Eaton en Nicassio allebei geregeld ‘Rare jongens, die Romeinen’ moeten hebben gedacht.

Joop Hopster is redacteur van het Historisch Café.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum