Recensie: Ontmoetingen in het donker

30 november 2015 , door Karlijn de Winter
| | |

De overledenen waren rond in deze verhalen. Ze doen de achterblijvers de vaste grond onder de voeten verliezen, of – in die gevallen waarin er een lijk gevonden is – zadelen hen juist op met een zware last. Maar ook in de verhalen waarin er niemand is doodgegaan hangt er een zware dreiging in de lucht. Zelfs de aankomende geboorte van een nieuw broertje of zusje lijkt een soort leegte in te luiden. De passende titel Avondlucht kondigt een verzwelgende donkerte aan, zegt karlijn de winter.

 

De droefgeestigheid van deze bundel wekt verbazing wanneer je de biografische gegevens van de auteur kent. De Italiaan d’Arzo (1920-1952), pseudoniem van Ezio Comparoni, schreef de verhalen al tussen circa zijn eenentwintigste en zevenentwintigste jaar. De verhalen zijn veelal in literaire tijdschriften gepubliceerd en tijdens zijn leven nooit gebundeld. Zijn bekendste werk, de novelle Casa d’altri die in 2007 opnieuw in het Nederlands werd vertaald (ook door Mieke Geuzebroek en Pietha de Voogd) als Andermans huis en waar eenzelfde bedrukkende sfeer als in de verhalen heerst, verscheen ook pas voor het eerst postuum. De auteur overleed al op eenendertigjarige leeftijd aan leukemie en heeft dan ook maar een klein oeuvre nagelaten. Met deze nieuwe verhalenbundel kunnen we dus een vrij unieke glimp opvangen van waar dat toe had kunnen uitgroeien.

De bundel heeft niet alleen een bescheiden omvang van 96 pagina’s, maar ook een bescheiden reikwijdte. De verhalen spelen zich af in kleine gemeenschappen en focussen op de relaties binnen een overzichtelijke groep mensen, vaak families. Het zijn relaties waarin er iets wringt of een verstoring optreedt. Vrouwen die alleen in een dorp achterblijven bijvoorbeeld, omdat de mannen er in de oorlog op uit trekken. Of twee kinderen die er niet meer in slagen te begrijpen wat hun vader zegt; plots spreekt hij een ‘andere taal’. Wat de verteller van een van de verhalen verklaart, is op te vatten als een verantwoording van het hele werk:

‘Ik weet niet of het een teveel aan gevoeligheid is of een tekort, maar het is een feit dat grote tragedies me niet zoveel doen. Er zijn kleine drama’s, bepaalde situaties of verhoudingen tussen mensen, die me veel meer raken dan een in de as gelegde stad.’

Dat d’Arzo zich op kleinschalige drama’s richt betekent niet dat hij die ook minutieus optekent. In het verhaal ‘Twee oude mensen’ – dat opent met het bovenstaande citaat – komt er zo een onbekende jongeman op bezoek bij een echtpaar van een jaar of vijftig, zestig. Hij biecht de vrouw op dat hij op het punt staat ‘iets te doen wat je schandelijk zou kunnen noemen, wat iedereen vast en zeker schandelijk vindt’. Waar het om gaat is een stapeltje van veertig brieven die bij haar af wil leveren. Voor haar betekenen die brieven, en dat beseft de onbekende waarschijnlijk ook, ‘de ondergang’. Maar wat staat er precies in de brieven? En wat gaat er in het binnenste van de jongeman en het echtpaar precies om? Juist die sleutelinformatie blijft in nevelen gehuld. Zulke vragen laat D’Arzo over aan de lezer. Hij schetst slechts de contouren van een situatie of een ontmoeting, net zoals in het avondlicht de details waar een voorwerp precies uit is opgebouwd niet kunt ontwaren.

Typerend is het ook dat precies op het cruciale moment in ‘Twee oude mensen’ noodweer uitbreekt. In vrijwel alle verhalen hangt een donkere hemel boven de gebeurtenissen. De veranderende kleurschakering waarin wegebbend licht over een landschap schijnt, of de tint waarin de lucht zich vertoont, giet d’Arzo in precieze en verfijnde bewoordingen. Zoals de hoofdpersoon van ‘Even maar’, die samen met een merkwaardige dorpsgenoot diens afgelegen landerijen betreedt, de donkere nacht gewaarwordt: ‘De maan stond pal boven ons, maar zo ijzig en flets en ver weg als ik hem nog nooit had gezien.’ In een paar woorden een beeld dat beklijft.

Zoals de zon in deze bundel nooit in een blauwe wolkeloze hemel straalt, wordt de duisterheid in de verhalen nooit opgehelderd door een verklarende uitleg.. Dat brengt een onbestemd gevoel teweeg, maar onaangenaam is dat niet. Die raadselachtigheid, en de actieve rol die je zelf te vervullen hebt, maakt de leeservaring juist indringender. De vertellers hebben niet het hele verhaal alleen in pacht, zoals die van het laatste verhaal laconiek opmerkt:

‘Toen pas draaide ik me om, en wat er te zien viel dat zag ik.
Makkelijk gezegd, ja, maar u had erbij moeten zijn.’

Zowaar bevat deze bundel naast alle zwaarmoedigheid ook ironie. Het is een toon die de dramatiek voor even relativeert zonder ooit echt grappig te worden. Dichter in de buurt komt het bij het gevoel van iemand die ‘s avonds wanhopig heeft zitten piekeren, en daar ’s morgens met een fris gemoed weer op terugkijkt. Wat voor monsters heeft hij allemaal gezien in die donkere uren? ‘Het is allemaal nogal lachwekkend, hè?’ — daarmee besluiten twee van de zeven verhalen, waaronder ook de laatste uit de bundel. Nee, lachwekkend zou ik ze niet noemen. Maar dat d’Arzo de gemoedstoestand van zijn lezer danig omwoelt valt niet te ontkennen.

Karlijn de Winter studeerde communicatie- en informatiewetenschappen aan de VU te Amsterdam en Italiaanse taal en cultuur aan de Universiteit Utrecht. Op dit moment werkt ze als freelance tekstschrijver. Daarnaast is ze redactielid van Recensieweb.nl.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum