Recensie: Signalen uit de onderwereld

30 november 2015 , door Karlijn de Winter
| | | |

In 1999 plaatste de Brit Paul Clark een merkwaardige oproep op zijn website. 25.000 dollar had hij klaarliggen voor degene die zijn vroegere minnares en haar echtgenoot zou ‘verwijderen’ en dat kon bewijzen met een foto. Clark had duidelijk niet begrepen dat communicatie in criminele kringen minder vanzelfsprekend verloopt dan tussen mensen die voor de wet niets te verbergen hebben. In Codes of the Underworld. How Criminals Communicate biedt Diego Gambetta, hoogleraar sociologie in Oxford, een buitengewoon inkijkje in deze even duistere als alomtegenwoordige ‘onderlaag’ van de menselijke interactie, zegt karlijn de winter.

Mensen die zoals Clark iets willen bereiken in de illegaliteit dienen behoedzamer te werk te gaan, en op een subtielere manier met huurmoordenaars en andere samenwerkingspartners in contact te treden. Dat Clark niet veel later gearresteerd werd door de politie illustreert dat; iemand die zijn wandaden openlijk op internet adverteert trekt immers de aandacht. Dat illegale praktijken onopgemerkt moeten blijven voor de hoeders van de wet is echter niet de enige reden waarom ‘criminele communicatie’ verschilt van de alledaagse. Een andere reden heeft te maken met vertrouwen: in de onderwereld wordt meer bedrogen dan elders, terwijl er hier juist extra veel aan gelegen is dat je je collega’s kunt vertrouwen – bij bedrog heb je geen gezagsdrager waar je je beklag kunt doen, én je loopt een groot risico op arrestatie en berechting.

Om de strategieën te onderzoeken die criminelen in hun specifieke omstandigheden aanwenden om een boodschap over te brengen neemt Gambetta zijn toevlucht tot de signaling theory die in de jaren ’70 door biologen en economen ontwikkeld is. Volgens deze theorie kan een crimineel, zoals ieder mens, communiceren met taal (door zich aan te prijzen als ‘een zeer vernuftige moordenaar’) en met handelingen (door iemand te vermoorden, en daarmee te laten zien dat hij dat op zeer vernuftige wijze doet). Misdadigers zouden hun keuze voor een bepaalde communicatiestrategie baseren op de ‘kosten’ en baten ervan; Codes of the Underworld vooronderstelt dan ook een mens die weloverwogen beslissingen neemt.

Omdat handelingen meestal minder vrijblijvend (duurder) zijn dan taaluitingen dwingt degene die ze uitvoert er meer vertrouwen mee af (iedereen kan zeggen dat hij een vernuftige moordenaar is, terwijl je niet iemand zult vermoorden als je daar eigenlijk helemaal niet handig in bent). Vertrouwen is in de criminele wereld van levensbelang, én bijzonder schaars. Volgens Gambetta nemen communicatieve handelingen daarom een heel belangrijke plaats in de criminaliteit in, en zodoende schenkt hij zelf in dit boek daar ook de meeste aandacht aan. Zo geeft hij het volgende voorbeeld: 

“A request for protection money made to a building contractor came over the telephone and was phrased as follows: “You are well-advised to get in touch with the friends of Palizzi” (Palizzi is a small hill town of about one thousand families in southern Calabria, Italy). The contractor’s reply must have been something like “who the heck are they and where am I supposed to find them?” The counterreply, of which we have a record, was simple: “ask around and you’ll find out.”’

In plaats van slechts te beweren dat hij de ‘echte’ maffiose beschermer van het gebied is, kan de beller het slachtoffer dit beter zelf laten nagaan. Als iedereen hem naar deze persoon verwijst, geeft dat een sterker en betrouwbaarder signaal af dat hij in Palizzi ook daadwerkelijk de heerser is.

Zulke voorbeelden, die soms vermakelijk zijn maar altijd verhelderend, vormen een prettige variatie op de theoretische passages. Theorie en praktijk gaan een mooie wisselwerking aan bij Gambetta: nu eens vertrekt hij vanuit vraagstukken uit de praktijk, die hij probeert te verklaren met de theorie – bijvoorbeeld waarom er zo veel geweld is in gevangenissen – dan weer staaft hij zijn ideeën en hypotheses met illustratieve voorbeelden.  

De praktijkvoorbeelden komen veelal uit de Amerikaanse of Italiaanse maffia – naar die laatste deed Gambetta ook al eerder onderzoek voor zijn Sicilian Mafia. The Business of Private Protection (1996). Met evenveel souplesse refereert hij echter aan Russische bendes, internationale pedofielennetwerken of de Japanse yakuza. De patronen die hij ziet blijken de meeste culturele verschillen te overstijgen.

Opmerkelijk is daarbij dat Gambetta veelal bronnen gebruikt die zelf net wèl een legaal karakter hebben, zoals de verklaringen van spijtoptanten van de Siciliaanse maffia of van Joseph Pistone (Donnie Brasco) die als FBI-agent in het New Yorkse maffiamilieu infiltreerde. Als vermaard academicus kan je je ook moeilijk jezelf in het criminele milieu onderdompelen om empirisch materiaal te verzamelen. Je neemt meestal genoegen met min of meer indirecte getuigenissen.
Anderzijds brengt die beperking ook iets onverwachts aan het licht. De grens tussen onder- en bovenwereld blijkt helemaal niet potdicht. De criminele communicatie dringt ook door in het legale leven. Wanneer gewone burgers iets doen wat niet precies door de beugel kan, zoals soms in de politiek, grijpen ze – getuige de anekdotes van Gambetta – terug op dezelfde strategieën. Behalve dat Codes of the underworld crimineel gedrag beter helpt te interpreteren, brengt het bovendien de onderwereldse aspecten in kaart van de alledaagse communicatie.

Karlijn de Winter studeerde communicatie- en informatiewetenschappen aan de VU te Amsterdam en Italiaanse taal en cultuur aan de Universiteit Utrecht. Op dit moment werkt ze als freelance tekstschrijver. Daarnaast is ze redactielid van Recensieweb.nl.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum