Recensie: Verfijnde borduursels uit Florence

30 november 2015 , door Karlijn de Winter
| | | | |

Een lappendeken van vruchtbare landerijen, wijngaarden en bevallige villa’s ligt uitgestrekt over de groene heuvels en brede, vlakke dalen. Het is hetzelfde landschap, dezelfde streek, waar de personages van Giovanni Boccaccio’s Decamerone (1353) teruggetrokken leefden, gevlucht voor de pest in de grote stad, en elkaar dagenlang verhalen vertelden. Dit groene, glooiende land dat Florence omgeeft lijkt wel gemaakt om de tijd uit het oog te verliezen. Die indruk geeft ook Gezusters Materassi (1934) van Aldo Palazzeschi, dat een rust ademt die hedendaagse vertellers nog zelden kunnen opbrengen, zegt karlijn de winter.

Deze klassieke roman over twee zussen die in de wijde omgeving faam hebben vergaard voor hun knappe borduurwerk, is geschreven door een auteur die enkele decennia eerder nog het futurisme had omarmd. Hij haakte af toen de stroming onder aanvoering van Filippo Marinetti meer en meer geëxalteerd raakte door geweld en later ook het fascisme. Palazzeschi’s belangstelling voor het avant-gardisme beperkte zich tot de vrijere en creatievere opvatting van literatuur die erdoor mogelijk werd. Daarvan getuigt ook zijn opvallendste werk uit die periode, Il codice di Perelà (1911), waarin het hoofdpersonage helemaal uit rook bestaat. Maar net als de rest van het oeuvre van Palazzeschi is dit boek vooralsnog niet vertaald (op een fragment na in het Vlaamse tijdschrift Yang). De gezusters Materassi, duidelijk geschreven in een periode waarin de auteur zijn ‘wilde haren’ verloren had - al is het nog niet braaf genoeg om voor burgerlijk door te gaan -, is de eerste vertaling die van hem in Nederland verschijnt.

De kalmte waarmee deze roman wordt opgebouwd blijkt al uit de ruimte die is besteed om de setting te beschrijven. Het landschap krijgt menselijke trekken toegedicht. De heuvels reiken omhoog als ijdele dames, en kijken slechts met een schuinse blik omlaag naar hun ‘dienstbodes’, de dalen. Evenzo geven de bomen uiting aan een eigen ziel:

‘Kronkelige bomen, misschien gemarteld door een innerlijke kwellende vraag naar het waarom, staan er nerveus, hysterisch, taai, ascetisch, naar de hemel te kijken met een diepe, kwijnende blik, of ze tonen een naaktheid als van Christus aan het kruis. Nooit zijn ze gedachteloos of goedmoedig mollig, ze beleven geen greintje vreugde aan spieren of huid.’

Een voor een treden ook de verschillende personages voor het voetlicht. Allereerst Carolina en Teresa Materassi, de getalenteerde zusters, en pas wanneer zij uitvoerig zijn geïntroduceerd is er plaats voor een derde zus, en nog weer later voor een vierde. Die vierde zus komt dan juist te overlijden, en omdat haar veertienjarige zoon daarop verweest (de vader was al eerder gestorven), nemen zijn tantes hem in huis. De beroering die deze jongen van een bedrieglijke serene schoonheid in het huis teweegbrengt, en uiteindelijk de manier waarop hij het hele familiekapitaal ruïneert, vormt de spil van de roman.

Secuur worden de ontwikkelingen bij de Materassi’s uitgesponnen. Hoe de personages reageren op de komst van neef Remo, hoe de jongen bewondering afdwingt bij zijn nieuwe buren en vrees tegelijk, hoe hij zijn tantes inpalmt en langzaam maar zeker ondergeschikt maakt aan zijn wensen en grillen - van dure auto’s tot nachtelijke uitspattingen als hij met een vriendengroep de provisiekamer leegplundert. De details waarmee Palazzeschi al zulke scènes tot leven wekt en de miniatuurschaal waarop de spanningen plaatsvinden, de hele verteltrant doet denken aan de borduurwerken waarover de zussen Materassi hele dagen zo aandachtig gebogen zitten.

Diezelfde vergelijking roepen de patronen op die door de roman heen vervlochten zijn. De familiegeschiedenis lijkt zich te herhalen met de komst en de almaar verwilderende gedragingen van Remo: ‘”Net als zijn grootvader, net zo.” Dat zeiden de leeftijdgenoten van de oude man die zich diens slapte tegenover zijn zoon herinnerden.’ Maar de herhalingen doen zich ook voor op een lager niveau, ook in gebaren, trekjes en typerende uitspraken. ‘Zi’ Tè, Zi’ Cà,’ roept Remo zijn tantes veelvuldig toe (zì is een afkorting van zia, tante). De lezer krijgt langzamerhand door hoe ingenomen, ja vertederd de dames raken door die aanroep. De spanning stijgt, je ziet aankomen dat Remo hen hiermee gaat manipuleren.

Maar deze roman staat toe de verwikkelingen evengoed van een afstand te bekijken. Precies zoals het een goede handwerker betaamt om zo nu en dan zijn borduursel een eindje van zich af te houden en het totaalbeeld te bezien. Dat biedt, althans in de taal, de ruimte aan een flinke dosis ironie. Tekenend is de houding van de derde zus Giselda, een verbitterde vrouw die zich doorgaans op de bovenverdieping verschanst als er beneden woordenwisselingen zijn, en dan treiterend begint te zingen:

‘Haar zusters mochten zich bezighouden met de neef en desnoods met de dienstbode, zij zou er zich eventueel toe beperken vanaf de bovenverdieping een sentimenteel, hartstochtelijk of weemoedig, of desnoods heldhaftig of vrolijk wijsje te laten horen, maar wel op momenten dat zij op de begane grond zich in de minst gepaste geestesgesteldheid bevonden om te genieten van belcanto. Zodat de ernstige gebeurtenissen binnen de familiekring zich voltrokken met muziek zoals in een opera.’

Die ironie herinnert aan die van tijdgenoot Italo Svevo. In zijn beroemdste roman, Bekentenissen van Zeno (1923) werden de hartstochten en oplaaiende gemoederen van de burgerlijke klasse ook danig op de korrel genomen. Maar waar bij Svevo de ironie in een grijns lijkt vervat, blijft hij bij Palazzeschi beperkt tot een vriendelijke glimlach; hij blijft geestiger, onschuldiger. Net als de personages van Boccaccio lijken die van Palazzeschi buiten de ernstige feiten van de geschiedenis om te leven - in een verstilde ruimte waar het tikken van de klok niet meer te horen is.

Karlijn de Winter studeerde communicatie- en informatiewetenschappen aan de VU te Amsterdam en Italiaanse taal en cultuur aan de Universiteit Utrecht. Op dit moment werkt ze als freelance tekstschrijver. Daarnaast is ze redactielid van Recensieweb.nl.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum