Recensie: Westerse Kali in Kolkata

30 november 2015 , door Lodewijk Brunt
| | |

Op het omslag van Paul Theroux’s Een dode hand. Een moord in Calcutta staat Kali afgebeeld. De zwarte hindoegodin is populair in het oosten van India, vooral Bengalen en Assam. Wat de olifantsgod Ganesh is voor Mumbai, is Kali voor Kolkata (zoals Calcutta tegenwoordig heet): een geliefde beschermvrouwe. Ze is de godin van de tijd, maar ook van de taal. Passend dat ze het omslag siert van een boek over de Amerikaanse reisschrijver Jerry Delfont die op uitnodiging van het Amerikaanse consulaat lezingen komt houden in Kolkata en er op hun kosten een tijdje blijft hangen. Hij doet inspiratie op voor een nieuw boek, maar hij is geblokkeerd en komt tot niets. De schrijver heeft een ‘dode hand’. Wie kan in zo’n situatie beter helpen dan de godin Kali? Maar let op: ze is ook bloeddorstig. Ze bestrijdt boze geesten te vuur en te zwaard, ze draagt een rok van afgehakte armen en een halsketting van afgehakte hoofden. Door lodewijk brunt.

Delfont kent India nauwelijks, laat staan dat hij iets zou weten van het ingewikkelde rijk van hindoegoden en godinnen. Zoals iedere verwende toerist moppert hij op het klimaat en heeft hij na een paar dagen gruwelijk de pest aan Kolkata, ‘de stad vol misvormingen’. ‘De stad ademde verval’, schrijft Delfont in zijn notitieblok, ‘leek op de kriebels die je krijgt als je een overvolle stofzuigerzak leegt, vol heet gruis en dood haar en dotten stof en schilfers, als je moet kokhalzen, en krabben van irritatie en je de jeuk en de vunzigheid van je gezicht probeert te vegen’.

Zijn verblijf krijgt kleur als hij kennismaakt met Mevrouw Unger, een Amerikaanse onderneemster die hem om hulp vraagt. Een huisvriend moet uit een moeilijk parket worden gered en Delfont zou daarbij, juist als gewone toerist, goede diensten kunnen verlenen. De schrijver raakt stukje bij beetje betrokken bij de zaak, die minder onschuldig blijkt te zijn dan hem aanvankelijk was voorgespiegeld: er is een klein kind vermoord. De vraag dringt zich op: wie heeft het gedaan? Maar ook: wie was het slachtoffer, want van het dode kind wordt alleen een handje gevonden. Nog een ‘dode hand’, maar nu écht.

Theroux houdt van een beetje symboliek. De exotische Mevrouw Unger windt Delfont om haar vinger en probeert hem in haar web te verstrikken door hem zwoele, tantrische massages toe te dienen: ‘Tijdens de massage paste ze een lichte druk toe en hield me vast, alsof ik aan een langer wordende draad van seksuele spanning hing - een golf van energie, een trilling van seksuele lust, geen orgasme, maar iets soortgelijks dat er licht langsscheerde, een intens genot’. Maar hoezeer Delfont ook door haar verblind is, zelfs hem valt op dat ze huiveringwekkende, duistere kanten heeft. Ze loopt tot haar enkels door het bloed als ze een geit laat slachten in de beroemde tempel van Kalighat, ze laat zich ‘Ma’ noemen en ze bekent dat ze eigenlijk ‘zwart’ is. Mevrouw Unger is de gevreesde Ma Kali, alle draden van de moordzaak komen bij haar uit.

Paul Theroux is geen schrijver met een gouden pen. Waarom gaat een doortrapt loeder als Mevrouw Unger met de onnozele brekebeen Delfont in zee? De problemen waar ze mee kampt, worden in het echte India met steekpenningen opgelost - zeker door iemand met geld die de plaatselijke taal spreekt en over de juiste contacten beschikt. Het is ook in andere opzichten moeilijk om je de situatie in te denken, Theroux is gemakzuchtig en slordig. In welke tijd van het jaar speelt het verhaal zich af? Soms denk je voorjaar (de natte tijd komt eraan), soms denk je najaar (het Kali Puja festival is net achter de rug). Woorden uit het Bengaals en het Hindi worden door elkaar gehusseld, Indiase personages zijn karikaturen, beschrijvingen van personen zijn halfslachtig en niet consistent. En, voor sommigen misschien de ultieme doodzonde: de ontknoping van de moordzaak zie je te lang van tevoren aankomen.

Maar er staat iets tegenover. Gelukkig loopt Delfont vaak met zijn ziel onder de arm door Kolkata; dat levert heel wat inkijkjes op. En dat hij het allemaal niks vindt, neem je dan maar op de koop toe.

Lodewijk Brunt is stadssocioloog.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum