Recensie: Afstandelijk, maar desondanks intiem

30 november 2015 , door Daan Stoffelsen
| | | |

Het lukte me niet mijn hond te leren dansen, maar ik zette hem op na zijn dood. Ik adopteerde de zoon van een omgekomen NSB’er, en nu neemt hij wraak op me door naar Duitsland te vertrekken. Dochter koopt spade om ketting overleden moeder en rivale op te graven. Anders dan de meeste goede romans en gedichten, laten goede korte verhalen zich nog wel eens samenvatten in een zin: het zijn uitgewerkte situaties, met mensen bevolkte gegevens . In Bagatellen, de nieuwe verhalenbundel van Willem G. van Maanen, zijn de situaties optimaal uitgewerkt, en worden de personages intimi. Neem ‘Hondedans’. Waarom zou je een hond willen leren dansen? En waarom zet je hem op? Door daan stoffelsen

‘Weet je wat, ik vertel je nog eens, en nu tot in detail, het verhaal van hoe we onze hond hebben leren dansen, nu ja, geprobeerd, want alles eindigde voortijdig in een tragedie, of, als je zo’n mislukking om te lachen vindt, komedie.’ Zo, alsof we midden in een gesprek zitten, haalt de verteller een herinnering op. Alsof, ook, hiermee iets na lange onzekerheid verklaard wordt. De ik, twaalf, en zijn broer, veertien, zagen een beer dansen, eerst op straat, toen in het circus, en in de pauze gingen ze op zoek naar de berentemmer tot ‘een in zachtroze gekleed meisje met halfblote borsten, dat ik als amazone meende te herkennen, ons toefluisterde dat onze vriend al in bed lag, de beer aan zijn voeten of in zijn armen, dat hing van het applaus die avond af. Ze streek me over mijn haar, ik rilde’.

En dus gaan de jongens, bij gebrek aan een beer, hun hondje leren dansen. In twee pagina’s heeft Van Maanen de aanzet tot de tragikomische verwikkelingen gegeven: er is die oudere broer, conflict gegarandeerd, een droom van een circusmeisje, romantiek gegarandeerd, en er is een onhaalbaar doel: een hond leren dansen. In enkele pagina’s vervolgens wordt een jongen een man, ontstaat een broedertwist en raakt de hond, ondanks geduldige lessen, verlamd. ‘Hondenziekte, zei de dierenarts, ongeneeslijk, we moeten hem laten inslapen. We, zei hij, mij in zijn onmacht betrekkend.’

Een mooie observatie, ietwat fantastische elementen, de suggestie van diepe rivaliteit tussen broers, een veelbelovende opening en een slot dat genoeg te raden overlaat. ‘Hondendans’ heeft alles wat goede literatuur, wat een goed verhaal heeft. Bagatellen heeft vervolgens alles wat een verhalenbundel goed maakt: stuk voor stuk sterke verhalen, in de eerste plaats, en lichte tonen van verwante thematiek in die verschillende verhalen. In het ene verhaal raakt een toneelschrijver verlamd, in een ander wordt een hond als vervanger van een overleden man gezocht. In weer een ander verhaal verkiest een vrouw een broer boven een broer. Er duiken meermaals vondelingen op, lijken worden gevonden en opgegraven. Het zijn ingrijpende gebeurtenissen die prettig onberoerd worden verteld – een vervreemding die op zich al tot verder lezen uitnodigt.

Als er iets is wat dit netwerk van thema’s en themaatjes verder bindt, dan is het dat fantastische, dat elk van de verhalen uniek maakt, en de bundel en het oeuvre van Van Maanen als geheel karakteriseert. Wil je vervolgens Van Maanens grote kwaliteit aanwijzen, dan is het de geleidelijkheid waarmee het ondenkbare geloofwaardig wordt, de soepele stijl waarmee zijn vertellers je een sprookje in of uit kletsen. Neem dan ‘Een vondst’, dat opent met een paginalange zin waarin de verteller in het bos op iets stuit.

‘... kijk dan man, en nog eens die vloek, het is een dooie, en ja, zeg ik, je hebt gelijk, ik zie het, het is mijn buurvrouw.
Wacht even, dat zei ik niet, ik dacht het, wist het, alsof ik haar daar zelf had neergelegd. Als dat waar zou zijn was ik het vergeten zoals ik alles vergeet, alzheimer op zijn minst, vervroegde dementie, op den duur dodelijk, maar zover was het nog niet met me. Hoe vaak de dokter me al niet had gewaarschuwd, ga er niet meer alleen op uit, neem iemand mee, je buurvrouw voor mijn part, je kunt jezelf niet meer vertrouwen.’

Dan heb je de moordzaak al bijna opgelost, maar door het gestuntel van de alzheimerpatiënt begin je weer te twijfelen. Een thriller wordt het niet, noch een tragedie, noch een komedie – bagatellen is voor het dramatische verloop van deze verhalen een goed gekozen term. Maar het vakmanschap van de negentigjarige Huygensprijslaureaat is niet te bagatelliseren. Het is een andere spanning, een ander drama dat hij brengt, van een afstandje, met stijl en humor. Weinig hip, wel uiterst aangenaam. Laten we het recensentencliché omdraaien en stellen dat we op een oeuvre zijn gestuit dat teruglezen verdient.

Deze recensie verscheen eerder op Recensieweb.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum