Recensie: Camus: na vijftig jaar ontleed en aanraakbaar

30 november 2015 , door David Peeperkorn
| | |

Op 4 januari 1960 vond Albert Camus bij een verkeersongeval de dood. Op weg naar Parijs, raakte de Facel Vega van zijn vriend Michel Gallimard bij Villeneuve La Guyard van de weg en botste tegen een plataan. Na de klap volgde een ongemakkelijke stilte. Want de roem van Camus - Nobelprijs voor Literatuur 1957 – was aan het tanen; hij had lang niets meer gepubliceerd. Maar toen kwamen de in memoriams. Vrijwel iedereen, ook zijn tegenstanders, onderkende de enormiteit van deze dood. Naast schrijver, journalist en theatermaker was Albert Camus een présence; hij was er. Men wist dat er in ieder geval één man was die zich niet liet meeslepen door de tegenstellingen van de Koude Oorlog en door de waan van de dag. Het was zoals Jean Daniel het omschreef in de ondertitel van zijn fraaie boek (2006) over de journalist Camus: Avec Camus, comment résister à l’air du temps. Door david peeperkorn.

 

Nu zijn we vijftig jaar verder en de dood van Albert Camus wordt herdacht met een stroom publicaties. Er is een aan Camus gewijd nummer van Magazine Littéraire en een nummer-hors série van Le Monde. Daarnaast is er een nieuwe biografie door Virgil Tanase, onmiddellijk uitgegeven als een Folio biographies. Er is de vierdelige Pléiade-editie van zijn werk uit 2007. En er zijn, ten slotte twee nieuwe boeken over Camus, belangrijke aanvullingen op de literatuur: Dictionnaire Albert Camus, onder de redactie van Jeanyves Guérin, en Albert Camus, solitaire et solidaire, door Catherine Camus,

De actualiteit van Albert Camus

Is Albert Camus nog actueel of is hij eigenlijk een relict uit het tijdperk van de Grote Ideologieën? Het antwoord op deze vraag is zonder voorbehoud bevestigend: Camus is actueler dan ooit. Want hij is één van de eersten, zo niet de eerste die, vooral in L’Homme Révolté, heeft nagedacht over het recht op opstand, iets waaraan onze opiniemakers met hun banvloeken tegen ‘terrorisme’ maar liever stilletjes voorbijgaan.

Hij is bovendien de meest gelezen Franse auteur buiten Frankrijk. Voor Nederlanders is het La Chute (1957) dat onvergetelijke beelden bevat. Het speelt in café Mexico City in de binnenstad van Amsterdam, de binnenste kring van de Hel van Dante, aldus Camus. Holland is, zo schrijft hij, een droom. Het is een droom van de Oost, van Indonesië, van het verre Cipango. Hollanders zijn Lohengrins, die als zwanen langs zweven aan het steile stuur van hun zwarte fietsen. De dames achter de ramen parfumeren zich met specerijen; ze doen hun gordijnen dicht en la navigation commence.

En er is de novelle L’Etranger, met taalgebruik dat doet denken aan mokerslagen of La Peste, de grote roman van Camus. Na zijn dood verscheen onder meer het door zijn dochter Catherine bezorgde Le Premier Homme, geschiedenis van de vader die in WO I sneuvelde toen Albert Camus nog maar één jaar was. Daarnaast zijn er de toneelstukken, zoals Caligula en Les Justes, en de bewerkingen voor toneel, er zijn korte verhalen en polemische geschriften, dagboekaantekeningen, briefwisselingen en veel journalistiek. Camus placht niet stil te zitten. Des te tragischer is zijn stilte tijdens de Algerijnse bevrijdingsoorlog, door hem ervaren als een burgeroorlog. Hij had voor die stilte gekozen, een keus die hem moet hebben verscheurd.

Camus in lemma's ontleed

Het Dictionnaire is verrassend omdat het in uiteenlopende lemma’s velerlei toegangen biedt tot het werk van Albert Camus. Het geeft, behalve de biografie van Albert Camus, een goed beeld van zijn gedachtenwereld en zijn veelzijdigheid. Er hebben onder leiding van Jeanyves Guérin, die tevens de meeste van de grote lemma’s heeft geschreven, 65 mensen aan meegewerkt. De lemma’s bevatten korte opstellen over de belangrijkste werken van Camus en bestrijken zijn andere activiteiten. Ook de namen van zijn belangrijkste personages – Meursault, Rieux, Clamence – zijn lemma’s. Evenzo bevat deze Dictionnaire lemma’s over de leermeesters van Camus, over de belangrijkste invloeden op zijn werk, over zijn ideeën en over degenen die zijn pad hebben gekruist. Er is, vanzelfsprekend, een lemma Sartre en diens waterdrager Jeanson, maar ook zijn er lemma’s over Francois Mauriac en Raymond Aron en over de vriend van Camus, de dichter René Char, over de door hem ontdekte Simone Weil en over Germaine Tillon. De vrouw van Camus, Francine, heeft geen lemma, zijn kinderen, Catherine en Jean, evenmin. Weer wel een lemma heeft de vriendin van Albert Camus, de toneelspeelster Maria Casarès.

Een Dictionnaire als deze is indringender en verrassender dan een biografie. In dit boek komt men in korte tijd, op een heel andere manier, veel over Albert Camus te weten. De Dictionnaire bevat alleen niet een inhoudsopgave van de lemma’s waarvoor de samenstellers hebben gekozen, en dat is een gemis. Net als de afwezigheid van Camus als privé-persoon.

Camus aanraakbaar

Dat wordt goed gemaakt door Albert Camus, solitaire et solidaire van zijn dochter Catherine, een warm en prachtig fotoboek op groot formaat, een familiealbum. Catherine Camus bewaakt de literaire nalatenschap van haar vader en doet dat overtuigend en met overtuiging. Zij begint dit album met de aangrijpende woorden 'Albert Camus n’est pas un père, mais mon père c’est Albert Camus'. Het album is chronologisch en in hoofdstukken ingedeeld. Het bevat twee soorten tekst, een uitleg van de foto’s alsmede bijbehorende, goed gekozen citaten - in hoofdzaak uit het werk van Camus. Al bladerend komt hij bijna aanraakbaar dichtbij. Er is een foto van zijn onderwijzer, Louis Germain, de man die ervoor heeft gezorgd dat Albert Camus verder kon leren. Nadat hij in 1957 de Nobelprijs had gekregen, droeg hij zijn Discours de Suède op aan zijn onderwijzer. Voorts zijn er foto’s van het koloniale Algiers. Zij geven een beeld van de armoede van de jeugd van Albert Camus. Er is een foto van zijn oom de boucher Acault, wiens boeken de jonge Albert las, en van zijn eerste uitgever, Edmond Charlot, de boekhandelaar van Les Vraies Richesses te Algiers. Er zijn veel foto’s van zijn vrouw Francine, de moeder van Catherine, en ook van de vriendin van Albert Camus, Maria Casarès.

Interessant zijn de foto’s van de journalistentijd van Camus bij de Alger Républicain en, na de bezetting, in Parijs toen hij werkte voor Combat . Zo ook die van de mandarijnenkringen waarin hij na de bevrijding van Parijs verkeerde. Steeds weer, en in alle fasen van zijn leven, keert Camus terug naar het toneel: men ziet hem met Gerard Philippe, met Maria Casarès en met Catherine Sellers

Een ontdekking ten slotte voor Amsterdammers is de foto van café Mexico City. Het adres blijkt te zijn Warmoesstraat 91. Nu bevindt zich daar een coffeeshop. De hoeren besprenkelen zich niet meer met Oosterse kruiden en men bezoekt hen niet meer voor een zeereis naar het verre Cipango.

De Dictionnaire Albert Camus en het fotoalbum van Catherine Camus vullen elkaar aan, het ene boek verrijkt het andere. Camus is niet alleen nog altijd actueel, we leren hem nog altijd beter kennen.

David Peeperkorn is jurist. Hij is de schrijver van Jean-Jacques Rousseau en zijn uitgever Marc-Michel Rey (Zutphen, Walburg Pers, 2009).

Gerelateerde artikelen

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum