Recensie: De geilheid die bij deze nachtelijke klopjacht uw stut is geweest

30 november 2015 , door Marleen Louter
| | |

Er kan in Nederland geen fatsoenlijk verhaal verteld worden zonder dat de personages vroeg of laat uit de kleren gaan en er een pikante, ranzige, houterige of anderszins opzienbarende sekspartij volgt. Dat hardnekkige vooroordeel kleeft al sinds de jaren zestig aan de Nederlandse literatuur. Maar is dat een vertekend beeld, veroorzaakt door het opzien dat romans als Turks fruit en Ik, Jan Cremer incidenteel baarden? Of vervult ‘de daad’ als motief in onze literatuur echt een belangrijke functie? Op die prangende vraag geeft literatuurhistoricus Piet Calis in Venus in minirok. Seks in de literatuur na 1945 geen antwoord. Door marleen louter.

'Maar zij omhelst met haar twee armen
Of er geen wereld meer bestaat
Naast haar amandelgeurge warme
Lichaam en haar gloeiend gelaat;
En onder den regen der heete
Kussen bestaat die ook niet meer;
Waar het lichaam verrijst, vergeten
De zielen hun dracht aan oud zeer.'

Het is nu haast ondenkbaar dat de auteur van het omzichtige, schuchtere liefdesgedicht waaruit het bovenstaande fragment afkomstig is, ‘Voetreis naar Rome’ van Bertus Aafjes, om deze passage in 1946 door het rooms-katholieke weekblad De linie in staat van beschuldiging werd gesteld: ‘Hij bevordert minachting voor de elementaire wetten der kuisheid en der naastenliefde, die als een kanker vreet aan onze samenleving,' tierde het blad. Het was een van de eerste voorvallen waarbij literatuur botste met de preutsheid die de Nederlandse volksgeest destijds beheerste, schrijft Calis.

De seksuele revolutie in de literatuur

Calis onderzoekt in hoeverre de heersende seksuele moraal weerspiegeld wordt in de contemporaine literatuur. Vooral in de jaren veertig en vijftig levert dat smeuïge anekdotes op. Na 1945 werd - in de woorden van Lucebert - ‘de ruimte van het volledig leven’ in de literatuur tot uitdrukking gebracht. Dat, in combinatie met de verkrampte volksgeest, leidde tot botsingen. Tekenend is bijvoorbeeld de commotie die ontstond naar aanleiding van de dichtregel ‘Alles zoop en naaide’ van Remco Campert, in het gedicht ‘ Niet te geloven’. Het was de bedoeling dat Campert het in het tv-programma Literaire ontmoetingen zou voordragen, maar de AVRO weigerde.

De NRC, waarin het gedicht vervolgens werd geciteerd, loste het handiger op. Het verving het gevreesde woord voor: ‘woord dat in minder platte zin betekent: naald en draad hanteren.’ Ook later zijn er weinig seksuele taboes die in de literatuur niet onder handen zijn genomen, al is de grootste spanning er na de seksuele revolutie wel af. Dat laat Calis zien in hoofdstukken waarin hij steeds een ander aspect van de seksualiteit - voorspel en orgasme, maar ook masturbatie, homofilie, overspel en prostitutie - belicht.

Calis citeert veelvuldig, uit alle hoeken van de Nederlandse literatuur; van Ik, Jan Cremer uit 1964 tot Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje uit 2008. Zijn belezenheid maakt de curieuze verzameling teksten bij uitstek geschikt om in te grasduinen. Dan stuit je bijvoorbeeld op de prachtige innerlijke tweestrijd die het hoofdpersonage in de novelle Dwaallicht van Willem Elsschot voert, wanneer hij voor het huis staat van het meisje naar wie hij verlangt:

‘Kom oude sater, het is genoeg. Laat haar in vrede genieten van haar laatste cigaretten, droomen van haar sjaaltje en van haren pot gember. En loop door, dan wordt u wellicht de geilheid niet aangerekend die bij deze nachtelijke klopjacht uw stut is geweest.
Nu vooral niet gaan kniezen en niet mee naar Mombay, niet meer op zoek naar het nestje van Fathma, maar gauw naar huis met mijn krant om weer plaats te nemen in den kring van die waar ik aan gebonden ben en die mij vervelen, onuitsprekelijk.’

Wanneer je het aan een stuk door leest, krijgt het boek na een paar hoofstukken een wat opsommend en willekeurig karakter. Calis citeert, geeft een korte karakterisering van het fragment en slaat dan een bruggetje naar het volgende fragment. Bovendien bekruipt je het gevoel dat hij een open deur intrapt. Sex sells, natuurlijk, en literatuur choqueert, ook dat spreekt voor zich, maar er moet toch iets meer over te zeggen zijn?

Het waas van nuchterheid

Zo blijkt in Venus in minirok opnieuw de invloed van de monumentale roman De avonden, met die ontluisterende, van iedere illusie gespeende toon waarmee Gerard Reve (ook) het seksleven van Frits van Egters beschrijft, zoals wanneer die zijn konijn ‘knuffelt’.

‘Hij ging op de stoel voor de schrijftafel zitten, haalde het dier weer tevoorschijn, klemde het tussen zijn benen in het kruis en streelde de oren achterover. “ Het is hier koud” zei hij hardop, duwde het dier achter een rij boeken, deed het licht uit en ging voor het raam staan. “De avond is gekomen,” mompelde hij.’

De invloed van De avonden is te zien in de onverstoorbare Hollandse nuchterheid die als een waas over veel van de scènes in het boek ligt, ook al zijn ze opgewekt en liefdevol van inhoud. Rechttoe, rechtaan, dat lijkt in veel gevallen het adagium, in een stijl die wars is van metaforiek en zinnelijkheid. Soms pakt dat overigens verrassend sterk uit, zoals de scene in Joe Speedboot van Tommy Wieringa, waarin de invalide hoofdpersoon wordt ontmaagd door de negerin Picolien Jane:

‘PJ helpt me overeind en we gaan naar het bed. Ik laat me vallen, ze haalt de strik uit mijn klompschoenen en maakt de veters los. Ze doet mijn schoenen uit en mijn broek, ik lig weerloos voor haar. Onder haar truitje draagt ze een witte bh. Er zijn bleke striemen op haar buik, mijn hand vraagt om haar. Met haar handen achter haar rug haakt ze de bh los, haar armen glijden door de bandjes en ik zie haar borsten. Ik heb haar lief.’

Daarnaast herbergt onze literatuur ook allochtone schrijvers als Hafid Bouazza, die dat pantser van nuchterheid vakkundig doorbreken, bijvoorbeeld in de roman Paravion: ‘Ze lag steunend op haar elleboog het sluimerende profiel van haar man op te drinken en op te eten met haar ogen die een en al pupil en glinstering waren.’

Het is uiteindelijk vooral die veelkleurigheid die zichtbaar wordt in Venus in minirok. Het boek toont een pallet van alle menselijke facetten die samenhangen met de erotiek, een onderwerp dat zo persoonlijk is dat het wel een enorme variatie aan beelden en beschrijvingen moet opleveren. Als je het zo bekijkt, is het geen gebrek dat Calis enigszins aan de oppervlakte blijft. Want de conclusie die kan worden getrokken, is nu eenmaal een open deur: meer dan maatschappelijke veranderingen worden, als het om seks gaat, in de literatuur de menselijke behoeften en fantasieën weerspiegeld – hetzij pikant, hetzij ranzig, hetzij houterig, hetzij liefdevol.

Marleen Louter is neerlandica. Ze schrijft recensies voor Recensieweb.nl en werkt als webredacteur voor Athenaeum.nl.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum