Recensie: De mislukte fruitschaal en eenzaamheid na Barthes

30 november 2015 , door Ruth Kief
| | |

In november 2009 verscheen Changing My Mind, van de Britse auteur Zadie Smith (1975), dit voorjaar de vertaling: Ik heb mij bedacht. Smith,bekend van romans als The Autograph Man (2002) en On Beauty (2005), heeft zich ondanks haar grote succes als fictieschrijver de afgelopen jaren vooral beziggehouden met het schrijven van (gelegenheids)essays voor kranten en tijdschriften. In Changing My Mind vinden we een overzicht van haar non-fictiestukken van de afgelopen tien jaar, die ondanks Smiths grote schrijftalent helaas vaak niet overtuigen. Door ruth kief.

Bij het lezen van de bundel sprong vooral het deel ‘Feeling’ er echt uit, met drie essays over het gezin waarin Smith opgroeide, en dan in het bijzonder over haar overleden vader Harvey Smith, aan wie de bundel opgedragen is. In beschouwingen over kerstmis met de familie, het oorlogsverleden van Harvey en zijn ziekbed, zien we Smith op haar sterkst. Net als in haar debuut White Teeth (2000) en haar derde roman On Beauty laat ze ook hier weer op een eerlijke en soms ontroerende manier zien hoe verschrikkelijk banaal, en dus verre van ideaal, het gezinsleven kan zijn. En tegelijkertijd gebeurt er dan toch ook altijd net iets meer. In het stuk over kerstmis schrijft ze bijvoorbeeld over de kerstrituelen bij de familie Smith en over het belang deze rituelen in ere te houden, hoe onnozel of saai ze ook zijn. Haar korte betoog verluchtigt ze met geweldige anekdotes over specifieke kerstvieringen, zoals deze over een kerstcadeau van een buurman:

‘… my parents were friends with an Irishman who gave us a homemade fruit bowl this [...] Christmas and then the following winter betrayed the spirit of Christmas by making a different kind of homemade gift with which he tried to blow up No. 11 Downing Street. We knew nothing about the bomb until years later, but we all knew about the ugly fruit bowl, ceramic and swirly and unable to stand up straight on a tabletop. This was filled with nuts and laid on the carpet to limit the wobble.’

Deze korte beschrijving van een lelijk en onhandig cadeau dat toch maar in gebruik wordt genomen omdat het door een vriend gemaakt is, is meer dan alleen een herkenbare anekdote. In deze alinea lijkt de mislukte fruitschaal de mislukking van de toekomstige aanslag in zich te dragen: alles wat deze man met zijn handen onderneemt is tot mislukken gedoemd. Bovendien vraag je je onvermijdelijk af of hij wel in orde is. Want nummer 11 is niet onbelangrijk voor het functioneren van de Britse staat, maar had hij niet eigenlijk op nummer 10 moeten zijn?

Dit is de kracht van Smith. In drie zinnen weet ze een hele wereld op te roepen die zowel vertrouwd is als vreemd. Haar intelligente en humoristische stijl prikkelt en stimuleert je je eigen fantasie te gebruiken. Helaas zien we in deze bundel ook een minder sterke kant van haar. Ik verheugde me aanvankelijk vooral op de essays in het deel ‘Reading’. Net als schrijvers als Dave Eggers en Jonathan Safran Foer wordt Smith vaak gezien als een auteur die in haar literatuur voorbij het postmodernisme probeert te gaan. Smith doet dit door bijvoorbeeld de keerzijde van multiculturalisme aan de kaak te stellen. Het is hierom dat ik nieuwsgierig was naar haar kijk op literatuur: slaagt ze erin om op een nieuwe manier weerwoord te bieden aan postmoderne of poststructuralistische theoretici? Op dit punt echter stelt Changing My Mind teleur. Hoewel ze ook hier weer prachtig schrijft — haar metafoor voor het boek als een huis waar je als lezer op je tenen in rond kan lopen of dat je met veel bombarie kan kraken, vind ik mooi en treffend — zijn haar essays vooral te traditioneel.

Voordat Smith in 2000 als schrijver doorbrak met het veelgeprezen White Teeth studeerde ze Engelse letterkunde aan Cambridge en deze klassieke scholing is hier naar mijn zin te veel terug te zien. Smith lardeert haar stukken met biografische feiten over de auteurs die ze bespreekt, is te zeer bezig met het reconstrueren van een auteursintentie. Liever had ik hier close readings gelezen, en dan op eigen merites. Want kijken, analyseren en verwoorden kan ze juist zo goed. Wat maakt het dan uit of die observaties wel of niet stroken met de oorspronkelijke bedoelingen van de schrijver?

In het essay ‘Rereading Barthes and Nabokov’ geeft Smith antwoord op deze vraag wanneer ze stelt dat lezen na kennisname van Barthes overlijdensverklaring van de auteur haar eenzaam maakte, dat lezen voor haar een manier is om zich met een ander bewustzijn verbonden te voelen. Hoe aangrijpend dit argument ook is, het overtuigt niet. Lezen en kennisnemen van biografische informatie over de schrijver biedt geen enkele garantie dat je diens werkelijke intentie kunt achterhalen, net zomin als je ooit werkelijk zult weten of je elkaar bij een gesprek echt goed begrepen hebt. En zelfs al zou je wel kunnen zeggen dat een schrijver dit of dat bedoelde toen hij/zij die alinea schreef, dan is het nog steeds zonde om alle andere mogelijke analyses te verwerpen. Dat zou wat mij betreft een enorme verschraling van het lezen zijn.

Naast speculaties over schrijversintenties houdt Smith zich veel bezig met kwalificeren en poogt ze bijvoorbeeld aan te tonen dat een boek onterecht als slecht afgedaan is. Ook dit vind ik jammer, omdat het een analytisch perspectief in de weg staat. Na het lezen van het eerste deel, maar vooral tijdens het derde deel — waarin een compilatie van haar filmrecensies is opgenomen — kreeg ik steeds meer het gevoel dat ik met een vriendin over dat en dat boek of die en die film had zitten kletsen. Dat werkt enthousiasmerend (mijn lijstje met te kijken films is na het lezen van dit boek aanzienlijk langer geworden), maar veel meer dan dat is het ook niet. Waar dat bij de essays over haar familie wel gebeurt, levert het lezen van deze stukken je geen nieuwe inzichten of verassende perspectieven. Hoe mooi Smith ook schrijft in Changing my Mind, ik hoop toch vooral dat ze hierna weer met een prachtige familieroman zal komen.

Ruth Kief studeerde Algemene Literatuurwetenschap (UvA) en was medeoprichter en voorzitter van studievereniging Fabula Rasa.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum