Recensie: De pop en de Spaanse griep

30 november 2015 , door Herm Pol
| | |

Ik schiet nogal eens vol tijdens het lezen van een boek. Niet dat ik het op een huilen zet, maar wel dat je de tranen achter je ogen voelt zitten en je voor de zekerheid even kijkt of er een zakdoek in de buurt is, voor het geval dat. Meestal gaat het dan om poëzie: Robert Frost, Ida Gerhardt. Goede poëzie namelijk glijdt niet van je af, is als lijm, het kleeft. En eigenlijk is dat met een goede roman net zo. Literatuur moet je zintuigen raken, en moet bijblijven. Van een goed boek mag je eigenlijk niet zonder kleerscheuren af komen. Jammer genoeg gebeurt dat lang niet altijd, lang niet altijd.
William Maxwells De eerste zwaluw (They Came Like Swallows, vertaald door Gerlof Jansen) is wel zo’n boek dat je niet vergeet. Het verscheen in 1937, driekwart eeuw geleden, en heeft wat mij betreft nog niets aan kracht en schoonheid ingeboet. Door herm pol.

En dan is het ook nog maar één van zijn juwelen, want verleden jaar verscheen ook al het al even schitterende Tot ziens, tot morgen (So Long, See You Tomorrow) in vertaling. Maxwell (1908-2000) was fiction editor bij de New Yorker en werkte met Nabokov, Updike, John Cheever en Salinger. De beste editor ooit wordt hij ook wel genoemd. Iets wat trouwens ook wel af te leiden is uit de majestueuze stijl van zijn eigen romans.

Terug naar deze roman. De titel is ontleend aan een gedicht van Yeats en eigenlijk is er geen betere manier om het boek samen te vatten dan met dat gedicht. Maar dat behoeft een langere inleiding.

Het universum van een gezin

Het is november 1918. Peter Morrison, die Bunny genoemd wordt, wordt wakker en zoekt zijn pop om hem naast zich op het hoofdkussen te leggen. Bunny is acht jaar, eigenlijk te oud voor poppen. In een paar zinnen boetseert Maxwell hem, tekent hij zijn wereld en die plek die hij daarin inneemt.

‘Bunny werd niet direct helemaal wakker. Een geluid (wat, wist hij niet) raakte het oppervlak van zijn slaap en verzonk als een steen. Zijn droom week en liet hem wakker, gestrand op zijn bed, achter. Hij draaide zich hulpeloos om en staarde naar het plafond. De vorige winter was er een leiding gesprongen en nu was daar de omtrek van een geel meer. Terwijl Bunny ernaar keek, werd het meer een vogel met pluimen op zijn kop en uitstaande staartveren. Toen het niet verder veranderde, dwaalden zijn ogen omlaag, via het blauw-witte behang naar het andere bed, waar Robert lag te slapen.’

Het is een gevoelig introspectief jongetje van acht jaar oud, dat  voordurend over van alles en nog wat nadenkt. Een jongetje dat erg aan zijn moeder hangt en veel liefde wil. Een papjochie, dat is de eerste indruk die je krijgt. Zijn broertje, Robert, van 13, is heel anders. Veel zelfstandiger en wars van zorgende moeders en kussende tantes. Een beetje een Tom Sawyer, op aarde om zijn jongere broertje voortdurend aan het huilen te maken. Een papjochie en Tom Sawyer – met een paar pagina’s heeft Maxwell je een indruk ingegeven. Maar, en dat is ook knap, Maxwell brengt je daar weer snel vanaf.

Maxwell wisselt nu en dan van perspectief.  Door de ogen van de beide jongens zie je hun wereld, om vervolgens door de ogen van hun huisgenoten de twee jongens te zien. En zo schetst de schrijver een universum dat gezinsleven heet.

Elizabeth, de moeder, is in verwachting van haar derde kind.  Een meisje, hoopt vader Morrison. Hij is een vader die zijn zoons graag voorleest uit de krant over de echt belangrijke dingen in het leven. Het is 1918: Duitsland heeft net de overgave getekend en de Spaanse griep waart door het land. Bunny hoort het allemaal aan, hij begrijpt niet zo goed wat oorlog en griepepidemie nu helemaal inhouden. Hij is eigenlijk meer bezig met zijn eigen wereldje van speelgoed, van zijn broertje en de komst van een nieuw broertje of zusje. Maxwell kruipt in en uit het hoofd van de jongen en maakt gelukkig niet de fout om een achtjarige te volwassen te laten denken of te laten spreken. Het is juist het onvermogen van Bunny om te begrijpen of onder woorden te brengen, dat Maxwell laat zien.

De stille hoofdpersoon van een oeuvre

De eerste zwaluw bestaat uit drie chronologisch opeenvolgend vertelde gezichtspunten. Eerst zien we de wereld van Bunny door zijn ogen, het is de wereld van het gezin, en bijna even opzichtig, en dat is wel belangrijk, het huis waarin ze wonen. Dan zien we dezelfde wereld via zijn broertje en vervolgens via zijn vader. Drie personages, of eigenlijk vier, want ook het huis zelf, de kelder en de donkere hoeken op zolder, is een onmisbaar onderdeel  van Maxwells vertelling. Maar toch is geen van allen de hoofdpersoon, dat is namelijk Elizabeth, de moeder. Zonder dat Maxwell haar een eigen stem geeft, zonder dat haar denkwereld geopenbaard wordt, is zij het om wie alles draait. Haar Dasein, zou je kunnen zeggen, is bestaansreden voor de anderen.  

De jongens worden ziek — de Spaanse griep. Veel mensen sterven, maar de jongens herstellen. Elizabeth niet. Kort na de geboorte van het derde kind sterft ze.  En pas dan geeft Maxwell ook aan de vader een stem. Zijn grote liefde ontvalt hem. Zij was de reden van zijn bestaan, niet het gezin, niet zijn twee zonen. En we zien hem dan ook pijnlijk worstelen om alle ellende te boven te komen.

Het bijzondere is dat Maxwell dat boek niet zomaar schreef. Maxwell is Bunny, namelijk. Zijn moeder stierf aan de Spaanse griep en door heel het oeuvre van Maxwell komt dat verlies van een moeder steeds weer terug. Een moeder waaraan je je als kind vast klampt, die je vaak niet begrijpt en in wier hoofd je niet kunt kruipen, maar die altijd onvoorwaardelijke liefde geeft, of beter gezegd, gaf, tot het moment dat ze er niet meer was. Eigenlijk is het zo denk ik dat Maxwell op zoek is naar circumstantial evidence. Circumstantial evidence dat hem ervan moet overtuigen dat moeders ook na hun dood van hun kinderen houden.

‘They came like swallows,’ dichtte Yeats:

‘… and like swallows went,
And yet a woman’s powerful character
Could keep a Swallow to its first intent;
And half a dozen in formation there,
That seemed to whirl upon a compass-point,
Found certainty upon the dreaming air

[…]’

Beter kan niemand het zeggen.

Herm Pol is winkelchef bij Athenaeum Boekhandel Amsterdam. Elke maandag praat hij bij De Avonden over een buitenlandse titel. Dit is een bewerking van zijn bijdrage van 1 november.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum