Recensie: Denken aan Tacitus en schrijven met Nescio

18 november 2010 , door Daan Stoffelsen
| | | | |

De Huygensprijs voor A.L. Snijders, het was een prachtige bekroning van een schrijfproject dat ambachtelijk én intiem tot stand kwam. Een klein gezelschap krijgt sinds enkele jaren dagelijks een mail van de schrijver, met daarin een verhaal, een kort verhaal, een Zeer Kort Verhaal. Nu is alweer de vierde bundeling van die zkv's verschenen, Een handige dromer, in vier verschillende edities, een lust voor de langzame lezer. Snijders' observaties, uit het leven gegrepen geschiedenissen en commentaren zijn aangenaam licht en niet zelden diepzinnig. Door daan stoffelsen.

Ze nodigen ook uit tot citeren. Zó kort zijn ze vaak niet, maar de zkv van 19 maart, 'Gat', past net.

'Drie bosarbeiders hoog in de bomen, klimhaken, motorzagen. Je kunt niet zeggen dat het stil is in het bos, maar het is er wel eenzaam, want mijn kleinzoon en ik zijn de enigen die toekijken. Hij is zeven, ik zeventig – toeval. Als de kruinen eruit gezaagd zijn komen twee arbeiders naar beneden, een blijft achter. We zien iets wat we niet geloven: hij vliegt naar de top van een andere boom, en vandaar weer naar een andere. Hij heeft grote vleugels gekregen, hij is een engel geworden. Wij rennen op de grond met hem mee, we horen het zware ruisen boven ons hoofd. Aan de rand van het bos houdt hij in, dan gaat hij recht omhoog, tot we hem niet meer zien. Ik kijk naar mijn kleinzoon, die er rustig bij staat, alsof we iets gewoons hebben gezien. Ik vraag hem wat er gebeurd is. Hij zegt: "De man is ontsnapt, er zat daar een gat in de lucht". Daarna lopen we rustig naar huis en praten er niet meer over.'

Zulke zkv's zijn mijn favorieten, waarop Snijders een verhaal vertelt dat fictie is of had kunnen zijn, zijn eigen verhaal (de droom van 24 mei 2009, van een ontvolkte wereld waarin een boom door zijn boekenkast groeit) of andermans (Jan Pata's frietzaak en diens Tsjechische vader, de torens van Sam Rodia, om een paar vroege verhalen uit de bundel te noemen). Op die momenten benadert hij de unieke, eenmalige anekdote, het verborgen verhaal dat alleen nog een kundige schrijver nodig had en een publiek.

Dat is geen diskwalificatie - het is een groot talent om te zien wat beschreven kan worden.

Vaker sluit ik niet de hele zkv in mijn hart, maar een enkele zin: 'Ik realiseer me voor het eerst dat toeval iets is wat naar je toe valt.' Of, over een incunabel dat een jongere Snijders verliest op de trambaan: 'De krant werd door de wind gegrepen en het boek lag opengeslagen als een gewonde vrouw tussen de rails.'

Of:

'Een voorhamer is een grote smidshamer met lange steel, met beide handen gehanteerd door de smidsknecht, die slaat waar de smid wijst. Maar bij mij wijst niemand, ik ben alleen, ik hijg als een paard, ongehinderd.'

Of:

'Ik realiseer me voor het eerst dat de echte wereld (van vlees en bloed) een plaats van slechtheid en kwaad is. Ik heb altijd gedacht dat alleen schrijvers schuldig waren, scheppers van nachtmerries die in mijn hoofd de zon en de lente en de murmelende beek verdrongen.'

Enzovoorts, enzovoorts. Nescio is stilistisch soms sterk aanwezig ('wattie' schrijft hij elders) en op zijn beste momenten is Snijders net zo precies en sober. Maar niet elke zin is Huygensprijswaardig. In een mooi verhaal doemt de verteller op: 'Als er een golf van jaloezie in hem opkomt, doet hij erg zijn best in de liefde. Dat vind ik als onpartijdige toeschouwer zeer sympathiek, jaloezie is doorgaans een vernielzuchtige kracht, geen zoete aanjager van kriebelende donsveertjes.' Had Snijders hier niet kunnen volstaan met 'dat ik vind ik zeer sympathiek'? Of zelfs die hele zin achterwege laten?

Daar valt de argeloze passant toch af en toe over, zeker als hij zich laat verleiden de stukjes dicht op elkaar te lezen, en niet traag en met mate, waartoe de oorspronkelijke distributievorm dwong. Net als het verwante genre van de column (waar het zich van onderscheidt door de intieme verspreiding en de afstandelijke, literaire stijl), dat van het gedicht en dat van het dagboek heeft het zkv ook bij lezing tijd nodig. Af en toe mag je een dagje overslaan, en dan wordt je weer met ontzag gevuld zoals Snijders dat heeft voor Nescio, en voor een timmerman.

'Ik ontvang een bericht van een ontwerper die in 1974 een uitneembare multiplex picknicktafel voor zijn gezin heeft ontworpen en gemaakt. In 2010, enkele dagen geleden, valt er een brief in de bus van een houtwarenfabrikant die voor tien jaar de rechten koopt. De ontwerper beschrijft hoe het in 1974 is gegaan.

Die tafel had ik het voorafgaand weekeinde in mekaar gesmeten met boor en zaag en uitneembare tentpennen. Het ding kon zes personen aan, en na aankomst was alles onmiddellijk op orde.

En dan volgt de zin die mijn jaloezie wekt: De soep kon opgezet en terwijl die trok de tent. In dit geval heb ik mijn jaloezie verpakt in lof. Ik heb hem als antwoord geschreven:

Afgezien van de economische waarde van dit bericht is er ook nog de raadselachtige schoonheid van de zin De soep kon opgezet en terwijl die trok de tent. Toen ik dit las, dacht ik aan Tacitus. Voor de eerste keer in mijn leven dacht ik: zo moet Tacitus geschreven hebben.
[...]'

Over een week is hij in Amsterdam. Komt allen of koop een exemplaar.

Daan Stoffelsen is webboekverkoper bij Athenaeum Boekhandel.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum