Recensie: Euthanasie avant la lettre

30 november 2015 , door Karlijn de Winter
| | |

Euthanasie en abortus zijn, helemaal in het katholieke Italië, regelmatig onderwerp van verhitte ethische discussies. Wie herinnert zich niet het getouwtrek om Eluana Englaro, de 38-jarige vrouw die na zeventien jaar coma in 2009 overleden is? Een ziekenhuis in Udine bleek uiteindelijk de enige plek waar de euthanasie kon worden uitgevoerd. Ondanks al die openlijke weerstand blijkt euthanasie, evenals iets soortgelijks als abortus, al ver terug in de twintigste eeuw usance te zijn geweest. Het ging er wel heel heimelijk aan toe, laat Michela Murgia zien in haar roman. Dat dan weer wel. Murgia (1973), van wie met Accabadora de eerste titel in het Nederlands is vertaald, schreef eerder een tragikomisch literair non-fictieboek over haar werk als telemarketeer (Il mondo deve sapere, 2006) en een alternatieve reisgids van Sardinië (Viaggio in Sardegna, 2008). Murgia’s debuutroman Accabadora speelt zich eveneens af in Sardinië, in een traditionele dorpsgemeenschap halverwege de twintigste eeuw. Door karlijn de winter.

Moddertaartjes

Het verhaal is gesponnen rond twee typisch Sardijnse begrippen: de accabadora en de fill’e anima (fullius de anima – kind van de ziel). Hoofdpersoon Maria is zo’n fill’e anima, ze is ‘dankzij de armoede van de ene en de onvruchtbaarheid van de andere vrouw, tweemaal (…) geboren.’ Toen ze zes was stond haar moeder, voor wie haar mond er eigenlijk een te veel was, haar af aan Bonaria Urrai, een oudere weduwe die nooit kinderen had kunnen krijgen.

Een fill’e anima lijkt heel wat anders dan abortus, maar de vragen die ermee samenhangen zijn vrijwel hetzelfde: wanneer is een kind ongewenst en wanneer gewenst? Moet je ongewenste kinderen het leven van een ongewenst kind besparen? In hoeverre wil je controle hebben over een leven? Murgia expliciteert deze vragen niet, maar roept ze wel constant op door symbolische passages en terugkerende motieven. Zo is Maria op de dag van haar ‘overdracht’ onschuldig onder een citroenboom aan het spelen:  

‘Haar zusjes waren al jongedames en Maria zat in haar eentje op de grond een moddertaartje te bakken, waar ze met de zorgvuldigheid van een vrouwtje-in-de-dop levende mieren doorheen had gekneed. Ze bewogen hun donkerrode pootjes in het deeg, langzaam stervend onder de versiering van wilde bloemetjes en suikerzand.’

De herinnering aan het moddertaartje komt weer boven bij Maria wanneer ze, jaren later, voor het eerste de boot naar het vasteland neemt om daar een nieuw leven als kindermeisje te beginnen. Daardoor is het net of ze voor de derde keer geboren wordt, en haar leven eindelijk écht zelf in de hand kan nemen. Alweer is haar leven tot een nieuw moddertaartje gekneed.

Nachtelijke escapades

De zesjarige Maria voegt zich zonder morren in de haar toebedeelde rol als enig kind van goedverdienende coupeuse Bonaria. Als lezer neem je via haar blik de nieuwe situatie waar. Ze heeft niet de levenservaring om die volledig te bevatten, maar naïef is ze evenmin. Er is iets aan Bonaria waar ze niet vanaf mag weten: intuïtief voelt ze dat aan, maar duiden kan ze het niet. Waarom gaat ze ’s nachts de deur uit, en wil ze niet vertellen waarheen? Die onwetendheid weet Murgia perfect op de lezer over te brengen, die ondertussen alleen maar verder wil lezen om duidelijkheid te verkrijgen.

Die duidelijkheid komt er. Gaandeweg krijgen we te zien dat Bonaria in de nachtelijke uren naar huizen trekt waar mensen hun doodsstrijd aan het voeren zijn. Op afroep van de naaste familie helpt ze hen zogenaamd ‘rust te vinden’. Ze is een accabadora, een vrouw die een vroege vorm van euthanasie bedrijft.

Mededogen of misdrijf

Wanneer Maria daar achterkomt, begint haar vertrouwen in haar tweede moeder te wankelen. Maar ook Bonaria bekruipen op een gegeven moment ethische dilemma’s. Wanneer bij Nicola, een achtentwintigjarige dorpsgenoot, een been is geamputeerd, wanhoopt hij van het idee voor altijd een hulpbehoevende, werkloze en ongehuwde man te blijven. Indringend verzoekt hij Bonaria hem uit zijn lijden te verlossen, en tot haar eigen verbazing stemt ze na lang aarzelen in:

‘… ze [had] er nooit aan getwijfeld of ze wel in staat was onderscheid te maken tussen mededogen en misdrijf. Nooit – tot die avond, toen ze in de ogen van Nicola Bastíu de vastbeslotenheid had gelezen van iemand die niet wanhopig op zoek is naar rust maar naar een handlanger.’

Waarom het zo moeilijk is dat onderscheid te maken, toont Murgia verder aan de hand van herinneringen aan het verleden, aan de gebeurtenissen die Bonaria deden besluiten als accabadora verder te gaan. Weinig overwegingen worden in de roman uitgespeld, maar des te meer gesuggereerd. Het gevolg is dat ook bij de lezer zekerheden beginnen te wankelen. Leven en sterven, fill’e anima en accabadora, accabadora en euthanasie – het waren voorheen losstaande categorieën die gaandeweg steeds meer met elkaar verstrengeld raken. De hedendaagse discussies over euthanasie en abortus zijn helemaal geen uitwassen van de moderne samenleving, maar waarden al lang in verkapte vormen rond.

Karlijn de Winter studeerde communicatie- en informatiewetenschappen aan de VU te Amsterdam en Italiaanse taal en cultuur aan de Universiteit Utrecht. Op dit moment werkt ze als freelance tekstschrijver. Daarnaast is ze redactielid van Recensieweb.nl.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum