Recensie: Het leven opentrekken als een waaier

30 november 2015 , door Esther Wils
| | | |

Op 14 augustus 2010 overleed de schrijver Herman Franke. Het was een aangekondigde dood die de verteller - 'ik' - dicht op de hielen zit in Traag licht, Frankes laatste boek dat verschijnt op 13 oktober, de dag dat hij zijn tweeënzestigste verjaardag zou hebben gevierd. En hoe groot het gemis van de schrijver ook is, Traag licht is het beste afscheid dat hij zijn publiek kon bereiden: het is een bijzonder zwierige collageroman die oude thema's en personages van Franke herneemt en nieuwe introduceert, onaffe passages laat staan en geplande gedeelten aankondigt - voor 'als ik de tijd krijg'.
'Haste, haste… this open field no shelter from the storm can yield,' citeert de verteller uit Purcells opera Dido and Aeneas. Het lichaam van 'de baas' moet opgeven, 'ik' wil zich 'leegvertellen' voor het te laat is - en niet om het 'huishoudboekje' kloppend te krijgen. Dat het delen van dit pijnlijke feit nergens resulteert in sentimentaliteit of koketterie toont de kracht van Frankes schrijverschap. Door esther wils.

Autentieke schaamte

Er wordt in Frankes universum veel gebloosd; schaamte is alom. Zelfs de nachtelijke zweetaanvallen waaraan 'de baas' in Traag licht lijdt, worden uitgelegd als 'het schuldig blozen van de dood'. In een essay voor De Gids, zomer 2007, legde de schrijver uit 'Waarom ons genot nooit onvermengd is'. De anekdote waaraan hij dat inzicht verbindt, over de kleine Herman die onevenredig opgewonden raakt over een microscoop, komt terug in zijn laatste roman, waar de analyse achterwege blijft maar schaamte een hoofdrol speelt. Genot is verbonden met verbod en daardoor met het verborgene. Die verborgen gevoelens zijn bij uitstek het terrein waarop Franke zich als schrijver beweegt; het lijkt of hij ooit een wilsbesluit heeft genomen om de schaamte af te leggen - als je wilt onderzoeken wat mensen werkelijk beweegt is er geen andere mogelijkheid.

Hij verklaarde eens dat hij zichzelf niet als uitzonderlijk beschouwde: wat hij ervoer moest voor andere mensen ook van betekenis zijn. Die bescheidenheid en zijn aanvankelijke aanleg voor blozen heeft hij steeds meer binnenstebuiten gekeerd tot een volkomen authentiek schrijverschap waarin geen plaats is voor valse schaamte. Wel voor een zekere recalcitrantie, die ook tot uitdrukking komt in een onopgesmukte, levensechte stijl waarin regelmatig smakelijk Gronings doorklinkt, 'Tou moar!'

De verzaker en de vrouwen

Sterker dan de schaamte is bij Franke dus de trouw aan zichzelf, die ook een trouw aan het menszijn in het algemeen is. De 'ik' in Traag licht doet herhaaldelijk dingen die slecht vallen bij zijn omgeving maar hij kan en wil zich niet losrukken van de fascinaties en droombeelden die hem in beweging zetten. Zo zien we hem deserteren bij de begrafenis van zijn eerste vrouw Vera; hij reist af naar het Noorden waar hij haar zoekt en lijkt te vinden als een moderne Orpheus: zij beklaagt zich over haar lot in het schimmenrijk, hij verliest haar beeld als hij probeert haar te kussen. Hoe het zat wordt niet concreet gemaakt, maar het paar verkeerde in crisis: het stel 'kon de vrijheid niet aan' die het als levensstijl had gekozen.

'Ik' zou afgeleid zijn, en dat speelt ook in zijn verhouding met Francien, zijn laatste levensgezel. Francien wil een kind, en ze wil duidelijkheid van 'ik'; 'ik' wil alleen maar om zich heen kijken, de verhalen van anderen opschrijven en in het bijzonder dat van Mathilde, de verleidelijke naakte vrouw op de oude stereofoto die hij op de markt heeft gekocht. Daardoor heeft hij ook geen tijd om de vraag te onderzoeken die Francien bij hem oproept, 'waarom mensen elkaar wilden overlappen', of om de voorgenomen brief aan haar in zijn boek op te nemen; andere verhalen kregen de voorrang want ook deze Aeneas had een missie en verzaakte tegenover zijn Dido's - ook al ligt de sympathie en zelfs de affiniteit van 'ik' in de eerste plaats bij vrouwen:

'De vrouwen in mijn leven hielden mij ieder op hun eigen manier een spiegel voor. Mannen deden dat niet, zelfs mijn beste vrienden niet. Mannen bevechten elkaar of steunen elkaar onvoorwaardelijk. Ze houden elkaar een masker voor, wat op zijn tijd veel prettiger is dan een spiegel. Hoe het met vrouwen zit, weet ik niet zeker, maar ik denk dat vrouwen tegenover elkaar juist hun masker afleggen. Ik had wel een vrouw willen zijn.'

Het verlangen de tijd stil te zetten

Het overlijden van Vera heeft de 'ik' al vroeg vertrouwd gemaakt met de dood en zijn interesse lijkt meer op het verleden te zijn gericht dan op de toekomst. Het is zijn grote wens de tijd stil te zetten.

'Om het leven stil te zetten, moet je het licht vangen, als een vis in een fuik. Dat kan niet, dat snapt een kind […], lichtstralen kunnen niet sluiplopen, dacht ik, maar ik had buiten de creatieve macht van de wetenschap gerekend. Ze kunnen het, de fundamentele onderzoekers der materie van het hoofdstedelijke instituut voor Atoom- en Molecuulfysica. […] Professor Arnolf had een tunneltje gemaakt in het kristal met vals licht aan het einde, waar onze argeloze lichtstraal met open ogen in tuinde. En toen hij eenmaal binnen was merkte hij dat hij steeds moeizamer vooruitkwam, alsof hij door vette zeeklei ploegde met botte messen […] Uiteindelijk kon hij geen stap meer verzetten. Hij straalde zonder te bewegen.'

'Ik' is zodanig geobsedeerd door de foto van Mathilde, die inmiddels ruimschoots overleden moet zijn, dat hij zich zelfs verliefd verklaart:

'Dat deze vrouw dood was, fascineerde me. Dood zijn en toch lust weten aan te wakkeren van de man die naar die naaktfoto van je kijkt, daarin schuilt een mysterieuze biologische tegenstrijdigheid die mijn zinnen extra prikkelde. […] Misschien komt het doordat seks zich op deze foto's dwars door de dood heen manifesteert, lak heeft aan de voortplanting en daardoor zelfs meer aan botte levensdrift appelleert dan de aanblik van een blote prachtvrouw in levende lijve. Het kan ook zijn dat die oude naaktfoto's je laten voelen dat al die maatschappelijke veranderingen er niet zo veel toe doen. De mens blijft zichzelf gelijk, nu en toen, hier en daar, in weer en wind, door de eeuwen heen. Je waant je een ogenblik een met alle mensen die er zijn en waren. Dus als seks een verlangen naar eenwording is, wordt door de vrouwen op die oude foto's niet alleen die eenwording maar ook het verlangen daarnaar tot de zoveelste macht verheven.'

Terug in de tijd, tot verdwijnens toe

Net als het standbeeld van Nelson, staand op de zuil op Trafalgar Square in Londen en verteller in Frankes roman De verbeelding, en een wandschildering in de grotten van Lascaux verderop in Traag licht, werkt de foto als katalysator; het bevroren beeld staat voor een hele levensgeschiedenis, de vrouw op het plaatje had meer gezichten dan dat ene, naar gelang haar stemming, haar gezelschap, haar bezigheden, haar leeftijd. 'Ik' volgt haar spoor terug in de tijd, in de verbeelding maar ook via een gedetailleerd historisch onderzoek zoals Franke dat decennia eerder pleegde naar misdadigers, in zijn non-fictiewerk als criminoloog. Blijkbaar is het geforceerde zoeken naar universaliteit in de menswetenschappen hem gaan tegenstaan. In Traag licht luidt het, in een ironisch vertoog over de verraderlijkheid van wetenschappelijke statistiek uit de mond van 'ik''s vriend, de socioloog Lucien: 'Kansen bestaan niet, kansen zijn verzinsels. Als iets niet gebeurt, had het geen schijn van kans. En wat wel gebeurt, kon niet uitblijven'.
Maar ook unieke verhalen staan niet op zichzelf: levens zijn ook ongeweten met elkaar verbonden en ervaringen van de een echoën die van de ander. Het zoeken naar Mathilde brengt 'ik' op het spoor van een dagboek dat behoorde aan de echtgenote van de man die de erotische stereofoto's ooit verzamelde. Dat dagboek wordt op voorspraak van 'ik' in zijn geheel opgenomen ('de baas durft het vast niet in zijn geheel af te drukken, hij wil er natuurlijk weer maandenlang met zijn fantasie aan prutsen'); het verslaat het verwoestend effect van jaloezie - een terugkerend thema bij Franke - op haar aantrekkelijke nieuwe huishoudster Maartje en de over de top gevoerde zinnelijkheid die ontstaat als de vrouw des huizes haar voormalige, dubieuze en dus schaamtevol verzwegen beroep van toneelspeelster weer opneemt om 's nachts verkleed als Maartje haar man te verleiden.

Een andere toneelspeelster, die in Frankes werk vaker terugkeert, is de moeder van 'ik', socialistendochter en zeer leergierig, schrijfster en actrice uit liefhebberij maar dienstbaar aan haar gezin:

'Zij wilde stralen maar de onderwijzers, broertje, ja, ook vader nog, ze lieten allemaal, op hun eigen manieren, met ogen, woorden, gebaren, dromen, weten dat ze nu eventjes niet zo stralen willen moest. En daarom straalde ze al die jaren noodgedwongen naar binnen.'

Hoewel 'ik' haar portretteert als een zeer beminnenswaardig mens wordt haar offervaardigheid als zelfverloochening en misschien zelfs lafheid gekenschetst. De gedachte dringt zich op dat de schrijver door haar voorbeeld extra op zijn hoede was: geen schaamte voelen om je talent te etaleren! In Traag licht wordt haar dood beschreven, een langzaam wegraken in haar eigen versie van de werkelijkheid, een zelfgeschreven toneelstuk. Een waagstuk van Franke, die zelf iets dergelijks lijkt te hebben gedaan: hij is tot vier dagen voor zijn dood blijven schrijven, getuige het naschrift van zijn redacteur, tot het laatst bezeten van zijn eigen gedachten, soms misschien half hallucinant van de pijnstillers en toch onvervreemdbaar zichzelf.

Straal zacht, Herman.

Voor meer Franke zie onze recensie van het De Gidsnummer over hem en een archiefpublicatie bij De Revisor van een essay van zijn hand.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum