Recensie: In de Franse cel: een modern leven

30 november 2015 , door Arjen van Meijgaard
| | |

Waar een lijntje coke snuiven op straat al niet toe kan leiden: een arrestatie, 36 uur in de cel en uiteindelijk een roman. Un roman français ontstaat tijdens de eenzame uren die Frédéric Beigbeder doormaakt in de politiecel. Hij ervaart claustrofobische momenten en ondervindt hoe vreselijk het is om van zijn vrijheid beroofd te zijn. Opgesloten tussen vier celmuren begint hij deze roman te schrijven, zonder pen of potlood, in zijn hoofd, met zijn ogen dicht. Door arjen van meijgaard.

Hij wil proberen zijn kinderjaren te reconstrueren en terug te vinden wie hij was en hoe hij is opgegroeid. Want het probleem is dat Beigbeder zich niets kan herinneren van zijn kindertijd, de periode tussen 1965 en 1980. Hij heeft slechts één houvast: een beeld van hem en zijn grootvader aan het strand bij Guerthy, aan de Atlantische kust. Zijn opa zeilt platte steentjes over het water die steeds weer opspringen.

Vanuit deze herinnering komt er meer boven en kan hij de jaren terughalen die hij vergeten leek te zijn. Hij vertelt over het landhuis van zijn vermogende grootouders waar hij later nog vaak kwam, over de jaren in Parijs waar zijn ouders uit elkaar gingen en hij en zijn oudere broer voortaan twee levens zouden leiden: eenvoudig en alledaags bij hun moeder, chique en overdadig bij hun vader. Hij schetst hoe hij altijd in de schaduw van zijn broer moest staan, zelfs op dit moment nog, terwijl hij in de cel zit, zal zijn broer geridderd worden in het presidentiële paleis niet ver van hem vandaan.

De zoektocht naar zijn verleden wordt afgewisseld door belevenissen in de cel. Hij wordt voorgeleid aan de officier van justitie en belandt uiteindelijk voor een extra nacht opsluiting in de gevangenis onder het Paleis van Justitie op Ile de la Cité waar middeleeuwse toestanden heersen. Deze hoofdstukken zijn een regelrechte aanklacht tegen het Franse rechtssysteem en het gevangeniswezen. Sterker nog, enkele pagina’s zijn eruit gehaald vanwege de juridische implicaties – ze zouden te beledigend zijn. Met zijn cokegebruik heeft hij niemand anders kwaad gedaan dan zichzelf is zijn redenering, maar een agent vertelt hem dat het onbegonnen werk is om de broeinesten van mensenhandel, kinderporno en cokehandel aan te pakken en dat daarom de gebruikers gestraft worden en op die manier ontmoedigd worden, zodat de vraag afneemt en daarmee ook de ‘productie’. Criminaliteit wordt bestreden met de economische formule van vraag en aanbod.

Er staan mooie vondsten in de tekst die de vlot leesbare stijl op een prettige manier onderbreken waardoor de lezer even aangezet wordt tot nadenken:

‘L’être humain est un explorateur, peut-être qu’à partir d’un certain âge, il cesse de regarder devant lui, et se retourne. S’il s’est reproduit, il dispose alors d’un guide pour revisiter.’

En wanneer hij het leven van zijn ouders naast dat van hem legt, merkt hij scherp op:

‘La grande différence entre mes parents et moi: dans leur jeunesse les libertés augmentent; durent la mienne elles n’ont fait que diminuer, année après année.’

Langzaamaan vormen de fragmenten van Frédérics jeugd een geheel, maar de roman beoogt veel meer te zijn dan een aaneenschakeling van opgehaalde herinneringen:

‘C’est une histoire d’un garçon mélancholique parce qu’il a grandi dans un pays suicidé, élevé par des parents déprimés par l’échec de leur mariage.
C’est une histoire de la mort de la grande bourgeoisie cultivée de province et de la disparition des valeurs de la veille noblesse chevaleresque.
C’est une histoire d’un pays qui a réussi à perdre deux guerres en faisant croire qu’il les avait gagnées [...].’

Hij zet hoog in, zijn eigen kinderjaren ter illustratie van een veranderend Frankrijk, de teloorgang van de rijke adel, de opkomst van de moderne cultuur, de relaties die stukliepen in de jaren zeventig en zorgden voor een ontheemde generatie die nu in de dertig is en het zelf vaak ook niet lang uithoudt met een en dezelfde persoon.

Velen zullen zich in zijn levensbeschrijving kunnen herkennen, maar nog meer zullen ver afstaan van het milieu waarin Beigbeder is opgegroeid. Als je roman echter als ‘verhaal’ vertaald, dan is Beigbeders leven een Frans verhaal. Niet interessanter dan de levens van anderen, zoals hij zelf aan het einde opmerkt, maar ook niet minder interessant: ‘C’est juste une vie et c’est la seule dont je dispose.’

Arjen van Meijgaard schrijft korte verhalen en bespreekt Nederlandse en Franse fictie, voor onder andere NBD/Biblion en derecensie-web.log.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum