Recensie: Iran in vijf boeken en legio paradoxen

30 september 2009 , door Rudi Wester
| | | | | | | | |

Ja, Iran heeft een Revolutionaire Garde die er hard op los kan slaan, maar op straat zie je alleen verkeerspolitie. Ja, Iran ontwikkelt zich misschien als een kernmogendheid maar het legt nog steeds strata bloot van de drieduizend jaar oude beschaving die er in de grond verborgen ligt. En ja, Mahmoud Ahmadinejad koestert zorgvuldig zijn imago van working class hero maar de hoog ontwikkelde Iraniërs lachen om zijn schoenen en noemen hem, in onze gesprekken op straat, een dictator. Weinig landen gaan zo gebukt onder de Westerse vooroordelen als Iran, reden te over om dit zo raadselachtige land wel eens met eigen ogen zien. Door rudi wester.

 

Een wandelende encyclopedie en vijf boeken

Onder leiding van de wandelende encyclopedie op het gebied van geschiedenis en oudheidkunde, Jona Lendering, maakte ik met Livius Onderwijs een tweeweekse reis door Iran, met een bus en negentien medereizigers. Een ongelooflijke reis, langs de Kaspische Zee, een deel van de Zijderoute, van het heiligdom Masshad met het vliegtuig naar Shiraz, en verder weer met de bus, naar Persepolis, naar Isfahan. De steden, de heilige plaatsen, de moskeeën, de schrijnen van dichters, de Armeense kerk, het ruige landschap: alles was even interessant. Maar interessanter nog waren de Iraniërs zelf, rijk of arm, buschauffeur of intellectueel, want allen waren open minded en hartelijk. Maar vooral waren ze erg blij dat mensen uit het Westen hun mooie land kwamen bezoeken en dat ze hun Engels op ons uit konden proberen.

Iran is het land dat bestaat bij de paradox, het geeft zich niet in twee weken bloot en daarom had ik mij zo goed mogelijk voorbereid. Natuurlijk had ik Het huis van de moskee van Kader Abdolah gelezen. Maar ook The Ayatollah Begs to Differ van Hooman Majd, een verhelderend en witty geschreven boek over de paradox van het moderne Iran. En Azar Nafisi, bestsellerauteur van Reading Lolita in Tehran, van wie onlangs Alles wat ik verzwegen heb is verschenen, over haar jeugd als dochter van de burgermeester van Teheran onder de sjah, en haar vlucht naar Amerika omdat zij als hoogleraar Engels aan de universiteit een sluier moest dragen. En de Iraans-Nederlandse politicoloog Peyman Jafari, die een gedegen studie over Het andere Iran schreef. Zeer aan te raden leesmateriaal, allemaal afgeraden om in de koffer mee te nemen.

Toch kreeg ik bij de zeer gastvrije ontvangst op de Nederlandse ambassade in Teheran van de correspondente voor Trouw en Radio 1, Carolien Omidi, haar boek Van onze correspondent. Standplaats Teheran, dat heel leerzaam bleek om het dagelijks leven in Iran te begrijpen. Het ging over aloude gebruiken als Ta’arof, een beleefdheidsetiquette uit het feodale Perzië maar die nog steeds geldt, en als Now Ruz, de viering van het nieuwe jaar op 21 maart met ‘onze’ voorjaarsschoonmaak. En over trouwen, homoseksualiteit en de status van de Iraanse vrouw.

Deze carte blanche-bijdrage is gebaseerd op al deze boeken en op mijn eigen waarnemingen.

De ingebakken hoofddoek en traag internet als grootste klacht

Bij de grondige voorbereidingen op de reis werd voor vrouwen de verplichte hoofddoek besproken (ook de haren verbergen?) en de overige kleding: een lange rok (handig voor de hurktoiletten) en een lange blouse (in Iran willen ze niet zien waar de benen beginnen), in gedekte kleuren en vooral geen geel of rood of groen. Op aanraden van Nederlands-Marokkaanse meisjes had ik vervolgens in de Javastraat zo’n voorgebakken hoofddoek gekocht en dat bleek een gouden greep, gezien de continu afzakkende en met speldjes bijeengehouden hoofddoeken van mijn medereizigsters. Eén keer werden zij gewaarschuwd door een oude Iraanse heks dat deze te ver was afgezakt en één keer werd iemand erop gewezen dat haar pantykousjes te doorzichtig waren, maar daar bleef het bij. Iran was minder streng dan we vreesden. En ach, een alcoholvrij land heeft ook zo zijn voordelen: het diner was binnen een uurtje gepiept, het vroege opstaan werd erdoor vergemakkelijkt maar vooral geen dronken en agressieve jongens op straat was een verademing.

Mijn visum gaf mij toegang tot The Islamic Republic of Iran en ja, de islam heerst overal met zijn strenge regels. Maar toch. In de moskeeën en bij de schrijnen der heiligen werd hartstochtelijk en in grote getale gebeden, maar op vrijdag vooral. Ook de moskeeën lopen leeg, evenals de kerken in het Westen. En leek het eerbiedig kussen van de schrijnen der heiligen om genezing van dierbaren of je eigen zielenheil af te smeken, enigszins overdreven, wij hebben toch ook Lourdes. Indrukwekkend was het heiligdom in Masshad, de tweede bedevaartsplaats voor moslims na Mekka. Eigenlijk mogen niet-moslims dat niet bezoeken maar dankzij onze Iraanse gids, die zelf voor ons shadors had gekocht en streng beval niet te lachen of hard te praten, mochten we het gigantische complex toch in. Een zeer vriendelijk meisje leidde ons rond in perfect Engels, en liet ons trots de oudste korans zien in het Koranmuseum, de geschenken aan de presidenten en ayatollahs in het Geschenkenmuseum en het tweede plein voor miljoenen bedevaartgangers omdat het eerste plein te klein was geworden. De Sint Pieter is er niks bij.

Bedelen is in de islam officieel verboden, of liever: het wordt niet nodig bevonden, maar regelmatig zag je een voorzichtig uitgestoken, besmuikt handje. Natuurlijk dragen vrouwen sluiers, maar op een privéfeest waar we uitgenodigd waren, dansten de meisjes zonder hoofddoek op keiharde discomuziek. Maar veel hielden wel hun hoofden bedekt. Op mijn vraag naar het waarom – het waren allen studentes van een jaartje of twintig, antwoordden ze dat zij zich niet lekker voelden zonder hoofddoek, het was gewoon uit eerbied voor hun godsdienst. Eentje van hen studeerde rechten, richting Intellectual Property ('een nieuwe studie in Iran'), een ander economie en marketing, maar allemaal klaagden ze over de langzame werking van internet en de filters die de regering voor Google inbouwde. Oneerlijk, vonden ze het, en ook niet goed voor hun honger naar kennis. Ze verwachtten dat de regering de strijd tegen het voortschrijden van de nieuwe media niet zou kunnen volhouden.

Alleen in Persepolis of 's avonds op straat

Op cultureel gebied is Iran natuurlijk een paradijs. Niet alleen struikel je over de opgravingen, de prachtigste moskeeën en de reliëfs, maar vooral ook: er is vrijwel geen toerisme. Een stad als Persepolis heb je helemaal voor je alleen en het is weldadig om nergens in de rij te hoeven staan, hoe decadent ook. Maar waar ter wereld vind je jongeren bij de schrijn van dichters als Hafez en Ferdaussi, die hele gedichten uit hun hoofd voor je citeren? En zelfs vond ik boekwinkels waar je tweetalige Aforismes van Kafka en Goethe kon kopen en waar de jonge boekverkopers vol vuur over Jean Cocteau en Céline spraken, geheel tegen de strenge censuur in. Iran, het land der paradoxen, die karakterisering maakt zich overal waar.

Sociaal gezien is Iran ook interessant. Het officiële werkloosheidscijfer is 15%, maar in werkelijkheid is het onduidelijk omdat ooms en tantes je een baantje bezorgen en iedereen wat probeert te ‘ritselen’. Subsidies worden niet gegeven, op geen enkel terrein, al heeft de regering wel projecten om de werkloosheid tegen te gaan. Ook belasting wordt er niet geheven 'omdat men voor elkaar zorgt'. Iedereen weet dat er een groot drugsprobleem in Iran bestaat, maar het komt niet in de pers omdat de bestrijdingsmethodes van Ahmadinejad wel erg hardhandig zijn. Hetzelfde geldt voor de veiligheid, die is verzekerd dankzij diezelfde hardhandige methodes tegen diefstal. Maar het loopt wel lekker zo als vrouw alleen ’s avonds op straat, moet ik zeggen.

De manier van bouwen is uit sociaal oogpunt heel interessant. Eerst zie je alleen maar veel onafgebouwde woningen, maar de verklaring ervoor is simpel: heeft een familielid geld of wil je je pas getrouwde kinderen in huis nemen, dan bouw je er gewoon een verdieping bij. En daarna nog eentje. Alleen, betonnen staketsels kun je niet verlengen, dus die maak je alvast hoog.

Kortom, Iran volgt zijn eigen logica en lijkt op geen enkel ander land. Op zijn hoogst zou je kunnen zeggen dat het een wonderlijk mengsel is van Japan, met zijn oude gebruiken en strenge voorschriften hoe het hoort en niet hoort, van Noord-Korea – de buschauffeur moest zich wel om de drie uur melden bij een politiepost en loketten zijn toevallig open of dicht – en het moderne Westen, met zijn hoog opgeleide bevolking, vooruitstrevende technologie (al wordt die wat verkeerd gebruikt), de aanwezigheid van overal stromend water en electriciteit. En de enorme hoeveelheid auto’s.

Iran is een bezoek meer dan waard, al wordt de paradox daardoor niet opgelost.

Rudi Wester schreef jarenlang over Franse literatuur voor onder andere Vrij Nederland en interviewde vrijwel alle grote Franse auteurs en vervulde verschillende directeursposities bij culturele instellingen. Rudi Wester heeft carte blanche - ze kiest vrijelijk uit de collectie van Athenaeum Boekhandel titels om over te schrijven.

Gerelateerde artikelen

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum