Recensie: Liefde volgens Goethe: lang niet zo rechtlijnig als scheikunde

30 november 2015 , door Esther Wils
| | |

Wijs maar soms ook oubollig, meeslepend maar deels ook saai of melodramatisch, van universele betekenis maar ook duidelijk gedateerd, fascinerend maar uiteindelijk onbevredigend, zo tegenstrijdig is de leeservaring van Affiniteiten, de roman van Goethe uit 1809 die het vrije huwelijk bezingt maar ook onthouding verheerlijkt, en onlangs verscheen in een goede, consistente vertaling maar zonder historische inleiding, schrijft esther wils.

Het chemisch huwelijk heette de voorstelling van Toneelgroep Amsterdam, zo’n dertig jaar geleden, in de vertaling van Gerrit Komrij, de regie van Gerard Jan Rijnders en de vertolking van een piepjonge Pierre Bokma en… wie ook alweer? De herinnering aan de andere acteurs is compleet overschaduwd. Het ging om een ouder homostel wier verhouding pijnlijk werd ontwricht door de komst van een schone jongeling, wiens leven op zijn beurt verwoest werd – deze kijker was er weken van uit haar doen. Was het Bokma of was het Goethe? Die Wahlverandtschaften was oorspronkelijk geen toneelstuk – het is een roman met brief- en dagboekfragmenten – en er komt geen zweem van homo-erotiek in voor – het is zelfs uitgesproken traditioneel in de rolverdeling tussen man en vrouw –, maar ook in de schouwburg maakte het grondthema de kern van het verhaal uit: de herschikking van gevoelens die onherroepelijk plaatsvindt als een tweemanschap een derde en zelfs een vierde toelaat.

‘De stoffen die bij hun ontmoeting een heftige reactie met elkaar aangaan en elkaar wederzijds bepalen, noemen wij verwant. Deze verwantschap, of affiniteit, is heel opvallend bij basen en zuren, die, hoewel ze elkaars tegendeel zijn, elkaar het vurigst zoeken en beetpakken, elkaar veranderen en samen een nieuw lichaam vormen. […] De belangrijkste en opmerkelijkste gevallen zijn die waarbij je dat aantrekken, die affiniteit, dat verlaten en als het ware kruislings verenigen werkelijk tot stand kunt brengen; waar vier tot dan toe twee aan twee verbonden wezens, met elkaar in contact gebracht, hun oorspronkelijke verhouding verlaten en zich opnieuw verbinden. In dat loslaten en grijpen, in dat vluchten en zoeken, meen je werkelijk een hogere bestemming te zien; je schrijft aan die wezens een soort willen en kiezen toe en acht de vakterm keuzeverwantschap volkomen gerechtvaardigd.’

Het eerste deel van dit citaat komt uit een wetenschappelijk boek dat gastheer Eduard ’s avonds ter inspiratie en vermaak aan zijn echtgenote Charlotte en beste vriend Otto voorleest. Het tweede deel is het commentaar van Otto, de eerste – zeer welkome – indringer die het huwelijk van Charlotte en Eduard lichtjes open wrikt en de weg vrijmaakt voor het noodlottige ingrediënt van onschuld en jeugdige schoonheid, het weesmeisje Ottilie, dat iedereen ontwapent. Daarna zijn ze aan ‘Gods genade’ overgeleverd, en dat kan nooit goed aflopen. De verstandige Charlotte ziet dat direct in: ‘… ik zou hier nooit een keuze in zien, eerder een natuurlijke noodzaak, en ook dat nauwelijks, want uiteindelijk is het misschien slechts een kwestie van gelegenheid.’

De eerste helft van het boek toont nauwgezet de scheikundige reacties die de wetenschapper had kunnen voorspellen; bijzonder boeiend om te volgen. De ijdelheid en ambitie die het oorspronkelijke stel bij elkaar bracht – ze hadden elkaar vroeger niet kunnen krijgen, dat moest rechtgezet –, het erotiserend effect van samenwerken, de verschillende humeuren en temperamenten die als het ware thuiskomen bij elkaar, de vurige wens de beminde te behagen en de richting die dat aan daden en dagen geeft, dergelijke verschijnselen domineren de vertelling en wekken ongetwijfeld ook bij de niet-recensent de wens het potlood erbij te pakken om de slimme formuleringen later nog eens terug te kunnen lezen.

In de tweede helft maakt Goethe een vreemde u-bocht: hoewel elementen A, B en C kunnen leven met de onvermijdelijke verschuivingen, houdt element D voet bij stuk en weerstaat zij – Ottilie, de Zuiverheid Zelve – de natuurwet en/of de gelegenheid en stort zij iedereen in het ongeluk, inclusief zichzelf. Zij krijgt daarmee in de roman een heilige status – wat beweegt Goethe? Zelfs de baby die geofferd wordt in de strijd kan het vernietigende berouw van Ottilie niet verklaren; niemand lijkt zich wezenlijk om dat kind te bekommeren. Goethe zelf bracht de vrije liefde in praktijk en leefde jarenlang samen met Christiane Vulpius (de moeder van zijn vier vroeg gestorven kinderen, en de ene die de volwassenheid haalde) voordat hij haar huwde, en werd tot op hoge leeftijd ongeremd verliefd op zeer jonge meisjes. De partnerruil die plaatsvindt, presenteert hij in de roman als praktisch en moreel toelaatbaar. Het slot vloekt daarmee en lijkt dus een zwaktebod, de beweegredenen van de personages verliezen hun overtuigingskracht en de roman, die al een poosje voortpieterde, zijgt in elkaar voordat de laatste zinnen goed en wel bereikt zijn.

Een historische inleiding, waarin Goethes levensgeschiedenis en de parallellen met zijn werk, in liefde, huwelijk, vriendschap maar ook in zijn uitgesproken fascinatie voor wetenschap, het landschap, het panorama (herhaaldelijk terug te vinden in Affiniteiten en soms wat vermoeiend) wat nader aan de lezer worden verklaard, had daarnaast voor de nodige bodem gezorgd. Of het boek als literair meesterwerk helemaal op zichzelf kan staan is namelijk - mijns inziens - de vraag.

Het was dus waarschijnlijk toch Bokma, en de bewerking van Komrij en Rijnders die zo veel indruk maakten. Mogelijk was het ook de verpletterende ernst van de jeugd die nog geen opportunisme kent en wel het gewicht van schuld. Misschien bedoelde Goethe dát eigenlijk – het ligt meer in de lijn van zijn scherpzinnige kijk op menselijke gedragingen – en heeft de meligheid van het geloof en de onverkwikkelijke dweepzucht van de oude man voor het jonge meisje het zicht op die diepere waarheid ontnomen.

Esther Wils is redactiesecretaris van algemeen cultureel en literair tijdschrift De Gids.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum