Recensie: Nederlanders op de pampa

30 november 2015 , door Godeke Donner
| | | | |

Argentinië bestaat dit jaar 200 jaar als zelfstandige natie. De bevolking vormt een staalplaat van Europese bevolkingsgroepen die rond 1900 emigreerden naar hun Toekomstland. Onder deze titel hebben Hans Vogel en Marjan Smits een boek gepubliceerd over de Europeanen die tussen 1880 en 1930 naar Argentinië reisden om er hun geluk te beproeven. Volgens de schrijvers wordt de speciale plaats die Argentinië met het huwelijk van prins Willem Alexander met Maxima in Nederland heeft verworven nauwelijks ondersteund door diepe kennis over het land. ‘Er zijn bijna geen historische studies over Argentinië’s meest interessante periode (de gouden jaren 1880 – 1930) die gebaseerd zijn op de enorme hoeveelheid reisimpressies van Europeanen.’ Een diepgaande studie is ook dit niet, maar het verdiept de kennis wel. Door godeke donner.

De landverhuizers

Onder het motto ‘Gobernar es poblar’, oftewel regeren is bevolken, riep de Argentijnse regering Europese gelukzoekers op in Argentinië aan de slag te gaan. Volgens Argentijnse gegevens kwamen tussen 1857 en 1940 in totaal 6,6 miljoen immigranten het land binnen. Onder die gelukzoekers waren duizenden Nederlanders. Maar de belangrijkste groep vormden de Spanjaarden en de Italianen. Ook Engelsen, Fransen en Duitsers arriveerden en masse, evenals Russen, Turken en Syriërs. Hoe uiteenlopend de motieven van de landverhuizers ook waren, van dagloner tot landheer en van spoorwegingenieur tot dominee, alle in Toekomstland geciteerden geven een mooi beeld van Argentinië dat rond 1900 niets meer en niets minder was dan een land in aanbouw.

Was er dan geen oorspronkelijke bevolking? Ja, natuurlijk waren er vele indiaanse bevolkingsgroepen maar die werden tijdens de uitroeiingscampagnes van generaal Roca aan het eind van de negentiende eeuw gedecimeerd. Wie wilde overleven, vluchtte landinwaarts; de rest werd als slaaf in Buenos Aires verkocht. Er was dan ook grote behoefte aan arbeiders om op het land, in de vleesindustrie of bij de aanleg van spoorwegen te werken.

De grootgrondbezitter en de landarbeider

De twee uitersten die op eenzelfde boot reisden waren de grootgrondbezitter en de man die de economische crisis thuis ontvluchtte. Het verschil begon al aan boord. In de eerste klas zaten behalve vermogende Europeanen de Argentijnen die van hun vakantie terugkwamen. Ze hadden hun eigen koe aan boord meegenomen want voor hun familie was alleen de beste melk goed genoeg. En die kwam van een Argentijnse koe. De Duitse arts Wilhelm Mueller beschreef in 1928 de Zuid-Amerikaanse passagiers:

‘De rijke Brazilianen slenteren over het dek, een sigaar tussen de lippen en gluren naar elke vrouw die er een beetje redelijk uitziet. De Argentijnen danken God dat ze geen negerbloed in de aderen hebben. De Brazilianen slaan terug en beweren dat ze heel Argentinië kunnen opkopen. Er moet voor gewaakt worden de twee nationaliteiten aan één eettafel te zetten.’

In de derde klas bivakkeerden de landarbeiders, en het kwam vaak voor dat daar opstandjes uitbraken vanwege de krappe behuizing of het slechte eten. De jonge Noorse journalist Roger Nielsen, die zelf de oversteek in de derde klasse maakte, schreef in 1912:

‘Zullen we een echte muiterij gaan beleven? Nee, dit verzandt gewoon. Dergelijke dingen doen de mensen altijd, hoewel het ook is voorgekomen dat emigrantenschepen Argentinië zijn binnengelopen met de derdeklaspassagiers op de commandobrug en in de eetzalen van de eerste klas.’

Eenmaal in Buenos Aires aangekomen, zochten de luxepassagiers een goed hotel op. De derdeklasreizigers werden geïnterneerd in immigrantenhotels, berucht om hun erbarmelijke staat. De toekomstige landarbeiders hadden vaak al een kolonistencontract op zak dat hun recht gaf op een kavel, een waterput en een bakstenen huisje. De rente was hoog dus er moest door het hele gezin hard worden gewerkt. De ‘estancieros,’ de landeigenaren, lieten intussen landhuizen bouwen als centrale woonstee te midden van hun onmetelijke oppervlaktes, in de stijl van Italiaanse palazzo’s, Loirekastelen en Tudor-huizen.

De pampa en het vlees

De uitgestrektheid van de pampa is een nieuwe ervaring voor de Europeaan. ‘Langzamerhand krijgt het landschap het eentonige aanzien dat zo kenmerkend is voor dit enorme gebied. Je zou bijna denken dat je over een plotseling gestolde zee rijdt, zo onveranderlijk recht is overal de horizon,’ schrijft olijfoliefabrikant Edouard Deiss.

Niet voor niets benoemde Jorge Luis Borges de sensatie in de pampa als ‘horizontale hoogtevrees’.

Er is ook wel wat aan te merken op Toekomstland. Het zoekt niet echt de diepgang op. Al erkennen Vogel en Smits geen ‘puur wetenschappelijk werk te maken’ toch wreekt zich in de loop van het boek wel het gemak waarmee dagboekfragmenten en brieven van landverhuizers aan elkaar worden gebreid. En het is jammer dat de schrijvers de Nederlandse kolonie in Argentinië in het hele boek niet noemen.

Tot op de dag van vandaag bestaat die in Tres Arroyos, een stadje 500 km ten zuiden van Buenos Aires. De huidige bewoners stammen af van de zestig gereformeerde Friese en Groningse gezinnen die er eind negentiende eeuw een landbouwcoöperatie stichtten. Zoals voor de meeste landbouwers uit Europa gold, bleek het ook hier geen vetpot. Maar de nazaten hebben het honderdjarig bestaan in 1989 gevierd en in 2006 stond tijdens het staatsbezoek aan Argentinië als vanzelfsprekend een bezoek van koningin Beatrix, prins Willem Alexander en prinses Maxima aan de kolonie op het programma.

Dat zijn de nazaten van overlevenden. Voor de Nederlandse immigranten in het algemeen geldt dat het avontuur in een drama eindigde. Ervaring met de landbouw zoals die op de Argentijnse pampa’s beoefend werd, hadden ze niet. Bovendien spraken ze de taal niet en worstelden ze hun leven lang met het eenzijdige dieet. De enige kost die altijd voorhanden was, was vlees.

Godeke Donner heeft Nederlandse Letterkunde en Algemene Literatuurwetenschap gestudeerd aan de UvA en de Sorbonne-IV. Ze heeft in de afgelopen 25 jaar in onder andere Madrid, Buenos Aires, Paramaribo en Jakarta gewoond en schreef boekrecensies voor verschillende kranten.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum