Recensie: Onbewoonbaar en uitgestorven

30 november 2015 , door Karlijn de Winter
| |

In noordwest-Italië, grenzend aan de Côte d’Azur, ligt Ligurië. Het is een smalle kuststrook van steile rotspartijen die recht de zee in lopen. Hier en daar groeien olijfbomen en mimosastruiken. Net als in het binnenland van Frankrijk en Spanje bevinden zich hier tal van kleine dorpjes die langzaam leeglopen. De Italiaanse auteurs Francesco Biamonti en Marino Magliani verbeelden in hun romans hoe de inwoners uit deze streek wegvluchten, maar zich er tegelijk door aangetrokken blijven voelen. Door karlijn de winter.

Magliani werd in 1960 in een klein plaatsje in het westen van Ligurië geboren, maar vertrok al rond zijn twintigste om zich in Argentinië te vestigen. Sinds de jaren negentig woont hij in IJmuiden: ‘Een land van zand’, zoals hij op zijn website schrijft, ‘een wereld die ieder seizoen anders is. [De wind] vlakt duinen uit en vormt elders nieuwe.’ Toch heeft hij, net als Gregorio, de hoofdpersoon uit De vlucht van de kolibrie, zijn geboorteland nooit helemaal losgelaten. Behalve dat hij nog steeds in het Italiaans schrijft en met een Italiaanse uitgever samenwerkt, blijft uit zijn romans een weemoedig verlangen spreken naar die steile hellingen met grijsgroene olijfbomen. Een plek waar je je thuis blijft voelen, maar waar niets te beleven valt voor jonge mensen met ambitie.

Al op jonge leeftijd voelde Gregorio de behoefte ‘grenzen te overschrijden’. Net als zijn vader wilde hij andere landen en culturen leren kennen en ontdekken hoe anders het daar aan toeging – of misschien juist hoe veel het op zijn thuisland leek. Die dubbelzinnigheid is ook vervat in het doel van zijn eerste reis naar Peru, die hij samen met boezemvriend Leo ondernam: schilderingen van beesten vinden in de graven van de Chachapoya of andere inheemse volkeren. De jongens hadden namelijk horen vertellen dat daar ooit dezelfde voorstellingen gevonden waren als in de rotsen van Ligurië, wat suggereert dat er voor de ontdekking van Columbus al contact tussen beschavingen in Europa en Amerika is geweest.

Er ontspint zich een heus avontuur waarin Gregorio en zijn vriend illegale nachtelijke trektochten maken door de Andes en zich in benauwde grotten wurmen. Magliani bouwt geleidelijk de spanning op: Leo overleeft de Zuid-Amerikareis niet en Gregorio wordt verleid tot de drugssmokkel, wat hem uiteindelijk in de gevangenis doet belanden.

Hoewel De vlucht van de kolibrie een vrij ingewikkelde verhaallijn heeft met tal van zijpaden, blijft er onder de oppervlakte altijd eenzelfde spanning voelbaar: die tussen het verlangen te reizen en weer thuis te komen. Gregorio laat zich in Zuid-Amerika meeslepen in allerlei duistere zaken die hem steeds verder van huis drijven. In die passages waarin veel gebeurt vervalt Magliani nogal eens in een hortende, voortgejaagde stijl. Maar wanneer Gregorio vier dagen verlof uit de gevangenis heeft en na tien jaar weer in zijn geboortedorp arriveert waar nog steeds dezelfde mensen wonen als tijdens zijn jeugd, lijkt hij zijn rust te hervinden. Het is mooi te zien hoe Magliani daar wel de ruimte neemt om zorgvuldig, met aandacht voor details, te schrijven:

‘Dat waren de dingen van het boerenleven, je dacht dat je het niet meer wist, maar als een pijnlijke wond kwamen ze opeens weer tot leven. De kleuren van de rotsen, de lucht van dode dieren en planten, verbrande slakken en olijventakjes die in het vuur lagen te piepen.’

Op die momenten doet Magliani zelfs denken aan Francesco Biamonti. In tegenstelling tot Magliani heeft Biamonti (1928-2001) de geïsoleerde kust van Ligurië nooit verlaten. Hij woonde in een hooischuur die hij in de loop van zijn leven ombouwde tot een heus kantoortje. Ook de hoofdpersoon van zijn tweede roman Waaierwind (gepubliceerd in 1991 maar pas onlangs vertaald), een alleenstaande man van rond de vijftig, woont al zijn hele leven in de streek. Als enige is deze Vari overgebleven in het dorp Aúrno; de andere vijf huizen staan leeg en raken steeds meer vervallen.

In deze omgeving van steile hellingen en terrassen heerst stilte en rust, en dat heeft zijn weerslag op Biamonti’s tekst. Het tempo ligt laag; de aandacht gaat uit naar de veranderende kleuren van de lucht, korte wandelingen naar het naburige dorp en alledaagse gesprekken met de bewoners. Vari is haast vergroeid met de grond waarop hij woont en die hij bewerkt, maar voor hoe lang nog?

‘Boven en onder zijn olijfgaard was de droge aarde bezaaid met spikkels licht van versteende schelpen. Aúrno, ach, wat was er van Aúrno geworden! Eens maakte het deel uit van de “luisterrijke gemeenschap van de negen plaatsen”, nu was het een verzameling schrale terrassen.’

Ook voor Vari blijkt het uiteindelijk onmogelijk om in Aúrno achter te blijven. Zijn olijfgaard brengt te weinig op, waardoor hij moet uitkijken naar andere middelen van bestaan. Hij komt in aanraking met nieuwe mensen die zich in de streek vestigen: immigranten die het land komen  bewerken en Nederlanders die zich op deze uitgestorven plek in smokkelpraktijken storten. Vari biedt aan om illegalen in donkere nachten de nabije grens met Frankrijk te helpen passeren. Bij Biamonti leidt dit niet tot spannende avonturen; hij beschrijft de stap als een heel subtiele verandering in Vari’s bestaan. Vari blijft even verbonden als altijd met zijn vertrouwde luchten, terrassen en olijfbomen, maar onderhuids slaat wel de vertwijfeling toe: wat zal er van Ligurië worden?

Biamonti is de lievelingsschrijver van Magliani’s Gregorio, die hem ‘de grensschrijver’ noemt. Gregorio droeg Biamonti’s boeken als trouwe metgezellen altijd bij zich. Ze herinnerden hem aan zijn geboortestreek, die de auteur als geen ander met verfijnde pennestreken weet te schilderen (‘Een van de straatjes ging over in een arcade die uitzicht bood op een gentiaanblauwe lucht boven de contouren van een rots’). Maar hoe subtiel ook, Biamonti’s Waaierwind draagt eveneens een onrustbarende boodschap uit: deze plek takelt onherroepelijk af.

Karlijn de Winter studeerde communicatie- en informatiewetenschappen aan de VU te Amsterdam en Italiaanse taal en cultuur aan de Universiteit Utrecht. Op dit moment werkt ze als freelance tekstschrijver. Daarnaast is ze redactielid van Recensieweb.nl.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum