Recensie: Onconventioneel onderhoudende veelvraat door Duitse geschiedenis

30 november 2015 , door Joop Hopster
| | | |

De titel Germania. A Personal History of Germans Ancient and Modern doet een eigenzinnig boek verwachten over de Duitse geschiedenis. En die verwachting wordt ruimschoots ingelost. Simon Winder schreef een onderhoudende mix van Duitse geschiedenis, vlotte anekdoten en Lonely Planet-achtige beschrijvingen van historisch-toeristische plaatsen en resten – met veel liefde voor de fascinerende overblijfselen die je nu nog kunt zien. Al had de toon best iets minder lollig gemogen. Door joop hopster.

‘I just feel happy not to be a professional historian who really has to stare hard at the reign of Heinrich the Fowler, say, and must ignore his notionally flowing locks and chartreuse cloak, must banish fantasies of mead-halls, damsels and winged helmets, must dispose of all this picturesque accretion in favour of a handful of often woefully under-informed monastic chroniclers and the odd legal document.’

Dit statement vat duidelijk Winders invalshoek samen: hij laat zich niet beperken, maar juist inspireren door wat we niet of niet zeker weten.

Wat begon met een mislukte vakantie…

Zonder een vakantie naar Duitsland als puber had de Britse auteur Simon Winder Germania nooit geschreven: hoewel die vakantie vreselijk was (volgens zijn hilarische beschrijving in de inleiding), begon daar zijn fascinatie voor Duitsland, en die is sindsdien alleen maar groter geworden. Hij maakte talloze reizen naar soms de meest onbekende Duitse plaatsjes en vorstendommetjes (zoals Öttingen-Öttingen) en beschrijft veel van wat hij op die reizen zag (steden, landschappen, schilderijen, standbeelden, kerken) tot in detail.

… werd een vrolijke chaos

Winder weidt uit over alles wat hem interesseert: een weinig opzienbarend lokaal museum waarin hij de enige bezoeker blijkt, de Vlaamse schilder Sebastian Vrancx, de roman die het best het oeverloze lijden van de Dertigjarige Oorlog oproept, of een anekdote over een vriend die Duitse wijn wilde gaan verkopen in Londen (wat jammerlijk faalde). En in een excurs over iets wat ook al een terzijde was, schrijft hij:

‘I cannot afford yet another digression, but I will develop later the uplifting theme of Saxon political and military incompetence – a theme so consistent that it provides a perfect refutation of any sense at all that Germans have some inherent thirst for or brilliance at warfare.’

Deze aanpak, die van een veelvraat en liefhebber die door een teveel aan fascinatie voor te veel onderwerpen te weinig onderscheid maakt tussen Grote en Kleine zaken, maakt Germania zowel heerlijk leesbaar (elke alinea kan een nieuwe verrassing bieden!) als enigszins chaotisch. Winder zwenkt kriskras door de tijd en ruimte van het Duitse verleden en koppelt tal van feiten, plaatsen, verhalen en anekdoten soepel aan elkaar. Alleen de chronologische opbouw zorgt ervoor dat hij nooit echt ontspoort.

Geen Hitler, geen Holocaust

Tacitus' Germania, waarvan Winder de titel leende, is het startpunt. Via de Romeinen, de uitgestrekte wouden, Karel de Grote, het Heilige Roomse Rijk, de Duitse keuken, Luther, de Dertigjarige Oorlog, Napoleon en Bismarck komt hij geleidelijk aan in de twintigste eeuw – en daar stopt hij. Bij de machtsovername van de nationaal-socialisten.

Hoe terecht zijn argument ook is dat de Duitse geschiedenis niet als een aanloop naar Auschwitz gezien moet worden, het is een zwaktebod om dan maar op te houden voordat de concentratiekampen gebouwd werden. Al helemaal omdat Winder ondanks zijn aankondiging toch steeds verwijzingen naar de nazi's maakt (zoals over Neurenberg: ‘Of course it will always be the city of rallies, laws and trials and will never shake these off.’)

Stijl als kracht…

Germania is met bijzonder veel vaart geschreven en bevat veel snelle impressies en typeringen. Over de oostwaartse uitbreiding in de Middeleeuwen schrijft Winder:

‘The essential task of the Emperors was to chew through Germanic and Slavic tribes in the name of Christianity – a process with a boundless frontier, making eleventh- and twelfth-century Germany not unlike the United States in its development. This was the beginning of the great age of the “fighting bishop”, a scarlet-faced predator who, dabbing the meat juices from his chin, was as happy grabbing his chain-mace and stoving in some pagan chief as putting on a mitre and attending vespers.’

Winder verliest zich niet in opsommingen van vorsten of jaartallen of een overdosis aan informatie. Het is eerder andersom: je merkt aan alles dat Winder nog veel meer weet dan hij heeft opgeschreven, en je voelt dat hij niets liever zou doen dat het je allemaal vertellen. Maar hij houdt zich in. Waarom?

… en als handicap

Het is haast alsof hij bang is om je te overvoeren met informatie, en al zijn kennis bewust zeer gedoseerd in zijn verhaal heeft verwerkt. Alles om de associatie met een historisch boek – ‘saai!’ hoor je hem denken – te vermijden. Alsof hij bang is lezers af te schrikken als hij ze teveel informatie opdist en zijn verhaal niet onderhoudend genoeg is. Het gevolg is dat hij soms doet denken aan een gids die uit angst zijn toehoorders te verliezen zoveel mogelijk grappige formuleringen in zijn verhaal verwerkt.

Maar wie een gids huurt, is doorgaans niet uit op stand up comedy. Die bewust gekozen hapklare brokken en vlotte toon bevallen aanvankelijk heel goed, maar 450 pagina's is toch echt wat te lang daarvoor. Iets minder angst voor mogelijk afdwalende aandacht van de lezer, en wat meer understatements in plaats van die ronkende adjectieven hadden het boek, Winders fascinatie én de lezer wat mij betreft nog veel meer recht gedaan.

Joop Hopster is redacteur van het Historisch Café en werkzaam bij Athenaeum Boekhandel als rubrieksbeheerder Geschiedenis en Politiek.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum