Recensie: Psychedelische pastiche op het detectivegenre

30 november 2015 , door Bram Gerrits
| | |

Thomas Pynchon mag zich met Pynchon Notes tot het uiterst selecte gezelschap schrijvers rekenen aan wie een wetenschappelijk tijdschrift gewijd is. En in tegenstelling tot Henry James, James Joyce en Vladimir Nabokov leeft Pynchon nog; hij publiceerde vorig jaar op 72-jarige leeftijd zijn achtste roman, die eerder deze maand als Eigen gebrek bij De Bezige Bij verscheen. Maar wie leest zo'n literair zwaargewicht nu in Nederlandse vertaling? Zij die nooit eerder iets van hem lazen, want Eigen gebrek (Inherent Vice) is Pynchons meest toegankelijke boek tot dusver. Door bram gerrits.

Je vraagt je af wie een schrijver die met James Joyce vergeleken is in vertaling leest. Van de romans van Pynchon die naar het Nederlands vertaald zijn, is Eigen gebrek het enige dat momenteel leverbaar is. Immers, is zulk hermetisch en gelaagd proza – Gore Vidal typeerde dat van Pynchon eens als beter te doceren dan te lezen – niet per definitie onvertaalbaar? Naar het schijnt, kostte het Peter Bergsma drie jaar om Gravity’s Rainbow, Pynchons magnum opus uit 1973, te vertalen.

Vermoedelijk zal Auke Leistra, de vertaler van Inherent Vice, niet meer dan een half jaar nodig hebben gehad. Dat het met 400 pagina’s relatief kort is, zal geholpen hebben, maar het voornaamste is dat het, voor Pynchons doen tenminste, een relatief ongecompliceerde roman is. De vertaling is wel vaak net iets te letterlijk; ‘Hij vertoont zich nergens zonder een escorte van motorduivels, meest voormalige Aryan Brothers en allemaal tuig van de richel, compleet met strafrechtelijk garantiebewijs’ – inhoudelijk is dat een prima vertaling van ‘He goes around with a dozen bikers, mostly Aryan Brotherhood alumni, to watch his back, all court-certified badasses’, maar tegelijkertijd mist het duidelijk de swing van het origineel. Niettemin is de roman een stuk toegankelijker in vertaling: de originele tekst zit zo vol met woordspelletjes, popculturele verwijzingen en hippiejargon, dat je elke twee bladzijden de Inherent Vice Wiki moet raadplegen.

Eigen gebrek
laat zich het best omschrijven als een psychedelische, soms bijna melige pastiche op het hardboiled detectivegenre. Eerdere recensenten maakten vergelijkingen als ‘The Maltese Falcon starring Cheech and Chong’ (Louis Menand, The New Yorker) of ‘half Chinatown, half Fear and Loathing’ (Thomas Leveritt, Independent on Sunday). Noir detectives beginnen gewoonlijk met een moord of vermissing, die vervolgens de kapstok vormt voor een ogenschijnlijk onsamenhangende reeks gebeurtenissen die de hoofdpersoon overvallen, voordat alles – min of meer – samenvalt in de ontknoping.

Eigen gebrek begint met een moord én een vermissing. De vermoorde is een bodyguard van de vermogende projectontwikkelaar Mickey Wolfmann. Hoofdpersoon Doc Sportello, een aan lager wal geraakte, wietverslaafde privédetective, wordt door rechercheur Bigfoot Bjornsen naast het lijk aangetroffen.

‘“Bigfoot, ik weet niet wat er gebeurd is. Het laatste wat ik me herinner is dat ik in die massagesalon daar was. Er was ook een Aziatische chick die Jade heette en haar blanke vriendin Bambi.”
“Hersenspinsels en vrome wensen van een brein gerookt in cannabiswalmen, zonder twijfel,” speculeerde Bjornsen.
“Maar wat ik zeggen wou: ik heb het niet gedaan. Oké? Wat het ook maar is.”’

Wolfmann, die een verhouding heeft met Docs ex-vriendin Shasta Fay Hepworth, is de vermiste. Net als Shasta zelf, die een dag eerder bij Doc opdook met een warrig verhaal over een complot om haar minnaar te kidnappen. In zijn zoektocht raakt Doc al snel verstrikt in een onnavolgbare kluwen van karakters, motieven en complotten rondom Golden Fang, een Zuidoost-Aziatisch heroïnekartel (dat, of een uit belastingtechnische overwegingen opgerichte beroepsvereniging van tandartsen). Toegegeven, halverwege het boek wordt het plot bijna uitsluitend nog voortgedreven door een komen en gaan van nieuwe karakters met namen als Japonica Fenway, Rudy Blatnoyd en Trillium Fortnight. Maar aan het eind valt alles keurig op zijn plek.

Docs eigen, drugsgeïnduceerde incoherentie brengt het psychedelische niveau nog een treetje hoger en biedt Pynchon tegelijkertijd een podium voor de paranoïde samenzweringstheorieën die zijn werk kenmerken. Er is ook hier en daar ruimte voor bespiegelingen op de ondergang van de idealen van de sixties, maar in Eigen gebrek heeft Pynchons kritiek op de Amerikaanse samenleving niet de gebruikelijke ernst of intensiteit. Maar wat dit boek mist aan diepgang, wordt gecompenseerd door het vertelplezier, de liefde voor woorden die van de bladzijden spat.

‘Terug in zijn appartement trof Doc Scott en Denis aan, druk bezig de keuken overhoop te halen. Ze waren net door het raampje aan de steeg naar binnen geklommen nadat Denis, iets eerder in zijn eigen flat, zoals wel vaker met een brandende joint tussen zijn lippen in slaap was gevallen, alleen deze keer was de joint, in plaats van op zijn borst te vallen en zijn huid te schroeien en hem op zijn minst enigszins wakker te maken, ergens anders heen gerold, tussen de lakens, waar de boel al snel begon te smeulen. Na enige tijd was Denis wakker geworden, opgestaan en naar de badkamer gelopen, waar hij had bedacht dat hij misschien wel een douche kon nemen, waar hij ook min of meer mee bezig ging. Op een gegeven moment was het bed echter in brand gevlogen en was uiteindelijk ook het plafond in vlammen opgegaan, precies daar waar het waterbed van zijn buurman Chico stond, die er gelukkig voor hem niet op lag, maar dat wel van plastic was, wat smolt door de hitte, zodat bijna een ton water door het gat dat inmiddels in het plafond was gebrand naar beneden was gestroomd, waardoor de brand in de slaapkamer van Denis geblust was maar de vloer in een soort binnenzee was veranderd. Toen Denis uit de badkamer kwam en niet meteen kon verklaren wat hij aantrof, en hij de brandweer, die er inmiddels was, ook nog eens voor de politie aanzag, was hij hem gesmeerd en was hij door de steeg naar Scott Oof gehold, waar hij een poging had gedaan te beschrijven wat er gebeurd was, wat in grote lijnen neerkwam op doelbewuste sabotage door de Boards, die hun vuile plannetjes met hem nooit hadden opgegeven.’

Bram Gerrits is freelance redacteur, copywriter en vertaler. Daarnaast is hij bestuurslid bij Recensieweb. Hij woont en werkt in Cambridge.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum