Recensie: We call it 'night'

30 november 2015 , door Piet Gerbrandy
| | | | | |

Dat onze dierbaren ons één voor één ontvallen totdat we zelf aan de beurt zijn, is een gegeven waar weinig aan te doen is. Toen de Griekse veldheer en schrijver Xenophon het bericht kreeg dat zijn beide zoons gesneuveld waren, schijnt hij slechts te hebben opgemerkt dat het hem allang bekend was dat zij sterfelijk waren. Duidt deze onliner op wijsheid of onvermogen met emoties om te gaan, in beide gevallen is er sprake van een strategie om het verlies op afstand te houden. Anderen zullen zich ongeremd in diepe rouw dompelen, ze zullen vruchteloos en wanhopig hun doden aanroepen of onbeholpen monumenten voor hen oprichten, maar hoe je het ook wendt of keert, wie weg is komt niet meer terug. Dat is een fundamenteel tekort in onze existentie, een niet reparabel defect in het dubieuze halffabrikaat dat wij vormen. Door piet gerbrandy.

Een van de beroemdste uitingen van verdriet om een dode is het gedicht dat Catullus halverwege de eerste eeuw v.Chr. tot zijn broer richtte, die in de buurt van Troje, ver van zijn familie, was overleden. De dichter vertelt over de lange reis die hij heeft moeten maken om bij het graf de voorvaderlijke rituelen te kunnen uitvoeren. Omdat hij het dode lichaam niet heeft kunnen zien, lijkt Catullus zich er nauwelijks van te kunnen overtuigen dat zijn broer en niet meer is. In sonore verzen wenst hij hem een goede reis. Het gedicht kan gezien worden als offerritueel, als grafmonument voor iemand die maar niet wil antwoorden.

Toen de Canadese classica en dichter Anne Carson (1950) tien jaar geleden haar broer verloor, bevond ze zich in een situatie die sterk op die van Catullus lijkt. Deze Michael, blijkbaar een man die het zichzelf en zijn omgeving niet gemakkelijk maakte, was in 1978 uit Canada vertrokken, reisde de halve wereld af op zoek naar drugs, liefde en rust, en schreef zo nu en dan een kaartje aan zijn moeder, steeds zonder zijn eigen adres op te geven. Toen hij overleed, woonde hij met een vrouw en een hond in Denemarken. Carson werd pas twee weken later op de hoogte gesteld, en toen zij bij de weduwe arriveerde was de as van haar broer al over zee uitgestrooid.

Hoe om te gaan met het verdriet om iemand die al ruim twintig jaar min of meer uit je leven verdwenen is? Carson besloot een herinneringsdoos aan te leggen, een verzameling fragmenten op losse bladen, snippers van brieven, foto’s, met het gedicht van Catullus als uitgangspunt. De drieënzestig woorden waaruit het gedicht bestaat hebben allemaal een eigen pagina, die eruitziet als een lemma in een woordenboek, compleet met voorbeelden van de manieren waarop het woord wordt gebruikt. In het Engels heet dat een ‘entry’, en zo ziet Carson het ook: ieder woord is een poging toegang te krijgen tot iets wat principieel gesloten blijft. Maar de lemma’s zijn listig opgebouwd, want al bij het eerste woord (multas: veel) lezen we: ‘multa nox: late in the night, perhaps too late’, terwijl de ingang van het laatste woord (vale: vaarwel) zo wordt afgesloten: ‘parum valent Graeci verbo the Greeks have no precise word for it (but we call it “night”).’ Niet voor niets is Nox (nacht) de titel van Carsons project.

Het verhaal van Michael, wiens grote liefde sterft aan een epileptische aanval terwijl hij in het gevang zit, van de moeder, die het vertrek van haar zoon absoluut niet kan aanvaarden, van Carson zelf, die haar broer in ruim twintig jaar hoogstens vijf keer aan de telefoon heeft gehad, is hartverscheurend. Neem dit fragment:

‘When my brother died his dog got angry, stayed angry, barking, growling, lashing, glaring, by day and by night. He went to the door, he went to the widow, he would not lie down. My brother’s widow, it is said, took the dog to the church on the day of the funeral. Buster goes right up to the front of Sankt Johannes and raises himself on his paws on the edge of the coffin and as soon as he smells the fact, his anger stops. “To be nothing – is that not, after all, the most satisfactory fact in the world?” asks a dog in a novel I read once (Virginia Woolf Flush 87). I wonder what the smell of nothing is. Smell of autopsy.’

Het lijkt misschien pretentieus dat Carson het raadsel van de afwezigheid via intellectuele omwegen probeert te benaderen, door bijvoorbeeld Hekataios en Herodotos te citeren en in te gaan op de onvertaalbaarheid van Catullus’ gedicht. En de vormgeving van Nox, als een facsimile van hoogstpersoonlijke documenten in een smaakvolle cassette, oogt op het eerste gezicht als een gewiekste gimmick om flink geld te verdienen. Maar het werkt. Het lukte mij althans niet dit boek, als je het zo mag noemen, met droge ogen te lezen.

Piet Gerbrandy is classicus, dichter en criticus.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum