Recensie: De ondergang van de sprakeloze filosoof

30 november 2015 , door Fabian Takx
| | |

Zelden heb ik een boek gelezen dat me in het begin zo tegenstond en later zo in vervoering bracht als Geluk als geluk ver te zoeken is van Wilhelm Genazino. Ik had nog nooit van deze schrijver gehoord, terwijl de in 1943 geboren ‘nestor van de Duitse letteren’ (zoals de achterflap hem omschrijft) is onderscheiden met de belangrijkste Duitse literaire prijzen.
Eerder zijn twee romans van hem vertaald, Liefdeskolder en Een paraplu voor het leven. Slappe ironie, dacht ik toen ik die titels las, en toen ik ook nog vernam dat Een paraplu voor het leven gaat over een man die luxe schoenen mag inlopen, en in een zwart gat belandt als de prijs voor het inlopen daalt van tweehonderd naar vijftig mark per paar, had ik weinig hoop meer dat Geluk als geluk ver te zoeken is een meeslepend boek zou kunnen zijn. Door fabian takx.

Zenuwenstroom

Maar het tegendeel is waar. Het boek begint wel met een erg voortkabbelende beschrijving van het Biedermeierbestaan van hoofdpersoon dr. Gerhard Warlich, die is gepromoveerd in de filosofie maar zijn brood verdient als manager van een wasserijketen. Zijn rust vindt hij in zijn verbintenis met Traudel, een rondborstige, verstandige vrouw die hem zijn eenzelvigheid graag vergeeft, maar op een dag laat weten dat ze een kind van hem wil. Vanaf dat moment vindt er een zeer geleidelijke, maar onafwendbare desintegratie van Warlichs persoonlijkheid plaats.

De kracht van het verhaal is dat je wordt meegezogen in Warlichs steeds onnavolgbaarder stream of consciousness. Een stream ja, en al begint hij dus als een kabbelend beekje, hij eindigt in een stroomversnelling, om tenslotte, na een zeer melancholische apotheose, te eindigen in stil water met de prachtige slotzin: ‘Blijkbaar kan ik, ondanks alles, nog altijd kiezen hoe ik voortaan wil leven.’

Vooral de minitieuze beschrijvingen van de merkwaardige preoccupaties van de hoofdpersoon werken in het begin op de zenuwen. Zo stelt Warlich zich verdekt op om te zien of iemand zich zal ontfermen over een stuk taart dat op het dak van een auto is achtergelaten. Als dat gebeurt, maakt zich een voldoening van hem meester, die op dat moment door de lezer niet direct navoelbaar is. Later begrijp je dat het met de behoefte aan controle van de filosoof te maken moet hebben, maar ook met zijn gevoel van geestelijke isolatie.

‘Het is misschien niet in de haak dat het alleen-zijn me steeds beter bevalt. Maar iedereen is alleen, zelfs de dingen om me heen zijn alleen, het meest alleen zijn de dieren die opgesloten zitten in geparkeerde auto’s.’

De neergang van een filosoof b.d.

Warlich is een filosoof die zo graag grote gedachten zou willen denken, maar geconfronteerd wordt met een dusdanig troosteloze opeenvolging van banaliteiten dat hij er niet aan kan ontsnappen. Zijn baas Eigendorff draagt hem op de chauffeurs te bespionneren. Hij moet bij een hoteleigenaar verhaal halen omdat die al tijden niet heeft betaald, maar wordt weergaloos afgescheept. Zelf helpt hij zijn fiasco in de hand door vreemde handelingen te verrichten, zoals het vertrappen van een stuk taart op de vloerbedekking van een hotel of het aanreiken van een snee brood in plaats van een hand. Het aanstormend echec is voor de lezer al net zo onbegrijpelijk en onontkoombaar als voor de filosoof b.d. zelf.

Zijn enige hoop is de School voor Kalmering die hij wil oprichten, en waar hij zowaar nog bijna subsidie voor krijgt. Als die er eenmaal is zal hij lezingen gaan geven ‘over de opbouw van het geluk in tijden dat het geluk ver te zoeken is. Dat is mijn specialisme.’ Warlich begint te beseffen dat het leven voor hem ‘een lange reeks van opkomende en weer wegzakkende schrikmomenten’ is, waarin hij voortdurend vernederd wordt, of zich vernederd voelt.

Uiteindelijk gaat alles hopeloos mis, en kan zelfs de stabiele Traudel hem niet meer redden. Maar uitgerekend dan komt er een vreemde sereniteit over hem.

Observeren, niet begrijpen

De kracht van Genazino zit hem in zijn vermogen de droevige Werdegang van zijn hoofdpersoon te doorspekken met onverwachte wendingen en tot nadenken stemmende observaties.

Zoals: ‘Als ik een boek kon schrijven, zou mijn voornaamste stelling zijn: de mens kan rampen alleen maar observeren, niet begrijpen.’ Of: ‘In de diepte van mijn gevoelens woekert een kwaadheid die doof en stom is en niet met zich wil laten praten.’ Een subtiel werkje waarin de emoties van de ‘sprakeloze filosoof’ wonderschoon worden verwoord. Niet voor liefhebbers van groot drama, wel voor fijnproevers die houden van psychologische miniaturen waarin het mysterie van ons bestaan wordt uitgediept. In een voorbeeldige vertaling van Gerrit Bussink.

Fabian Takx is freelance journalist en auteur.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum