Recensie: De thriller voorbij

30 november 2015 , door Karlijn de Winter
| | |

Een toerist die in de Dolomieten dood wordt aangetroffen als gevolg van een beet van een haai die bovendien al twee eeuwen is uitgestorven, dat is te gek voor woorden. Laat staan dat hij daar samen met twaalf anderen ligt, allen op compleet verschillende maar even bizarre manieren aan hun einde gekomen. Als dit een thriller was geweest, zouden er ongetwijfeld new age-achtige theorieën aan te pas zijn gekomen. Gelukkig is XY (in de vertaling van Rob Gerritsen) de nieuwe roman van Sandro Veronesi bij wie een dergelijke extreme gebeurtenis in goede handen is. Hij focust niet zozeer op de toedracht zelf, maar hoe mensen erop reageren. Door karlijn de winter.

N.B. Veronesi is vanavond te gast tijdens een avond in De Balie, in samenwerking met de SLAA, over XY en de rol van politiek en media in Italië.

Een pastoor en een psychiater

Van de haaienbeet en de andere onverklaarbare feiten die aan deze zaak kleven, zijn maar weinigen op de hoogte. Twee van hen zijn de hoofdpersonen van deze roman: een man en een vrouw, XY, een pastoor en een psychiater in dit geval. Aan de officiële verklaring zoals die door de overheid naar buiten is gebracht (‘terroristische aanslag’) hechten zij geen geloof. Via een betrouwbare bron hebben zij immers gehoord hoe de vork werkelijk in de steel zit, en dat de gebeurtenis helemaal niet past binnen een sluitend verhaal. Giovanna, de psychiater, staat paf:

‘Mijn maag draait om, jawel: van angst, van walging, van ontzetting, mijn hoofd zit – opeens – vol met bloedige, onverklaarbare (of, zoals Alberto zegt, onvoorstelbare) gebeurtenissen, en ik praat er met niemand over. Misschien ben ik daarom ook wel misselijk, maar met wie zou ik er dan over kunnen praten?’

Pagina’s lang zwijgen

Ook met de pastoor, don Ermete, kan Giovanna er niet over praten. Zij weet niet dat hij het ook weet, en bovendien: wat voor zinnigs kun je zeggen over zoiets absurds? Verzijgen en opkroppen, daar laat Veronesi zijn personages in uitblinken. In deze roman van ruim driehonderd pagina’s dik wordt dan ook vooral heel veel niet gezegd. Het veelvuldige voorkomen van beletseltekens (‘…’, ‘…’, ‘…’) is symptomatisch. En wat er op al die pagina’s wel te berde wordt gebracht, heeft meestal slechts zijdelings betrekking op de gruweldaad; Veronesi laat zien hoe mensen ergens eindeloos omheen kunnen draaien, zonder ooit tot de kern te komen.

Psychoanalyse van een dorp

In plaats van een verklaring voor het misdrijf te zoeken, of een manier te zoeken om met de onwetendheid te dealen, richten zowel pastoor don Ermete als Giovanna zich in eerste instantie op wat er in andere mensen omgaat. Don Ermete merkt dat de gemeenschap in zijn bergdorp San Giuda, vlak bij de plek des onheils, door de verschrikkingen onherroepelijk verandert. Mensen worden vijandig tegenover elkaar, beschuldigen elkaar onterecht van moord en gaan ten onder aan wantrouwen en frustratie.  

Giovanna biedt aan om tijdelijk naar het dorp te verhuizen en de nodige hulp te verlenen. Dag in dag uit ontfermen de pastoor en de psychiater zich over de inwoners van San Giuda. De roman mondt uit in een soort langgerekte psychoanalyse, er vallen bijzonder veel trauma’s en oude wrok te puren uit deze kleine, gesloten gemeenschap. Maar de analyse onthult nog het meeste over don Ermete en Giovanna, die via deze omweg uiteindelijk tot inzichten over zichzelf komen.

Wonder en ongeloof

Behalve man en vrouw zijn X en Y ook de variabelen in wiskundige vergelijkingen, de onbekende variabelen die je moet zien in te vullen. Natuurlijk willen don Ermete en Giovanna wel te weten komen wat er is gebeurd, maar pogingen tot verklaren leiden nergens toe. Aan het eind gaan ze zelfs de schuld bij zichzelf zoeken, al lijken ze zelf ook te beseffen hoe ongeloofwaardig dat is. Dat er voor de tien doden geen bevredigende verklaring zal komen, was van begin af aan eigenlijk al duidelijk.

Wel krijgt de gebeurtenis weken later nog een wonderlijk staartje, wanneer een van de slachtoffers, een meisje van drie, plotseling weer opduikt. Ook roept deze raadselachtige verschijning meer vragen op dan hij beantwoordt, het brengt het verhaal wel naar een mooi rond slot. Van Giovanna maakt zich een opluchting meester, die in een daverende lange ademstoot tot uitdrukking komt:

‘… maar hoe moet je er ook over praten het is echt een waanzinnig verhaal ook het bespottelijke einde […] als ik dat wonder had moeten bedenken zou ik het nooit in die vorm hebben gegoten omdat het een wonder betreft daar is niets aan te doen.’

Een misdaadauteur zou het gruwelijke voorval uit XY misschien wel nooit hebben bedacht, omdat het in geen geval een geloofwaardige thriller kan opleveren. Maar de ongeloofwaardigheid van de gebeurtenis is juist wat XY tot zo’n dwingend gedachte-experiment maakt. Hij laat zien wat het met mensen doet als woorden en verklaringen tekortschieten, en niet alleen voor een individu maar voor een hele gemeenschap. Veronesi legt hiermee meer bloot van de menselijke psyche dan een simpele whodunnit ooit zou kunnen.

Karlijn de Winter studeerde communicatie- en informatiewetenschappen aan de VU te Amsterdam en Italiaanse taal en cultuur aan de Universiteit Utrecht. Op dit moment werkt ze als freelance tekstschrijver. Daarnaast is ze redactielid van Recensieweb.nl.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum