Recensie: Dertien, verliefd en geobsedeerd

30 november 2015 , door Arjen van Meijgaard
| | |

De belevingswereld van een jongetje van dertien jaar, daar verplaatst Eric Fottorino zich in in Le dos crawlé. Een riskante onderneming van de oud-hoofdredacteur en -directeur van Le Monde en Prix Femina-winnaar (voor Baisers de cinéma, 2007). Want een jongetje kan denken dat hij van Lisa houdt, maar denkt hij echt: ‘Sa mère elle m’obsède mais je l’aime pas.’
Of denken volwassenen dat hij zo denkt? Maakt het wat uit? Fottorino lijkt die aanname te weerspreken. Door arjen van meijgaard.

Kent een kind de betekenis van geobsedeerd zijn? Maakt hij het onderscheid tussen liefde en seksuele obsessie? Volgens mij vermoedt de schrijver slechts dat een kind zo doet en denkt. Toch is dat niet storend of ongeloofwaardig. Het lukt Fottorino consequent in de huid te kruipen van een baasje dat de wereld van de liefde aftast, fantaseert over verre reizen, zijn ontluikende seksuele gevoelens een plek probeert te geven, soms misschien in wat volwassen bewoordingen, dan weer echt als een kind.

Marin verblijft gedurende de zomervakantie aan de Atlantische kust bij zijn oom Abel. De dagen zijn lang en warm en hij slijt ze voornamelijk aan het strand, bij voorkeur in het bijzijn van Lisa, een meisje van tien op wie hij verliefd is. Met grote regelmaat wordt Lisa voor de deur bij oom Abel afgezet door haar vader of moeder, die niet eens de moeite nemen om uit te stappen, maar direct weer verder rijden. Vaak blijft ze logeren en wordt ze pas dagen later weer opgehaald. Marin worstelt met zijn verliefdheid voor Lisa en zijn fascinatie voor Lisa’s moeder, die een decennium eerder de plaatselijke missverkiezing won.

‘Comme je l’aime Lisa. Et comme je peine à lui dire. Mais quand je ferme les yeux pour penser à elle c’est sa mère que je vois en cuisses dorées de 1964 et elles se ressemblent si fort qu’on croirait une pomme coupée en deux.’

Tegelijkertijd krijgt hij stukje bij beetje te horen hoe onsympathiek en zelfs gemeen Lisa’s moeder tegen haar dochter kan zijn.

‘Elle dit que je salis la glace quand je me regarde dedans.’

Marin kan niet veel meer dan luisteren en er een relatieverende draai aan geven wanneer Lisa huilend van woede en verdriet het bovenstaand nader toelicht.

‘Tout à l’heure la mer était très loin. Le sable était sec sous nos pieds. On entendait à peine les vagues. Maintenant on est presque dans l’eau. Le chagrin de Lisa a inondé la plage. Des enfants jouent. Des enfants comme nous mais on est plus des enfants moi et Lisa.’

Fottorino beschrijft zeer realistisch de langzame kindertijd uit de jaren zeventig, de jaren dat hij zelf tiener was. Op knappe wijze lukt het hem de onbezonnen jeugdjaren van Marin hier en daar te perforeren met elementen uit het leven van volwassenen, en te laten zien hoe een kind dat op z’n eigen manier verwerkt.

Net als aan een lange trage vakantie komt ook aan het boek plotseling een einde, door een op het eerste gezicht onverwachte ontknoping die later toch her en der bleek aangekondigd. En ook dat is knap gedaan door Fottorino.

‘Sur les vagues après les bouées deux baigneurs glissaient dans le soleil. Le bras tendus ils nageaient le dos crawlé. Moi et Lisa on les buvait des yeux et on les aurait regardés toute la vie.’

Arjen van Meijgaard schrijft korte verhalen en bespreekt Nederlandse en Franse fictie, voor onder andere NBD/Biblion en derecensie-web.log.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum