Recensie: En ze bleef hem trouw

30 november 2015 , door Arjen van Meijgaard
| | | |

Het is 1918 en de oorlog in Europa is net op tijd afgelopen voor Zelda, een meisje dat op haar zeventiende besluit beroemd te worden, omdat ze gaat trouwen met F. Scott Fitzgerald, een jonge soldaat die vastberaden is de beste schrijver van zijn tijd te worden. Haar leven beschrijft Gilles Leroy in Alabama Song (vertaald door Prescilla van Zoest), met passie, al blijkt al snel dat het turbulente liefdesverhaal over het glamourkoppel in de dop een terugblik is van ruim twintig jaar laten, als Zelda van de ene kliniek naar de andere verhuist om behandeld te worden voor haar depressies. Door arjen van meijgaard.

Het zijn herinneringen aan de mooie jaren, waarin toch al vrij snel duidelijk werd dat deze , eigenzinnige types allebei hun eigen weg kozen en daarmee ook hun eigen ondergang tegemoet gingen. Scott raakte aan de drank en kon na De Grote Gatsby maar moeilijk nog een zin op papier krijgen. Hij houdt er minnaressen op na, laat zich inpalmen door een mannelijke bewonderaar en verwaarloost zijn vrouw. Zelda geeft zich in Zuid-Frankrijk over aan een Franse vliegenier, de enige ware liefde voor haar, en gaat zich in het bijzijn van Scott steeds extravaganter gedragen.

‘Ik houd van gevaar… afgronden… dobbelstenen die je gooit met je hele leven als inzet, en dan wacht ik niet eens tot ze uitgerold zijn om over mijn ondergang te beslissen. Mezelf verliezen, daar houd ik ook van, bij tijd en wijle. Zo ben ik nu eenmaal. Niets kan me daarvan genezen.’

Hoewel er duidelijk op het omslag staat dat het een roman is en Leroy ook in het nawoord schrijft dat het om fictie gaat, opgehangen aan enkele feiten uit het leven van Zelda, is het maar moeilijk voor te stellen dat het níet zo is gegaan. Laten we ons niet ook bij het lezen van smeuïge artikelen in roddelbladen verleiden mee te deinen op de excessen van leed en geluk van onze BN’ers? Natuurlijk weten we dat het overdreven is, dat negentig procent uit de grote duim van de journalist komt, maar toch is het voor even de waarheid. We smullen, treuren om zoveel narigheid en slaan de bladzijde weer om. Gelukkig is het bij Leroy heel anders. Hij laat niet zien hoe tragisch het leven van Zelda is door slechts als een nieuwsgierige toeschouwer vol medelijden naar haar te kijken. Hij beschrijft haar niet, maar kruipt in haar en schrijft vanuit haar binnenste. Hij laat de jonge feestende Zelda langzaam veranderen in een depressieve eenzame vrouw.

‘Ik ben in mijn leven heel wat woorden kwijtgeraakt, ze zijn door afstomping verdwenen. Het verloren woord dat ik het meeste mis, al vijftien jaar lang, dat woord is ’s nachts in een droom bij me teruggekomen: genieten. Vroeger vond ik het heerlijk om een bad te nemen, een zalig bad vol geurend schuim, maar op last van de witte beulen werd ik ondergedompeld in baden die gevuld waren met ijs, en ze hielden me onder met hun zware poten op mijn schouders en mijn enkels, net zolang tot ik flauwviel van de pijn. Tegenwoordig hoef ik maar een badkuip te zien of mijn bloed bevriest.’

De laatste jaren van haar leven (ze wordt niet ouder dan 47 jaar), terwijl ze van kliniek naar kliniek gesleept wordt, blikt ze terug naar haar jonge jaren: het warme Alabama waar ze opgroeide, de turbulente beginjaren met Scott, en naar hun dochter die ze van hem niet meer mocht zien omdat hij vond dat ze ongeschikt was voor het moederschap. Ze ziet in dat ze op allerlei terreinen tekortschoot, ook als moeder, en dat het allemaal anders had kunnen lopen.

‘Als ik dapperder was geweest […] dan was het nooit zover met me gekomen, dan was ik niet geworden wat ik nu ben.’

En ondanks dat Scott haar verwaarloost (hij is soms te dronken om te onthouden wanneer ze na maanden weer uit een kliniek ontslagen wordt, zodat hij haar vergeet op te halen en ze alleen naar huis moet) en haar ware liefde de Franse vliegenier is, blijft ze haar echtgenoot trouw. Wanneer hij tegen het einde van zijn leven platzak is en zijn roem achter de horizon is verdwenen, wil zij zelfs met haar schilderijen zijn schulden afbetalen. Het wrange is alleen dat zij, opkrabbelend uit weer een depressie, bij haar moeder woont en hij met een nieuwe vlam in New York. Ze hebben niets meer samen, behalve een gezamenlijk verleden. Scott is haar al lang vergeten, maar zij zal hem zich altijd blijven herinneren.

‘Ach Goofoo! Mijn lieverd, mijn dwaas! We leken zo veel op elkaar, hij en ik, al vanaf onze geboorte, twee mondaine dansers, twee kinderen met oude ouders, twee verwende, onhoudbare kinderen, allebei middelmatig op school, een briljant duo van “kan beter”, twee onverzadigbare schepsels die gedoemd waren tot teleurstelling.’

Prachtig hoe Gilles Leroy zich zo kan inleven in dit glamourvolle vrouwenleven in de schaduw van F. Scott Fitzgerald. Hij kreeg er de Prix Goncourt voor, terecht.

Arjen van Meijgaard schrijft korte verhalen en bespreekt Nederlandse en Franse fictie, voor onder andere NBD/Biblion en derecensie-web.log.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum