Recensie: Maar twee vragen: werken en wonen

04 februari 2011 , door Pieter Hoexum
| | | | |

Richard Sennett begon Respect in a World of Inequality met een beschrijving van zijn jeugd. Hij groeide op in een gebroken gezin in een armoedige buurt in Chicago. Als ‘kansarme jongere’ wist hij echter toch vaste grond onder de voeten te vinden. De kleine Sennett bleek muzikaal en wierp zich met alles wat hij in zich heeft op de cello. Maar de cello bleek al snel voor hem niet alleen een instrument, een middel, maar ook een doel op zich: 'De ontwikkeling van elk talent impliceert een element van vakmanschap, namelijk dat je iets goed doet om het goed te doen. En dit element van vakmanschap leidt bij het individu tot een innerlijk besef van zelfrespect. Het gaat er niet zozeer om dat je carrière maakt, maar dat je ergens deel van uitmaakt. De muziek heeft mij dat geschenk gegeven.’ Door pieter hoexum.

Discipline, vrijheid en Vietnam

Het mooist komt nog, als in de volgende alinea Sennett dit nog tamelijk abstracte verhaal concreet maakt door te beschrijven hoe hij de cello lichamelijk leerde beheersen; en passant maakt hij duidelijk hoe uit discipline vrijheid voortkomt. Om de cello zijn typische warme, haast zangerige klank te kunnen geven, moet hij met vibrato leren te spelen, en daarvoor moet hij eerst leren perfect zuiver te spelen: ‘Een precieze toonhoogte is onze versie van artistieke waarheid. Vrijheid om vibrato te spelen is afhankelijk van die bekwaamheid terwijl louter impulsieve expressie slechts rotzooi produceert.’

Dan neemt het verhaal een tragische wending. Sennett krijgt problemen met zijn linkerhand, waardoor het hem steeds meer inspanning kost zuiver te spelen en met vibrato te spelen. De hand verstijft, hij laat zich eraan opereren… en die operatie mislukt zodanig dat de blessure onherstelbaar is geworden. In het dagelijks leven ondervindt hij er nauwelijks hinder van, maar aan zijn loopbaan als cellist was op eenentwintigjarige leeftijd een abrupt einde gekomen. Hij kan de moed niet opbrengen zich om te scholen tot dirigent en blijkt tot overmaat van ramp gezond genoeg om een geweer te kunnen hanteren. Om te ontkomen aan uitzending naar de oorlog in Vietnam (we schrijven 1964) laat hij zich aanstellen als onderzoeksmedewerker van een academicus aan Harvard. En daar kwam het uiteindelijk toch nog allemaal goed.

De mens als werk in uitvoering

Om een lang verhaal kort te maken, Sennett groeide langzamerhand uit tot een van de bekendste sociologen ('culturoloog') van zijn tijd. Hij is een van die zeldzame intellectuelen die ook buiten de academie weerklank vindt. Verschillende organisaties hebben hem daartoe, terecht, al aangemoedigd, door hem prijzen te geven. In 2006 ontving hij de Hegel Prijs van de stad Stuttgart en in 2008 de Gerda Henkel Prijs. Eind vorig jaar kwam daar de Spinozalens bij. Ter gelegenheid van dat laatste heugelijke feit verscheen De mens als werk in uitvoering, met daarin een overzicht van Sennetts leven en werk, zijn dankrede en een interview.

De achterflap beveelt het boekje aan als 'ideale inleiding op de belangrijkste thema's van deze vermaarde denker'. Dat is helaas te veel gezegd, het is toch vooral een gelegenheidsuitgave. Een mooie introductie heeft Sennett trouwens zelf eigenlijk al geschreven met zijn essay over Respect. Maar ook al is dit werkje dan niet ideaal, het schept toch behoorlijk wat orde (maar ook weer niet te veel) in de chaos, er ontstaat iets van overzicht en is daarmee uitermate bruikbaar. Zijn boeken zijn namelijk vaak overvol, wat nogal eens ten koste gaat aan helderheid. Het moet ook voor Sennett zelf uitermate bevredigend zijn geweest terug te kunnen kijken en dan dit te kunnen constateren: 'Twee onderwerpen hebben in het verleden richting gegeven aan mijn onderzoek: werk en plaats. Ik wilde weten hoe mensen werken en hoe zij zich een thuis maken.'

Sennett meent niets zinnigs over Spinoza's ideeën te kunnen zeggen, omdat hij geen filosoof is. Die bescheidenheid siert hem, maar je zou kunnen zeggen dat hij filosofischer is dan hij denkt. Immanuel Kants filosofie kon volgens hem zelf worden samengevat in drie vragen: Wat kan ik weten?, Wat moet ik doen?, en Wat mag ik hopen? Sennett's vragen doen daar niet voor onder: Waarom werken wij? en Hoe kunnen we wonen?

Pieter Hoexum is filosoof, publicist (voor o.a. Trouw) en huisman. Hij was boekverkoper bij Athenaeum Boekhandel. Zijn boek Gedenk te sterven. De dood en de filosofen verscheen in 2003.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum