Recensie: Prachtig uit de bocht gevlogen

30 november 2015 , door Pieter Hoexum
| | |

18 mei werd uitgebreid herdacht dat Gustav Mahler honderd jaar geleden overleed. Je zou bijna zeggen: ‘gevierd’. In het geval van Mahler zou dat niet eens zo vreemd zijn, gezien bijvoorbeeld het bekende eerste deel van de tweede symfonie, de zogenaamde 'Todtenfeier' (dodenviering). ‘In dit enorme bouwwerk zoekt Mahler een antwoord op de dood. En hij vindt het ook. Dat klinkt overdreven, om niet te zeggen aanmatigend en pathetisch, maar zo is Mahler nu eenmaal. Voor minder doet hij niet.' Dat schrijft Koen Vergeer in zijn pas verschenen boek Mahler. Wat de muziek mij vertelt. Dit boek van nog geen tweehonderd bladzijden is weliswaar zeer handzaam, zeker in vergelijking met Mahlers nogal 'onhandelbare' muziek, maar Vergeer toont zich bijna net zo hoogmoedig en pathetisch als de componist. Hij vliegt prachtig uit te bocht. Door pieter hoexum

Op z'n zeventiende maakte Vergeer kennis met de muziek van Mahler. Voorheen hadden zijn jongensjaren in het teken gestaan van de Formule 1-races, tot hij zich op een gegeven moment realiseert dat de coureurs die verongelukken echt dood, helemaal dood gaan. De worsteling met de levensvragen nam een aanvang. Iemand raadde hem aan mee te lopen met de jaarlijkse Pax Christi-voettocht, een soort meditatieve wandelvierdaagse. Op de tweede ochtend liet de 'routevader', na de ochtendmeditatie, de jongelui luisteren naar een stuk muziek vanaf een bandrecorder. Liggend op de vloer van het gemeentehuis van Schijndel hoort Vergeer het Andante uit Mahlers Zesde symfonie. Nee, hij hoort het niet, hij beleeft het. Hij wordt één met de muziek... het is een openbaring.

De routevader had de jongens en meisjes aangemoedigd hun 'gedachten en fantasie de vrije loop [te] laten gaan' bij het luisteren. En dat heeft Vergeer goed in zijn oren geknoopt. Het is bepalend gebleken voor zijn 'muziekbeleving. Vergeer beschrijft in dit boek in tien hoofdstukken wat de tien symfonieën van Mahler voor hem betekend hebben in zijn leven, hoe hij er bijvoorbeeld de dood van zijn ouders en zus mee te boven is gekomen. Hoe mooi dat ook is, de ondertitel 'Wat de muziek mij vertelt' wordt er niet helemaal mee waargemaakt. Het is eerder: 'Wat ik erbij fantaseerde'.

Het lijkt er vaak op dat Vergeer de lezers niet naar de muziek van Mahler toe leidt, maar er juist vanaf. Toch blijkt dat een vergissing. Al doende leidt Vergeer zijn lezers wel degelijk naar de muziek, zij het met forse omwegen, waarbij hij regelmatig grandioos uit de bocht vliegt - gelukkig zonder daarbij te verongelukken.

Echt spannend wordt het telkens als Vergeer in discussie gaat met vroegere Mahler- interpreten, met name Adorno en Vestdijk. Vooral Adorno moet het ontgelden. In Adorno's visie is de finale van de Zesde symfonie een mislukking, 'loos theater'. Adorno ziet slechts 'een machteloze discrepantie tussen de pronkvolle verschijning en de magere inhoud, die men, zelfs wanneer men zich er met moeite in verdiept, niet zal kunnen ontkennen.' Vergeer wijst op soortgelijke kritiek van nota bene Mahlers vrouw Alma, die de finale van de Vijfde te veel van het goede vond: 'Ongewild werd ze de eerste van de vele sceptici die Mahlers muziek te oppervlakkig, te banaal en te sentimenteel vinden'.

Vergeer dient deze critici van repliek: 'Dat is het treurige van Adorno en zijn navolgers: zij willen genoegdoening wanneer zij zich 'met moeite verdiepen' in muziek. Zij gunnen Mahler zijn oppervlakkigheid, zijn sentimentaliteit en zijn geluk niet.'

Vergeer doet niet moeilijk over de oppervlakkigheid van Mahler, die zelfs (juist!) als het over de dood gaat, zijn naïviteit weet te behouden. Je kunt dat een zwakte noemen, maar Vergeer heeft misschien wel gelijk als hij dat juist als de kracht van Mahlers muziek beschouwt.

Pieter Hoexum is filosoof, publicist (voor o.a. Trouw) en huisman. Hij was boekverkoper bij Athenaeum Boekhandel. Zijn boek Gedenk te sterven. De dood en de filosofen verscheen in 2003.

MINDBOOKSATH : athenaeum