Recensie: Tim Burton: de vervreemder, de politieke filmmaker

30 november 2015 , door Helen Westerik
| | | |

Cahier du cinema is al decennia lang een van de meest toonaangevende filmtijdschriften. Naar aanleiding van een artikel van Francois Truffaud kwam in Cahier zo’n zestig jaar geleden de term auteurscinema op: de regisseur is de auteur van de film, zijn of haar ideeën moeten centraal staan, en niet die van een studio of producent. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ze een serie boeken uigeven over de meest spraakmakende filmauteurs, waarin met veel verstand van zaken en niet zonder kritiek hun films belicht worden. Recentelijk zijn Scorsese on Scorsese van Michael Henry Wilson en Tim Burton van Antoine de Baecque terecht in het Engels vertaald – boeken die een groot publiek verdienen. Door helen westerik.

Films en biografie

In Tim Burton zijn de films de leidraad. Door die te bespreken, krijgen we ook een korte geschiedenis van de man zelf, maar alleen voorzover zijn privéleven belangrijk is voor zijn werk. We komen niet te weten wat Burton voor ontbijt eet en waarom hij van zijn eerste vrouw is gescheiden. De relatie met zijn ouders wordt daarentegen wel uitvoerig beschreven omdat het zijn rijke fantasiewereld verklaart – en dus zijn films.

De kleine Burton groeit op in Burbank, California, onder de rook van Hollywood met een autoritaire vader en een moeder met een kort lontje.  Omdat hij zich thuis en op school maar weinig begrepen voelde, sloot hij zich op in zijn eigen hoofd en in de wereld van b-films en slechte tv-series. Hij werd een soort oer-goth, met voorkeur voor zwarte sprookjes. Na de middelbare school volgde Burton de animatieopleiding van CalArts om vervolgens bij Disney zijn professionele carrière te beginnen.


Burtons eerste filmpje na zijn afstuderen.

De Baecque beschrijft hoe de overgevoelige, excentrieke Burton binnen het Disneysysteem niet zijn eigengereidheid verliest, maar integendeel zijn eigen stijl ontwikkelt en zijn voorkeur voor de onderkant van het normale Amerikaanse leven: het groteske, het carnavaleske en het morbide. Al zijn personages, van Pee-Wee, via Ed Wood en tot Batman aan toe, allemaal dragen ze een masker dat terugverwijst naar de diepte van kinderlijke angsten en een herrijzenis uit de dood. Hij creëert werelden geïnspireerd op B-films en goedkope horror, en maakt er poëtische mise en scenes van.

Vervreemding en andere thema’s

In chronologische volgorde analyseert De Baecque het oeuvre van Tim Burton, beginnend met Beetlejuice (1988) en Batman (1989). De grote doorbraak komt met Edward Scissorhands, waarmee ook de langdurige samenwerking met Johnny Depp begint. Edward Scissorhands is een idee voor een personage dat hij als kind al had, van een jongen met scharen in plaats van handen, ergens halverwege onschuldig en monsterlijk. Burton zelf zei daarover:

‘The manifestation of the image made itself apparent and probably came tot he surface when I was teenager, because it is a very teenage thing. It had to do with relationships. I just felt I couldn’t communicate. It was the feeling that your image and how people perceive you are at odds with what is inside you.’

En dat geldt eigenlijk voor al zijn personages. Johnny Depp sloot naadloos aan bij zijn beeld van Edward en Depp op zijn beurt hield erg van het script en de kans die het hem bood om te ontsnappen aan stompzinnige tv-series. Het sprookje van de jongen met de scharen als handen in een te idyllische Amerikaanse buitenwijk krijgt een typische Burtonwending als blijkt dat het onder de kleurrijke opgepoetste buitenkant borrelt en broeit. De vervreemding en de uitstoting van Edward is volgens De Baecque bijna autobiografisch te noemen.

In de tweede Batmanfilm die Burton maakt, verwerkt hij ook die dualiteit en vervreemding, naast een ander leitmotiv in zijn werk, de terugkeer uit de dood en het dierlijke in menselijk handelen. Niet voor niets speken the Pinguin en Catwoman een belangrijke rol in Batman Returns. De Baecque betoogt dat Burtons verbeelding wordt gestuurd door een ‘aesthetic of inevitable incompleteness, as if the animal part had to extend and complement the human, involving all forms of dressing up and disguise, hybridiaztion and mutation’. In Burtons universum worden mensen pas compleet, perfect, door de absorbtie van het dierlijke (en daarmee onze onderdrukte natuur).

Een politieke filmmaker

Burtons carriere omvat verschillende genres en technieken,van grote studiefilms zoals Batman als kleine rare biopics als Ed Wood, en De Baecque vindt daarin de rode lijnen van de outcasts als hoofdpersonen en de enorme zorg die hij aan de sets en kostuums besteedt. De belangrijkste rode draad echter vindt hij de wijze waarop Burton ingaat tegen het idee van Amerika als land van de toekomst, the american dream, door gothic sprookjes te maken.

Het lichaam is niet perfect, maar een misvormde, uit de dood herrezen lappendeken dat overladen wordt met symbolen. Daar waar suburbia een mooie droom lijkt, rijt Burton de illusie uiteen en laat hij de nachtmerries en de misvormingen zien, geeft hij lucht aan angsten, nachtmerries en de putlucht van de dood. En juist daarom is Burton volgens De Baecque een politieke filmmaker, waarmee de conclusie van het boek bijna even subversief is als het werk van Tim Burton.

De Baecques Tim Burton is een intelligente analyse van een omvangrijk en divers oeuvre. Het duidt de films op een verrassende manier door dwarsverbanden te leggen die niet allemaal voor de hand liggen en voldoende kritische noten te kraken zodat het geen hagiografie wordt. Evenzogoed is het verplichte kost voor de cinefiele fans, al was het maar vanwege de prachtige plaatjes.

 

Helen Westerik is rubrieksbeheerder Film bij Athenaeum Boekhandel. Samen met Louise Fresco schreef ze Verraad, Verleiding en Verzoening. De rol van eten in speelfilms. Ze selecteerde onder meer films voor het Shadow Documentaire festival.

 

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum