Recensie: Twijfelachtige dingen, geloofwaardiger dan de waarheid

11 maart 2011 , door Jona Lendering

Het is wat omineus als de ik-figuur van een boek zichzelf aan de lezer voorstelt als handelaar in koffie, wonend op de Lauriergracht, no. 37. De verteller zal dan wel ’s Neêrlands alter ego zijn, Batavus Droogstoppel: bevooroordeeld, zelfvoldaan, xenofoob en moralistisch. De schrijver blijkt echter een Iraanse vluchteling, Refiq Foad, die aan de kost komt door te handelen in partijen afgekeurde koffie en zichzelf beschouwt als literator. De lezer zal na deze opening nog enkele keren op het verkeerde been worden gezet. Door jona lendering.

Op het eerste gezicht ontvouwt de vertelling in Kader Abdolahs leuke boekenweekgeschenk, De kraai, zich vrij rechttoe, rechtaan. We vernemen hoe een Iraanse jongeman zich voorneemt een Perzische schrijver te worden en hoe hij dat voornemen ten uitvoer brengt in Nederland, waar hij is beland nadat hij uit zijn vaderland heeft moeten vluchten. De gebeurtenissen die helpen het schrijverschap vorm te geven, vormen de inhoud van de novelle.

Het is hierbij niet altijd even duidelijk of de schrijver-vluchteling-koffiehandelaar de waarheid spreekt, zoals hij op de eerste bladzijde al toegeeft:

‘Soms vertel ik dingen waarvan ik twijfel of ze waar zijn, maar tot mijn verbazing komen ze geloofwaardiger over dan de waarheid’.

De eerste onjuistheid is zijn pen dan al ontglipt: Perzië is getypeerd als ‘het land van de oude koningen, van goud, vliegende tapijten, beeldschone vrouwen en Zarathustra’. De grote religieuze vernieuwer was geen Pers maar een Bactriër: zijn hymnen veronderstellen het leven op de Centraal-Aziatische steppen en zijn geschreven in een taal die het meest lijkt op het Vedisch, hij kreeg zijn openbaring aan de oevers van de Amu Darja (in Oezbekistan) en de plaats waar hij zou zijn vermoord is het Afghaanse Balkh (bij Mazar-e Sjarif).

Even verderop lezen we over de wijze waarop de verteller kennismaakt met de ‘onvergetelijke namen die de Perzische taal en literatuur [hebben] gevormd’, zoals Hafez, Saadi en Omar Khayyam. Hoewel de schrijver-koffiehandelaar anders suggereert, hebben deze dichters geen invloed gehad op zijn schrijverschap. Een wezenskenmerk van hun gedichten is namelijk hun meerduidigheid: ze roemen bijvoorbeeld de wijn, en dat mogen we letterlijk nemen, maar de wijn kan óók staan voor de Godservaring of – in het geval van Omar Khayyam – het plezier van wetenschappelijk onderzoek. Een Iraans gedicht is vaak op minstens twee manieren te lezen, zodat de lezer moet zijn voorbereid op religieuze poëzie die de vorm heeft van een liefdesliedje, of andersom. Deze ambiguïteit, wel eens aangeduid als iham, is volkomen afwezig in het lineair vertelde verhaal van De kraai.

Dat Kader Abdolah ons kennis laat maken met iemand die erkent dat twijfelachtige dingen vaak geloofwaardiger zijn dan de waarheid, creëert een probleem: welke van de gebeurtenissen die Abdolah door zijn personage laat beschrijven, zijn serieus bedoeld? (In feite is dit het literaire equivalent van de leugenaarsparadox.) Ik neem aan dat er geen dubbele bodem zit in het verhaal over de vlucht uit Iran, naar Istanbul en Nederland. Omgekeerd ontwaar ik voor mij ironie als een handelaar in koffie, wonend op de Lauriergracht, no. 37, enkele buitengewoon politiek-correcte meningen geeft over Anne Frank: zou Batavus Droogstoppel nu leven, dan was Het achterhuis voor hem wat de Schrift in 1860 voor hem was. Ik merkte dat ik niet altijd wist wat ik moest geloven, en dat maakt De kraai tot een prettige leeservaring.

Dat ligt natuurlijk ook aan Abdolahs onnavolgbare stijl. Als hij een vertrouwde Nederlandse uitdrukking gebruikt, weet hij deze te verbeteren:

‘Mijn dierbare overledenen zouden zich in hun graf omdraaien en met hun rug naar Nederland gaan liggen als ze te horen zouden krijgen dat hun nazaat, die ooit schrijver wilde worden, met een lang mes in een shoarmazaak zou staan.’

Elders zijn er rake observaties over racisme, over immigrantenkinderen die aan de universiteiten tien keer zo hard studeren als hun Nederlandse medestudenten, of de wijze waarop een migrantenhuwelijk kan mislukken. Maar wat De kraai vooral tot een leuk boek maakt, zijn de interne tegenspraken:

‘Als ik eerlijk ben, zijn alle dochters van de immigranten bijzonder. Ze zijn zelfstandig en staan pal achter de zaken van hun vaders.’

Zelfstandigheid komt doorgaans niet tot uiting met de behartiging van andermans zaken, maar de observatie klopt wel degelijk: ik kan zo enkele migrantenmeiden noemen die een enorme zelfstandigheid combineren met een compromisloze loyaliteit aan de ouders die hun vaderland moesten verlaten. Misschien valt over migrantenzaken wel alleen te spreken in paradoxen en is de waarheid alleen uit te drukken als fictie.

Jona Lendering werkt voor Livius Onderwijs.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum