Recensie: Van geheugenverlies tot infobesitas

30 november 2015 , door Karlijn de Winter

Een man ontwaakt en herinnert zich zijn verleden niet meer. Dat is het uitgangspunt van De mysterieuze vlam van koningin Loana, Umberto Eco's vorige roman uit 2005. In de loop van het boek probeert de hoofdpersoon zijn geschiedenis te reconstrueren, en in De begraafplaats van Praag, Eco's nieuwste waar bijna zes jaar op is gewacht, wordt dit vruchtbare procedé opnieuw toegepast. Alleen ontrolt er nu samen met de geschiedenis van het personage die van een heel tijdsgewricht: de negentiende eeuw, van de eenwording van Italië tot de Dreyfus-affaire. Door karlijn de winter.

[Zie ook de voorpublicatie in onze Nacht.]

Cynisme en opportunisme

Simone Simonini, die in 1897 wakker wordt in zijn Parijse bovenwoning met 'een soort wolk in [zijn] hoofd die [hem] verhindert terug te blikken', begint zijn memoires te schrijven in de hoop dat dat de wolk gaandeweg doet optrekken. Simone is 67 jaar eerder geboren in Turijn. Italië bestaat nog niet; de stad behoort toe aan het Koninkrijk Savoye. Al van jongs af aan komt Simone in aanraking met uiteenlopende ideologieën en levensbeschouwingen: zijn vader strijdt voor een Italiaanse republiek, onderwijs geniet hij van jezuïtische paters, en van zijn grootvader krijgt hij met de paplepel een groot wantrouwen ingegoten tegen het Jodendom. Na zijn rechtenstudie ontpopt Simone zich als kundig vervalser van documenten in het notariskantoor waar hij komt te werken:

'Dus dat is mijn beroep? Het is mooi werk om vanuit het niets een notariële akte op te stellen, een brief te vervalsen zodat die net echt lijkt, een compromitterende bekentenis te fabriceren, een document te maken dat iemand in het verderf zal storten. De kracht van het vakmanschap…'

Deze vaardigheid blijkt uitermate goed van pas te komen bij het werk voor de inlichtingendienst waarvoor Simone als twintiger al wordt uitgezonden. In die hoedanigheid is hij rechtstreeks getuige van historische gebeurtenissen, te beginnen met de strijd die de troepen van Garibaldi op Sicilië leveren voor vorming van een Italiaanse staat. Door de informatie die hij verzamelt - of liever: naar vrije interpretatie van zijn bronnen opstelt of zelfs verzint - en aan zijn opdrachtgevers aanlevert, krijgt hij een behoorlijke vinger in de pap bij politieke besluitvorming. Dat zet zich verder door, wanneer hij naar Parijs vertrekt en voor Franse machthebbers gaat werken, onder andere tijdens de Frans-Duitse oorlog.

Dit alles schrijft Simone minutieus neer in het dagboek dat hij op die ochtend in 1897 begonnen is. Cynisme en opportunisme kleuren de zinnen. Het schrijven over zijn sluwe manoeuvres met prominente figuren lijkt hem genoegen te schenken; hij legt alles graag tot in de puntjes uit.

De dubbelganger

Tijdens de klus wordt Simone van tijd tot tijd gestoord door een mysterieuze indringer. Deze abt, die zich Dalla Piccola noemt, is vermoedelijk een dubbelganger; hij voegt fragmenten toe aan het dagboek, en blijkt zich zaken te herinneren die Simone zelf vergeten was. Wie Dalla Piccola is, en hoe hij zich tot hem verhoudt, is een vraag waar Simone zich op gezette tijden het hoofd over breekt:

'Als Simonini Dalla Piccola was, waarom wist ik dan helemaal niets van Dalla Piccola, voelde ik me niet Dalla Piccola, die helemaal niets wist van Simonini, en had ik, sterker nog, om achter de gedachten en gevoelens van Dalla Piccola te komen diens aantekeningen moeten lezen?'

Deze persoonsverwisseling is niet alleen een raadsel dat moet worden opgelost, maar zorgt ook voor een originele vertelstructuur: de twee gaan als het ware met elkaar in dialoog, stap voor stap bouwen ze de herinneringen aan Simonini's verdoken verleden weer op. Talloze intriges waar Simone in verwikkeld is geraakt, talloze personages met wie hij als inlichter en vervalser zaken doet, komen aan de orde. Hadden Eco's vorige historische romans als De naam van de roos of Baudolino nog een gestroomlijnd verhaal dat naar een bepaalde uitkomst toewerkte - via hoeveel uitweidingen ook- zijn nieuwe bestaat uit verwikkelingen die geen aaneengeschakeld avontuur vormen, maar als een web in elkaar grijpen. De lezer wordt geprikkeld om goed bij de les te blijven, maar tegelijk is de hoeveelheid informatie zo overvloedig, dat hij die nog moeilijk kan overzien.

Informatie in stukjes

Grote brokken informatie toedienen, de lezer zodanig overvoeren dat hij het overzicht verliest, is een strategie die Simone zelf ook toepast. Gedurende zijn leven werkt hij aan een anti-Joods geschrift, een zogenaamd verslag van een fictieve samenzwering op een joodse begraafplaats in Praag van rabbijnen die plannen smeden om in heel Europa grote macht te verwerven. Het verslag is gebaseerd op de werkelijk bestaande Protocollen van de wijzen van Zion, waaruit Hitler in Mein Kampf als bron heeft geput. Simonini stuurt zijn Protocollen stukje bij beetje de wereld in, waarbij steeds nieuwe, snode 'onthullingen' van de rabbijnen naar buiten komen.

'Als je explosieve informatie in één keer toedient, slaat die weliswaar in als een bom, maar zijn de mensen alles binnen de kortste keren weer vergeten. Je moet de berichten daarom mondjesmaat verstrekken, want dan zal elk nieuw bericht het voorgaande weer in herinnering roepen.'

Met de totstandkoming van de protocollen geeft Eco een prachtig inzicht in de groei van het antisemitisme tegen het einde van de negentiende eeuw. Maar de inzet van De begraafplaats van Praag voert breder. Informatie is een tijdloos thema dat nu, met WikiLeaks, weer bijzonder actueel is. Wie heeft de macht over informatie, welke informatie besluit je te verspreiden, wat is het effect op het publiek? Of het feitelijke of fictieve informatie is (zoals Simonini's Protocollen), doet daarbij niet eens ter zake: De begraafplaats van Praag laat zien hoe moeiteloos waarheid en verzinsels door elkaar lopen. Iedereen, van journalisten tot politici, pikt er het materiaal uit dat voor hem relevant is, om zijn eigen boodschap mee te ondersteunen.

De begraafplaats van Praag is daarmee een nog grootser opgezette historische roman dan zijn voorgaande. Een avonturenroman of detective kun je het nauwelijks meer noemen. Er gebeurt veel, en gekruiste degens, tijdbommen en schietpartijen voeren de spanning geregeld op, maar ze vormen geen inzichtelijk verhaal met kop en staart. Wie alle individuele feiten probeert te vatten, zwelgt in de hoeveelheid informatie. Deze roman begon met geheugenverlies, en eindigt in overvloed: een onvergetelijk inzicht in hoe politieke gekonkel het bevattingsvermogen van een individu te boven gaat.

Karlijn de Winter studeerde communicatie- en informatiewetenschappen aan de VU te Amsterdam en Italiaanse taal en cultuur aan de Universiteit Utrecht. Op dit moment werkt ze als freelance tekstschrijver. Daarnaast is ze redactielid van Recensieweb.nl.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum