Recensie: 'We're like people in a book...'

30 november 2010 , door Emmi Schumacher
| | |

‘… and he won’t let anyone else read it.’ Dat is hoe de moeder van de vijfjarige Jack hun leven aan hem uitlegt. De ‘he’ is de geheimzinnige Old Nick, die 's nachts de boodschappen brengt en het bed laat kraken. Hij is er verantwoordelijk voor dat Jack en Ma wonen in een geluidsdichte kamer van drieëneenhalf bij drieëneenhalf. Maar voor Jack, geboren in ‘Room’, is die kamer alles wat er is. Hij denkt dat hijzelf, zijn moeder en Old Nick de enige drie mensen zijn die echt zijn, en dat alles wat hij op TV ziet maar een verhaaltje is. Room (dat werd geselecteerd voor de shortlist van de 2010 Man Booker Prize) gaat over wat er gebeurt als Jack erachter komt dat ‘Outside’ wel degelijk bestaat. Door emmi schumacher.

Donoghue heeft ervoor gekozen om Room volledig vanuit het perspectief van Jack te vertellen. Een slimme zet, want terwijl Jacks onbegrip de ergste gruwel van de situatie op een afstand houdt, maakt diezelfde onschuld alles nog schrijnender. Gelukkig houdt Donoghue ook sentimentaliteit of gejammer over kinderzieltjes letterlijk buiten de deur, en concentreert ze zich op Jacks heel eigen belevingswereld. In de overtuigende manier waarop ze zijn ontwikkeling beschrijft moet een geweldige hoeveelheid research naar de kinderpsyche zijn gaan zitten.

Een kind als verteller brengt wel een groot risico met zich mee: de hele roman staat of valt met het overtuigend krijgen en houden van die kinderstem. Dat is Donoghue zeker gelukt, en Manon Smits, wiens vertaling, Kamer, is genomineerd voor de Europese Literatuurprijs, levert heel knap werk af door Jacks unieke taaltje ook in het Nederlands te behouden. Jack is een klein jongetje, en kleine jongetjes hebben rare gedachtekronkels, zijn snel afgeleid, barsten van de energie, willen niet luisteren, zijn grappig en frustrerend. Jacks stem geeft de roman een speelsheid, bijna een vrolijkheid, waar het verhaal met een volwassene als verteller misschien wel te zwaar zou zijn geworden.

‘Ma throws Duvet back and pulls Box out from Under Bed, she makes a little grunt going in. I slide in beside her, we’re near Eggsnake but not to squish him. “I got the idea from The Great Escape.” Her voice is all boomy beside my head.
I remember that story about the Nazi camp, not a summer one with marshmellows but in winter with millions of persons drinking maggot soup. The Allies burst open the gates and everybody ran out, I think Allies are angels like Saint Peter’s one.
“Give me your fingers…” Ma pulls on them. I feel the cork of Floor. “Just here.” Suddenly there’s a bit that’s down with rough edges. My chest’s going boom boom, I never knowed there was a hole. “Careful, don’t cut yourself. I made it with the zigzag knife,” she says. “I pried up the cork, but the wood took me a while. Then the lead foil and the foam were easy enough, but you know what I found then?”
“Wonderland?”

Mam gooit Dekbed van ons af en trekt Krat uit Onderbed, ze maakt een kleine grom als ze naar binnen gaat. Ik kruip naast haar, we zijn dicht bij Eierslang maar we drukken hem niet plat. "Ik had het idee van The Great Escape." Haar stem is heel donderend naast mijn hoofd.
Dat verhaal weet ik nog, van dat nazikamp, niet een zomerkamp met marhsmallows maar in de winter met miljoenen mensen die madensoep te drinken kregen. De geallieerden gooiden de hekken open en iedereen rende naar buiten. Ik denk dat geallieerden engelen zijn, net als die van Petrus.
"Geef je vingers eens..." Mam trekt eraan. Ik voel de kurk van Vloer. "Hier is het." Ineens is er een stukje dat omlaag is met ruwe randen. Mijn hart doet boem boem boem, ik wist niet eens dat er een gat was. "Voorzichtig, pas op dat je je niet snijdt. Ik heb het met het zigzagmesje gemaakt," zegt ze. "De kurk openwrikken was een makkie, maar het hout duurde wel even. Het loodfolie en het schuimrubber gingen heel snel, maar weet je wat ik toen vond?"
"Wonderland?"'

Helaas niet. Ma vond gaashekwerk, nog meer bewijs van hoe zorgvuldig haar kidnapper te werk is gegaan en hoe onmogelijk het lijkt om uit Room te ontsnappen. Hoe Jack denkt over de poging die hij en Ma toch ondernemen – hij noemt het de Great Escape, en hij is zelf JackerJack, de bevreesde maar toch dappere held – geeft wel aan in hoeverre zijn denken beïnvloed is door zijn half echte, half verzonnen wereld. Hij kan geen onderscheid maken tussen de verhalen die zijn moeder hem heeft verteld – of ze nou 'Alice in Wonderland' heten, of 'How the Berlin Wall Fell Down.' Het maakt de confrontatie met de 'echte' wereld, buiten Room, des te interessanter. Zijn eigen verhaal, het boek van Jack en Ma, gaat over gevangenschap en ontsnapping en de relativiteit van vrijheid. Room is een doodeng maar ontroerend sprookje, een teder liefdesverhaal tussen moeder en kind en een psychologisch slagveld - alles door elkaar.

Emmi Schumacher studeerde Engels en Amerikanistiek. Ze is boekverkoper bij Athenaeum Boekhandel.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum