Recensie: Achttien jaar tussen de wilden

30 november 2015 , door Arjen van Meijgaard
| | | | |

Iedereen kent het verhaal van Robinson Crusoe. Aangespoeld op een onbewoond eiland in de Pacific ziet hij kans om te overleven, eerst alleen en later met hulp van een door hem geredde inboorling. De roman van Defoe was gebaseerd op het waargebeurde verhaal van Alexander Selkirk die zich in 1704 vrijwillig had laten afzetten op het eiland Juan de Fernandez. Hij verbleef er vijf jaar.
Het verhaal van Narcisse Pelletier is vergelijkbaar, maar veel mysterieuzer en intrigerender. Alleen op een eiland is eenzaam, maar te midden van een stam Aboriginals zien te overleven, je aanpassen en tegelijkertijd je eigen identiteit proberen te behouden is andere koek. Wat is er gebeurd, hoe overleefde hij tussen de ‘wilden’ en kan hij zich na achttien jaar weer aanpassen aan zijn oude bestaan? De Franse schrijver François Garde schreef erover in zijn met de Prix Goncourt du premier roman 2012 bekroonde roman Ce qu’il advint du sauvage Blanc. Door arjen van meijgaard.

Weg van huis

De boot waarop Narcisse als matroos werkt,  is in 1843 op weg van Bordeaux naar Nederlands-Indië. Wanneer ze ter hoogte  van Australië zijn is een deel van de bemanning inmiddels ziek. De kapitein gaat voor anker in een baai om op zoek te gaan naar schoon drinkwater voor de zieken. Narcisse gaat mee aan wal waarbij hij iets verder het binnenland in gaat dan de anderen. Wanneer hij terugkomt op het strand ziet hij het schip de baai uit varen. Waarom ze hem hebben achtergelaten is voor hem een raadsel. De eerste dagen is hij ervan overtuigd dat ze terug zullen keren om hem te halen.

En ook als hij gered wordt door een oude inboorlinge en door haar wordt meegenomen naar haar stam, blijft deze overtuiging hem op de been houden. Een keer verlaat hij de stam zelfs om terug te keren naar de baai waar zijn eenzame avontuur begon, maar daar beseft hij dat hij moet kiezen tussen de onbekende zekerheid van de stam of de bekende onzekerheid van het wachten op zijn schip. Hij kiest voor het eerste en blijft zijn naam herhalen om voor zichzelf te weten wie hij is.

‘« Je suis Narcisse Pelletier, matelot de la goélette Saint Paul. »
Devant cet horizon illimité, ses paroles se perdirent sans écho. Mais il lui sembla, par cette proclamation, avoir recouvré un peu de dignité.’

François Garde geeft blijk van een groot inlevingsvermogen in zijn beschrijving van het verhaal van Narcisse. Hij beschrijft hoe de bekende wereld van Narcisse steeds verder achter de horizon verdwijnt, hij vergeet na verloop van tijd zelfs de namen van zijn scheepsmakkers, terwijl de onbekende wereld zich ongevraagd aan hem opdringt en hem terugwerpt op zichzelf. De nieuwe stam lijkt hem op te nemen, maar is nauwelijks in hem geïnteresseerd. Hij mag pas eten als de kinderen als laatste zijn geweest en hoe hij moet jagen of schelpen moet zoeken doet niemand hem voor, hij moet het zelf maar uitzoeken.

‘Il s’habituait peu à peu à la misère physique, à l’incertitude sur son sort, à la nudité, à l’infecte nourriture. Infiniment plus dure était l’absolue solitude: il comprenait qu’il était condamné à une privation complete de relations humaines. Amitié. Camaraderie, amour, complicité, respect, seduction, sexe, toute la gamme des sentiments lui était désormais interdite. Personne avec qui partager – là était le plus  profond désespoir. Et pleurer sur lui-même le consolait un peu.’

Terug naar huis

De hoofdstukken over Narcisse worden afgewisseld met brieven van een reislustige geograaf, Octave de Vallombrun, die na allerlei omzwervingen in Australië belandt en door een speling van het lot Narcisse, die net door een schip is opgepikt, onder zijn hoede krijgt. De brieven zijn gericht aan de voorzitter van het Geografisch genootschap waar Octave lid van is. Hij beschrijft hoe Narcisse na achttien jaar werd gevonden, levend als een volmaakte inboorling, hoe hij hem weer Frans leert, hem leert zich aan te passen aan de beschaving en het verloop van hun reis terug naar Frankrijk. Octave begeleidt Narcisse uit medelijden en compassie, maar vooral uit wetenschappelijke nieuwsgierigheid. Deze blanke zal voor de tweede keer in zijn leven de grens overgaan tussen twee tegenovergestelde werelden.

‘Certes, ce garçon est attacheant et ses drames qu’il a dû traverser sont terrible. Mais d’abord je veux décrire aussi complètement que possible les transformations d’un blanc devenu sauvage et qui redevient blanc.’

Hoe wist hij te overleven, wat kan hij Europa leren over de onbekende stammen in Autralië, hun taal, hun gewoontes? Narcisse laat weinig los. Hij glimlacht en zwijgt over zijn andere leven op een congres van het Geografisch genootschap dat speciaal rondom hem georganiseerd is. De een twijfelt aan het verhaal, de ander ziet hem als een kermisattractie met indrukwekkende tatoeages over zijn lichaam.

De vraag is of het Octave lukt om de jaren die Narcisse tussen de wilden leefde te reconstrueren. En lukt het Narcisse weer helemaal blank te worden?

Het waargebeurde maakt dit avontuur  nog spannender. In een tijd dat iedereen vrijwel altijd en overal bereikbaar is of in contact staat met het digitale wereldwijde netwerk spreekt een verhaal over een leven tussen inheemsen in een ver en onbereikbaar land des te meer tot de verbeelding. En deze verbeelding wordt op intrigerende wijze gevoed en geprikkeld door François Garde. Zijn boek is een publiek zo groot als dat van Robinson Crusoe waard.

Arjen van Meijgaard schrijft korte verhalen en bespreekt Nederlandse en Franse fictie, voor onder andere NBD/Biblion.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum