Recensie: Atleten zijn net echte mensen

30 november 2015 , door Godeke Donner
| | |

De boeken van Chris Cleave zijn net thrillers zonder moord. Hij is een meester in het opdienen van de plot. Zijn bewonderaars zeggen dat hij in zijn romans de extremiteiten van het leven opzoekt. Zijn criticasters vinden dat hij in het grensgebied van melo- en echt drama opereert. Hoe het ook zij, Chris Cleave geeft al die drama's een hoog actualiteitsgehalte. Eerst in zijn debuut Licht ontvlambaar dat gaat over een terroristische aanslag in Engeland, en dat toevalligerwijs verscheen op de dag dat de aanslag in de Londense metro plaatsvond. Zijn echte succes kwam met Kleine bij, het boek over een jonge Nigeriaanse asielzoekster dat op het ogenblik met en door Nicole Kidman wordt verfilmd. Nu is er zijn derde roman, Goud (Gold, vertaald door Dennis Keesmaat). Kwade tongen beweren dat de publicatie ervan werd opgehouden om zo scherp mogelijk in het startschot van de Olympische Spelen te vallen. De hoofdpersonen in Goud zijn drie wielrenners die op Olympisch goud in Londen jagen, het echtpaar Kate en Jack en nog een vrouw, Zoe, hun trainer Tom en het kind van het echtpaar, Sophie, dat lijdt aan leukemie. Door: godeke donner.

De uitersten eigen

Dat zijn de uitersten: aan de ene kant de sporters die hun hele leven in dienst hebben gesteld van het baanwielrennen - de tak van wielrennen die, let wel, op fietsen zonder remmen wordt gereden. En aan de andere kant Sophie, het achtjarige dochtertje van Kate en Jack dat middenin haar chemotherapie zit. Chris Cleave vertelt in een interview hoe hij beide onderwerpen voor zijn boek zelf uitgebreid onderzocht heeft. Hij is de wielerbaan opgegaan, heeft met topwielrenners samen gereden en zich hun verhaal eigen gemaakt. Hij is ook naar Great Ormond Hospital gegaan om mee te lopen met artsen die jonge leukemiepatiënten behandelen. Van zijn vorige twee boeken weten we al wat een ongelofelijk inlevingsvermogen hij in kinderen heeft en met wat een bijzondere stem hij die tot leven wekt.

In Goud is om verschillende redenen vooral de band tussen vader Jack en dochter Sophie er een van permanente bevestiging over en weer. Huiveringwekkend is de manier waarop het meisje van acht voor haar vader weet te verbergen hoe slecht ze eraan toe is.

'Je kon brutaal antwoorden of bijdehand zijn, waardoor je minder ziek leek. Je kon een tekening maken. Je kon de trap op rennen en heel veel lawaai maken zodat ze het merkten, zelfs als je daarna tien minuten op bed moest gaan liggen. Je kon het laten lijken alsof je al je brood had opgegeten, ook al moest je het onder je T-shirt stoppen en later door de wc spoelen. Je kon jongensspelletjes als Star wars doen met gevechten en ruimteschepen, waardoor je stoer leek, ook al was je nog niet eens stoer genoeg om te fietsen.'

En zo reageert haar vader op alle simulaties van zijn dochter:

'Sophie bokte en probeerde te ontsnappen zoals een gezonde robbedoes van acht dat zou doen. Jack glimlachte. Je verzamelde die symbolen van alledaagsheid. Je bracht ze naar de bank, in de wetenschap dat als je er genoeg had opgespaard de rente zou uitgroeien tot een kind in remissie.'

Vonkjes van inspanning

De verhouding tussen de drie wielrenners staat, vanaf de eerste kennismaking bij een programma voor aanstormend talent, in het teken van rivaliteit. Jack wendt aanvankelijk voor de hulptrainer te zijn en vergast zijn medetalentjes op een vernederende trainingssessie. Zoe is hierover zo opgefokt dat ze hem uitdaagt voor een achtervolgingswedstrijd waarbij Jack op het moment van inhalen tegen een reling smakt en in het ziekenhuis belandt. Zowel Zoe als Kate krijgen daarna een verhouding met Jack en, hoe kan het anders, de lezer wordt daardoor meteen aan het twijfelen gebracht over de identiteit van Sophies eigenlijke moeder. Zulke ingrepen vormen de emotionele achtbaan waar Chris Cleave zijn lezers doorheen jaagt.

Zoe is de instinctieve en gedreven sportvrouw die bereid is alles op te geven voor haar medaille. Kate, misschien wel de betere racer, zet alles opzij voor haar zieke kind en beïnvloedt daarmee bewust haar kansen op goud. De concurrentie tussen de vrouwen bereikt een hoogtepunt als het Olympisch Comité besluit dat maar één baanwielrenster per land naar de Spelen in Londen mag worden afgevaardigd. Kate wint de confrontatie die in drie rondes wordt afgewerkt, waarschijnlijk alleen omdat Jack en Zoe haar onwetend laten over het feit dat Sophie net dan met accuut levensgevaar in het ziekenhuis is opgenomen.

Wie de Tour de France volgde en het Engelse Sky-team zo dramatisch het veld zag beheersen, zal worden aangestoken door de zinderende spanning waarmee Chris Cleave in Goud de baanraces tussen Kate en Zoe beschrijft:

'Nu er niets meer was om aan te denken, was Kate heel erg kalm. Ze versnelde tot de absolute grenzen van haar kracht en gebruikte het beeld van Sophie om de berichten van helse pijn die ontplofte in haar benen en longen uit te zetten. Toen ze de laatste bocht in gingen, detoneerden er van de inspanning vonkjes op haar netvliezen. Ze scheurde de bocht uit en het laatste rechte stuk op, en voelde de verstoring van de luchtstroom en hoorde het brullen van de wielen toen Zoe uit haar schaduw kwam en naast haar kwam te rijden. Honderdvijftig meter lang reden ze zij aan zij. Kate trok elke atoom van zichzelf binnenstebuiten en langzaam, centimeter voor centimeter, begon Zoe's aanval te haperen. Van de plek naast Kate viel ze twee centimeter terug, een bandlengte terug, en met een kille, stille flikkering van verbazing in haar hart besefte Kate dat ze ging winnen.'

Voor alle duidelijkheid: Goud is geen boek over wielrennen. Al druipen de wielerscenes van de adrenaline, Goud gaat in de eerste plaats over keuzes die mensen maken tussen het brengen van offers en het nastreven van ambities. En het wankelen daartussen. Chris Cleave wil maar zeggen, atleten zijn net echte mensen, je kunt winnen of verliezen maar uiteindelijk gaat het om de loyaliteit en liefde ten opzichte van de ander en jezelf.

Godeke Donner studeerde Letterkunde in Amsterdam en Parijs.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum