Recensie: Critici in crisis?

30 november 2015 , door Karlijn de Winter
| | |

Het is niet dat er niet meer over literatuur geschreven wordt. Het aanbod aan recensies lijkt gevarieerder dan ooit: van 'consumentenvoorlichting' à honderd woorden per boek (plus sterren) tot reviews op Bol.com, van degelijke NRC Handelsblad-recensies tot specialistische analyses op De Reactor. Van een 'crisis in de kritiek' wil Jos Joosten in zijn nieuwe essaybundel Staande receptie dan ook niet spreken. Maar wel is duidelijk dat de literaire kritiek een nieuwe plek moet zien te veroveren. Joosten analyseert vooral en waakt ervoor om als wetenschapper 'de praktijk' iets voor te schrijven. Een duidelijk standpunt over de taak van de literaire kritiek is wel te vinden in het ABC van de literaire kritiek van bijzonder hoogleraar Elsbeth Etty, dat eind vorig jaar verscheen. Door karlijn de winter.

Verbrokkeld veld
In Staande receptie zet Jos Joosten een groot aantal lijnen uit voor discussie. Als hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Radboud Universiteit is hij verbonden aan het NWO-onderzoeksprogramma The Best Intentions: Literary Criticism in The Netherlands 1945-2005. In het kader van dit programma gaf hij lezingen en schreef hij artikelen over verschillende aspecten van de hedendaagse literaire kritiek, waarvan een aantal hun weerslag kregen in deze bundel.

De onderwerpen waaieren uit van de afkalvende invloed van literair tijdschrift Merlyn en canonvorming van de Nederlandse literatuur in het buitenland tot literaire kritiek op internet. Joosten toont met voorbeelden hoe levendig de literaire kritiek nog is, en over de heersende cultuur is hij niet pessimistisch ('anders dan bijvoorbeeld in de Verenigde Staten, [verschijnt] in Nederland nog steeds bij elke serieuze krant een boekenbijlage'). Toch merkt hij wel dat er iets aan het veranderen is:

'De lezer verlaat zich niet meer, zoals Hugo Verdaasdonk al in 2003 vaststelde, op het 'repertoire' van één criticus, dat als richtlijn geldt ('Wat vindt Kees Fens van de nieuwe Mulisch?). De critici van de eenentwintigste eeuw opereren in een verbrokkeld veld, hebben verschillende media tot hun beschikking en zijn van zeer divers pluimage.'

Het roept het beeld op van een lezer die verdwaasd achterblijft: waar kan die nu nog van opaan, als overal zo veel meningen en meninkjes, visies en opinies over rondwaren, en de boekenbijlage van de kwaliteitskrant (laat staan het literaire tijdschrift) niet meer de eerste aangewezen bron is om over literatuur te lezen? Joosten onderzoekt of literaire kritiek op internet misschien een alternatief kan bieden, maar moet concluderen dat dit voorlopig nog niet het geval is.

Critici zonder aanzien
Behalve aan het beperkte aantal lezers dat recensiesites en weblogs bereiken (op Joostens kwantitatieve onderzoek valt overigens wel iets af te dingen), schrijft hij dat ook toe aan het beperkte aanzien ('symbolische kapitaal') dat ze hebben in traditionele literaire kringen. Niet dat er op online recensies wordt neergekeken, ze worden gewoon niet beschouwd als serieuze partij. Internetrecensenten hebben geen status - wie zou zomaar een naam uit zijn mouw kunnen schudden? Terecht stelt Joosten:

'het is zeer onwaarschijnlijk dat we binnen de huidige constellatie op het web de terugkeer te zien zouden krijgen van de klassieke "performatieve" criticus: de autoriteit die met zijn oordelend woord de literaire status quo ter plekke wijzigt.'

Zo'n uitspraak nodigt uit om verder te denken: moet internetkritiek wel met die traditionele maatstaven beschouwd worden, ook al lijken internetrecensies in hun vorm misschien op traditionele recensies in kranten? Misschien zijn lezers helemaal niet op zoek meer naar de Criticus met een hoofdletter C.

Het is in dat opzicht jammer dat dit artikel uit 2010 stamt en niet geactualiseerd is. Joosten heeft bewust recentere ontwikkelingen op het gebied van sociale media buiten beschouwing gelaten. Volgens hem is het 'de vraag in hoeverre op Facebook of Twitter activiteiten plaatsvinden die écht vergelijkbaar zijn met klassieke literaire kritiek'. Maar op Twitter en Facebook vinden wel discussies plaats (de twitterleesclub #twitlit als nieuwste voorbeeld), worden leestips en links naar recensies uitgewisseld. Dat heeft weinig meer weg van klassieke literaire kritiek, inderdaad, maar laat wel zien hoeveel meer mensen zich laten leiden door wat vrienden vinden ten koste van wat deskundige critici te melden hebben. Het begrip autoriteit lijkt aan verandering onderhevig - en is iets waar lezers van nu misschien helemaal geen behoefte meer aan hebben.

Aasgieren
Terwijl Joosten bij de vleet dit soort vragen oproept, is Elsbeth Etty's ABC van de literaire kritiek vooral een boek dat antwoorden geeft. Hinkelend van Aasgieren via Ethiek, Hatelijkheden en Straatrumoer tot Zelfreflectie presenteert Etty haar visie op wat de taak is van een recensent, waar een goede recensie aan voldoet, aan welke morele codes een recensent zich moet houden (en naar welke hij zich niet moet verlagen - voorbeelden worden met naam en toenaam gegeven). Het is geruststellend om na lezing van Joosten weer even te horen dat er heus wel vaste normen en waarden bestaan voor literaire kritiek. Met name voor beginnende recensenten biedt Etty's boekje houvast:

'Of het nu de gedrukte krant of de digitale versie is, een wetenschappelijk internet-tijdschrift [sic], een blog of een recensie-site [sic]: de eisen die aan onafhankelijke, betrouwbare en gezaghebbende kritiek gesteld worden blijven hetzelfde.'

Maar dan. Joosten heeft ABC van de literaire kritiekzelf ook gelezen. Hij trof er slordigheden, rommelig cijferwerk en zelfs plagiaat in aan. Een heel artikel is eraan gewijd om te betogen dat zij de titel van bijzonder hoogleraar onwaardig is. Ook Connie Palmen en Renate Dorrestein worden op hun vingers getikt, met uitgesponnen analyses legt Joosten kromme redeneringen bloot. Soms gaat het over details, en dan vraag ik me af of dat nu werkelijk plek moet innemen in een boek dat al zo dun is. Maar de inzet van het spel is duidelijk: autoriteit is geen vaststaand gegeven meer, noch van internetcritici, noch van gevestigde recensenten en literatoren. Als je ziet hoeveel er over literatuur geschreven wordt kan je van een kritiekcrisis inderdaad niet spreken, maar van een criticicrisis allicht des te meer.

Karlijn de Winter studeerde communicatie- en informatiewetenschappen aan de VU te Amsterdam en Italiaanse taal en cultuur aan de Universiteit Utrecht. Op dit moment werkt ze als freelance tekstschrijver. Daarnaast is ze hoofdredacteur van Recensieweb.nl.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum