Recensie: De strijd tegen de sleur

02 april 2012 , door Carmen Meuffels
| | |

Een leidster van een kinderdagverblijf, een loempiaverkoper, een scholier, moeders: zij spelen de hoofdrol in de verhalen van Sanneke van Hassel. In zestien korte vertellingen, gebundeld onder de titel Ezels, maken we beurtelings kennis met elk van hen, en met hun rusteloos- en machteloosheid. Bijna zonder uitzondering zijn ze namelijk toe aan iets nieuws, en bijna zonder uitzondering falen hun pogingen iets te veranderen wegens hun gebrek aan initiatief. Hun ontevredenheid met hun huidige leven uit zich bijvoorbeeld in het verlangen naar avontuur in de vorm van een affaire of een reis, of in nostalgische terugblikken op hun verleden. Hoewel vrij gauw duidelijk is dat geen enkel verhaal met een ‘happy ending’ zal eindigen, blijft er een zekere spanning in de verhalen zitten: blijft het bij overwegen en dromen, of zal er daadwerkelijk actie ondernomen worden en, zo ja, met welk gevolg?

N.B. We publiceerden eerder voor uit Van Hassels roman Nest.

Realistisch, maar te eenduidig

Aan actie in elk geval geen gebrek in het verhaal ‘Indian time’. Een moeder krijgt daarin ongevraagd het nummer van een onbekende man, gekleed in een indianenpak. Zonder enig schuldgevoel spreekt ze de voicemail van haar man, Hugo, in (‘Er liggen nog vissticks in de diepvries. En, sorry, mijn mobiel is bijna leeg.’) en spreekt met hem af. ’s Avonds, in een restaurant. En daarna in een hotelkamer, die ze betaalt met de gezamenlijke creditcard. Na een snelle vrijpartij nemen ze afscheid:

‘Zwijgend kleedde hij zich aan en hield de deur voor haar open. Terwijl ze achter hem de trap af liep, zag ze de kinderen voor zich, hoe die in hun bedjes lagen. Nora op haar rug, breeduit, de deken van zich af geslagen. Heintje met Todje het vodje. Op de stoep stonden ze tegenover elkaar. “Je ziet er perfect uit,” zei hij, terwijl hij haar verwarde haren achter haar oor streek. De eerste keer, eergisteren, hoe hij haar kraagje schrikte. Het stukje krant met zijn nummer, briefje dat as was, roetdeeltjes in de lucht boven de stad. Morgen moest ze drie tentamens afnemen. Mondeling.’

Net als vele andere personages uit Ezels, trekt ze ten strijde tegen de sleur die haar dagelijkse leven (en haar huwelijk) beheerst. In dit verhaal is de vruchteloosheid van deze poging helaas vrijwel onmiddellijk duidelijk. Nog voor het afscheidsmoment goed en wel voorbij is, zijn haar gedachten immers alweer bij de volgende dag, de dag dat haar leven weer zal gaan zoals het altijd gaat. Het is alsof ze bij voorbaat al besloten heeft dat haar escapade niet anders dan eenmalig kan zijn. Dat ze weer naar huis gaat, naar haar kinderen en naar Hugo, staat vast. Een realistische keuze? Absoluut. Maar de spanning in dit verhaal – die er aanvankelijk wel was – komen deze expliciete, verklarende zinnen niet ten goede. Zowel het verhaal als de personages missen de diepgang die nodig is om met ze mee te leven.

Open einde

Heel anders is dat in het tragikomische verhaal ‘Como’, waarin een moeder figureert die eveneens bezig is haar eigen leven te ontvluchten. In letterlijke zin: zij heeft een briefje voor haar partner Tom achtergelaten (‘Ben naar Como, Grand Hotel Tremezzo, Ciao!’) en is met haar zoontje Jaky het vliegtuig in gestapt. Bestemming: Como, Italië. Haar man, aan wie ze zelf refereert als ‘die sukkel’, is geobsedeerd door politiek. Zozeer zelfs, dat hij zijn zoontje naar een terrorist of president wilde vernoemen:

‘Als Tom er niet is, neem ik Jaky soms bij me in bed. Dat is onhygiënisch, zegt Tom. Zelf wast hij zijn handen voor hij hem optilt. Onze zoon is geboren op Super Tuesday. Hij lag nog niet ingepakt en wel in mijn armen, of Tom moest alweer weg, bij Barney’s de uitslagen kijken. De volgende ochtend op het bezoekuur zegt hij: “Ik heb een geweldig idee. Laten we hem Jacob Hussein noemen.” De week ervoor had ik gezegd dat Jacob Barack echt geen optie was.’

Of ze haar bestemming bereikt, hoe lang ze daar blijft, of ze uiteindelijk toch weer teruggaat naar haar man; we weten het niet. En dat is niet erg. Anders dan het geval was bij ‘Indian time’ is hier alles nog niet geëxpliciteerd en voor ons ingevuld: het gevecht is nog niet verloren – zij, en wij, krijgen nog volop ruimte.

Voortdurende strijd tegen de sleur

Behalve deze twee bevat Ezels nog veertien andere verhalen, die in lengte variëren van dertien zinnen tot enkele pagina’s. Geen enkel verhaal eindigt met ‘zij leefden nog lang en gelukkig’, geen enkel hoofdpersonage leeft het leven waar hij van droomt. De allesoverheersende troosteloosheid die als een draad door Van Hassels verhalenbundel loopt, wordt nu en dan gerelativeerd door humorvolle passages. De situatie is nog steeds ongelukkig, maar zo'n scène bevat tegelijkertijd genoeg ironie om alle misère aanvaardbaar te maken. Zo loopt een poging van het mannelijke hoofdpersonage uit het gelijknamige verhaal ‘Ezels’ om zijn vriendin op te beuren, op het tegenovergestelde uit: onbedoeld kwetst hij haar.

‘“Meisje, je bent bijna veertig,” zei hij. “We kunnen alle kanten op, weekendjes weg, zeilen.” Hij pakte zijn telefoon uit zijn zak. “Als je wilt, boek ik nu een weekend Rome. Die stad zit vol katten. In het Colosseum, op het Forum, overal kruipen ze onder het puin vandaan.” Ze keek hem aan. “Ik weet dat ik bijna veertig ben,” zei ze zacht.’

Van Hassels personages lijken geen van allen te kunnen ontkomen aan hun leven. Ze proberen het wel, elk op hun eigen manier, in verhalen die weliswaar klein zijn, maar waar desalniettemin een zekere dreiging van uitgaat (met name het verhaal van een sadistische leidster van een kinderdagverblijf, ‘Het is muis’, is de moeite waard). Sommigen lijken de strijd tegen de sleur bijna te winnen. Maar nooit helemaal, zoals enkele van Hassels sombere eindzinnen mooi illustreren: ‘Ik had ze moeten insmeren’, ‘Ze mogen de bakken wel snel legen, anders gaat het hier stinken’ en, mijn favoriet: ‘Toen hij bij de parkeerplaats kwam was de zon weg.’

Carmen Meuffels heeft een Master Literatuur en Cultuurkritiek aan de Universiteit Utrecht afgerond en volgt nu een opleiding tot docent Nederlands als tweede taal. Deze recensie zal ook verschijnen op Recensieweb.nl, waar ook de vorige boeken van Van Hassel besproken zijn.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum