Recensie: De zichtbare triomf van een verteller

17 september 2009 , door Daan Stoffelsen
| | |

Onschuldig als de eerste mens is de twintigjarige dichter Adam Walker als hij in 1967 Rudolf Born tegenkomt, en binnen een maand is hij al medeplichtig aan overspel en moord. Onzichtbaar (Invisible), Paul Austers nieuwe roman, heeft een Faustiaanse premisse, enorme vaart, en grotendeels de structuur van een coming-of-age-roman, maar is ook een literair spel dat telkens verrast en dat vragen opwerpt over identiteit en geheugen, zegt daan stoffelsen.

N.B. Dit is een archiefrecensie uit 2009.

Dat begint al op het feestje waarop Adam Born ontmoet. 'Ik weet niet meer waarom ik daar was,' zegt onze verteller, maar hij herinnert zich nog genoeg van de avond: Borns prachtige, zwijgzame vriendin, de Franse Margot, Borns immorele standpunten over oorlog en geweld en dat hij had gezegd dat hij een 'ongelooflijk leven' had gehad. 'Ooit zult u nog eens mijn biografie schrijven. Dat garandeer ik.' Ze ontmoeten elkaar nog eens, en Born doet de dichter in spe een prachtig aanbod: een eigen literair tijdschrift, met Borns geld. Wie zou zoiets weigeren?

Het was nog maar 'Voorjaar', en het begin van een aaneenschakeling van morele struikelpartijen: de affaire van twee weken met Margot en het zwijgend getuige zijn van de moord die Born pleegde op een belager in een New Yorkse achterafstraat zijn maar de eerste twee. Het was ook het begin van een periode die Adam, bekent hij aan zijn oude schoolvriend Jim, nog steeds met schaamte vervult, maar nu hij terminaal ziek is, wil hij het opschrijven. Kan Jim zeggen wat hij ervan vindt, en hem misschien helpen uit zijn writer's block? De suggesties van Jim, die net als Auster zelf al enige boeken op zijn naam heeft staan, komen voort uit een eigen blokkade:

'Mijn aanpak was verkeerd geweest, besefte ik. Door in de eerste persoon over mezelf te schrijven had ik mezelf gesmoord en onzichtbaar gemaakt, had ik het mezelf onmogelijk gemaakt om datgene te vinden waarnaar ik op zoek was. Ik moest me losmaken van mezelf, een stap terugdoen en ruimte creëren tussen mezelf en mijn onderwerp (dat ik zelf was), en daarom ging ik terug naar het begin van deel twee en begon ik in de derde persoon te schrijven.'

Het werkt. Adam kiest voor een ander perspectief en schrijft door. Het idyllische 'Zomer' is in de tweede persoon geschreven, het bittere 'Herfst' bereikt Jim als een soort postuum post-scriptum: snippers aantekeningen in de derde persoon. In drie seizoenen wordt iemand volwassen, verlegt hij zijn grenzen, ziet hij zich geconfronteerd met het kwaad en met zichzelf. Maar Onzichtbaar is meer, veel meer dan dat. Het combineert, zoals in Austers beste werk, recht-door-zeespanning, buitengewone gebeurtenissen die volstrekt vanzelfsprekend voorkomen en een bijzonder bewustzijn van de aard van het verhalen vertellen.

Dat wordt al duidelijk als je de verklaring van de titel probeert te achterhalen. Want wat kan er onzichtbaar zijn bij een gezelschap van zulke tastbare personages, die zonder enige hocus pocus, zonder de dwang van sluipende waanzin en onontkoombare apocalyps, goed te overziene fouten maken? De eerste keer dat de term 'onzichtbaar' valt, is als Adam zich Born voor de geest haalt.

'Wat zag ik nog meer in die eerste ogenblikken? Bleke huid, weerbarstig rood haar (korter geknipt dan het haar van de meeste mannen in die tijd), een breed, knap gezicht zonder uitgesproken karakteristieke trekken (een algemeen gezicht op de een of andere manier, een gezicht dat in een menigte onzichtbaar zou worden), en doordringende bruine ogen, de peilende blik van iemand die nergens bang voor leek te zijn.'

Onzichtbaar als het kwaad zelf? Onzichtbaar als de geheime dienst? Auster hint daar wel naar, en Adams overtocht naar Parijs, vastberaden om Born te achtervolgen en ter verantwoording te roepen, heeft iets detective-achtigs. Maar de tweede keer dat onzichtbaarheid aan bod komt, is het juist iets wat de schrijver overkomt als hij in de eerste persoon schrijft, iets dat een ander perspectief lijkt te voorkomen. Jims advies werkt averechts voor Adam: hij schrijft weer, en zijn verhaal wordt zichtbaar, maar de schrijver zelf verdwijnt naar de achtergrond, takelt af - eerst wordt zijn personage 'jij', dan is het een verre 'hij' geworden. De verteller is verdwenen.

De derde keer ten slotte, is als Adam en zijn zus in 'Zomer' hun broertje gedenken, dat 'als een fantoomwezen, dat in een andere dimensie is opgegroeid, onzichtbaar en toch ademend' al die jaren na zijn vroege dood bij hen was. Hij houdt de speciale band tussen Adam en zijn zus in stand. Deze enige werkelijk afwezige, deze bijna vergetene staat in fel contrast met die andere twee 'onzichtbaren'. Borns aanwezigheid is namelijk in een onheilspellende epiloog bestendigd, en daarmee lijkt de biografie van dit verpersoonlijkte kwaad inderdaad geschreven.

En de schrijver? Die viert een triomf. Nee, de omstandigheden zijn ditmaal niet buitengewoon, de filosofische abstractie is niet sterk doorgevoerd, maar in dit simpele verhaal van een jongen die volwassen wordt, toont Auster zijn kracht. Spannend, maar niet simplistisch; moreel, maar niet moralistisch; concreet, maar niet zonder je met vragen achter te laten: hoe verhouden de familierelaties zich tot de confrontatie met het kwaad? Welke herinneringen zijn gemanipuleerd, is iedereen wel wie hij lijkt te zijn? En wat moet dat mysterieuze einde betekenen? Auster laat je in Onzichtbaar, als in zijn beste werk, in bewondering en verwondering achter.

Daan Stoffelsen is webboekverkoper bij Athenaeum.nl.

Bekijk ook het interview dat Granta met Paul Auster had.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum