Recensie: Een boek als beste reisgezelschap

30 november 2015 , door Godeke Donner
| | | | | |

Iedereen die op reis een dagboek bijhoudt, kent het probleem. De ontdekkingsreiziger David Livingstone zei het aan het eind van zijn leven al: ‘Ik doorkruis liever nog een keer het Afrikaanse continent dan dat ik nog een boek schrijf. Het is zoveel makkelijker te reizen dan erover te schrijven.’
Als er één is die op het gebied van reizen, en het schrijven over reizen, een autoriteit genoemd mag worden, is het Paul Theroux. Van The Great Railway Bazaar tot World’s End heeft hij in de loop van vijftig jaar prachtige en inspirerende boeken over zijn omzwervingen geschreven. Door godeke donner.

N.B. Deze recensie publiceerden we al eerder in mei 2011 naar aanleiding van het verschijnen van de oorspronkelijke editie van het boek. Oudere recensies kunt u in ons archief terugvinden.

Goed reisgezelschap?

The Tao of Travel (onlangs in het Nederlands vertaald door Henk Schreuder als De Tao van het reizen) is een verzameling aforismen en citaten uit reisverslagen die hij in het werk van andere schrijvers en zichzelf vergaarde. Ze zijn ingedeeld naar een twintigtal thema’s als ‘Angsten en gevaar,’ ‘Wat eet je op reis’, ‘Rampen onderweg,’ ‘Wat neem je mee’ en ‘Klassieke bestemmingen.’ Eigenlijk is het een catalogus van reizigers en de plekken op de wereldkaart waar ze vertoefden. Ze delen dezelfde passie, door Theroux omschreven als: ‘Reizen is pas echt de moeite waard als het niet meer over je bestemming gaat, maar onderdeel wordt van je leven zelf.’

Natuurlijk heeft hij een goede neus voor wat in zijn eigen vak omgaat. Heel wat van de geciteerden zijn persoonlijke vrienden van hem. Maar ook de klassieken komen aan bod, en de verschillende manieren waarop zij zich verplaatsten, of het nu met de trein, te paard of wandelend is. En Theroux heeft duidelijk een zwak voor de laatste manier.

Theroux noemt verschillende schrijvers die liever in gezelschap van anderen waren – voor hemzelf een gruwel. Henri David Thoreau, die voorgaf in Walden zijn eenzaamheid te willen belijden, kon het onderweg of in zijn blokhut blijkbaar niet alleen af. Deze wandelende legende op het gebied van ascese klopte bijna dagelijks aan bij zijn moeder die vlakbij woonde voor een goed maal en z’n vuile was. André Gide, William Burroughs, Bruce Chatwin werden op hun reizen vergezeld door een partner van hetzelfde geslacht, of ze ontmoetten die ter plaatse - iets wat zij tot elke prijs voor het thuisfront verborgen hielden.

Redmond O’Hanlon nam altijd vrienden, vaak ook schrijvers of dichters, mee. Naar hij zelf zegt om een weerwoord te krijgen, onderweg een dialoog aan te gaan en samen van de humoristische momenten te genieten. Theroux vermoedt dat achter al zijn enthousiasme een ernstige, wetenschappelijk ingestelde O’Hanlon verborgen bleef die leed onder zijn depressieve buien. Misschien dat hij daarom niet alleen wilde reizen.

De klim

In het hoofdstuk ‘Reizen als lijdensweg’ komt de bergbeklimmer Jon Krakauer aan het woord. Hij heeft de bezetenheid van klimmers aan den lijve ondervonden toen in de lente van 1996 de dodelijkste expeditie ooit in de geschiedenis van de Mount Everest plaatsvond. Zestien teams wilden gelijktijdig naar de top waarvan enkele met meer dan 20 gidsen, gidsen en sherpa’s. Toen Krakauer zelf temidden van dit circus al aan de afdaling was begonnen, ontstond plotseling een zware storm. Toch bleven klimmers naar boven gaan. Meer dan tien van hen kwamen daarbij om. Krakauer:

‘Het zijn geen voorzichtige mensen die de Everest bedwingen. Helaas zijn het klimmers die hun eigen noodsituatie niet inzien en tegen beter weten in doorgaan. Ze negeren de signalen van imminent gevaar. Dat is het dilemma van elke Everest-klimmer: je moet extreem gedreven zijn maar als je dat té zeer bent, overleef je het waarschijnlijk niet. Op 8000 meter is de lijn tussen verantwoord doel en roekeloze klimkoorts angstig dun.’

Maar wat spreken die klimmers tot de verbeelding. De net omgekomen Ronald Naar is daar het beste Nederlandse voorbeeld van.

De wandeling

Nee dan wandelen. Elke wandelaar wordt heel blij van het hoofdstuk ‘It Is Solved By Walking,’ of ‘Solvitur Ambulando,’ zoals Augustinus al zei. De wandelaars die bij Theroux aan het woord komen, Basho, Rousseau, Wordsworth, Thoreau, Chatwin en Matthiesen zijn het er allen over eens: wandelen lijkt het meest op mediteren. Vergeet de fysieke inspanning, het gaat om de spirituele activiteit. Onder het lopen ben je aan het denken, want gedachten kun je niet uitschakelen. Zoals Thoreau zei: ‘Je moet lopen als een kameel, het enige dier op aarde dat herkauwt terwijl hij loopt.’

De pelgrim, de dichter en de ontdekkingsreiziger weten door te lopen hun geest tot rust te brengen. De wandeling is onderdeel van hun loutering. Peter Matthiesen, bekend van zijn boek The Snow Leopard waarin hij zijn zoektocht in Tibet naar dit legendarische dier beschrijft, meende dat wandelen hem in een vacuum bracht zonder verleden, heden en toekomst. Hij wilde geen nieuws uit de buitenwereld want ‘het zou inbreuk maken op deze kans in het moment te leven, zonder het waanidee dat er continuiteit is en bestendigheid, juist nu ik probeer los te laten, weg te blazen, als die witte veren op de bergen.’

Een toon en een les

In het hoofdstuk ‘Travel Feats’ noemt Theroux Jessica Watson, de jongste zeilster tot nog toe die om de wereld zeilde. Uit haar reisblog en chats spreekt een onveranderlijk opgewekte toon; waarschijnlijk, zegt Theroux, een voorwaarde om dergelijke uitdagingen tot een goed einde te brengen.

Sommige reisboeken gaan niet zozeer over de reis als wel de ervaring van een speciale plek. Klassiek voorbeeld daarvan is Afrika, zoals beschreven door Peter Beard. Vijftig jaar geleden ging hij naar Kenia en trof er een geschonden paradijs. In The End of the Game waarschuwt hij dat dieren en mensen in Afrika te veel op elkaars huid zitten. Hij schrijft: ‘Het is de tragische paradox van de blanke bemoeienis. Hoe dieper hij Afrika introk, hoe sneller het leven eruit verdween, uit de steppes en de bush, op naar de grote steden.’

‘Zeldzaam,’ zegt Theroux, ‘was Beards vermogen als een neutrale toeschouwer Afrika te bekijken, zonder politieke agenda en zonder vooroordelen. Hij ging erheen om te leren. Hij was uitsluitend bezorgd om de levenden en de doden, de roofdieren en hun prooi. De waarheid die hij zag, had profetische betekenis.’

Ik kan me geen beter boek bedenken om mee op reis te nemen. De eclectische inrichting van The Tao of Travel maakt dat er voor ieders gading wat bijzit. Hoe je ook reist, met wie en waar naartoe, hier valt iets te leren over de mystiek van het zich verplaatsen.

Godeke Donner studeerde Nederlandse Letterkunde en Algemene Literatuurwetenschap en schreef boekrecensies voor verschillende kranten.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum