Recensie: Een meerstemmige geschiedenis van de slavernij

30 november 2015 , door Annemarie de Wildt
| | | | | | |

Het jaar 2013 moet een Amsterdams jubeljaar worden: 400 jaar grachtengordel, 175 jaar Artis, 125 jaar Concertgebouw en alle musea weer open. Wat ongemakkelijk daartussenin staat: 150 jaar afschaffing van de slavernij. Het Amsterdam Museum zal, onder andere in de tentoonstelling over de Gouden Eeuw, het slavernijverleden en de erfenis ervan tonen. Reden om na het bekijken van de vijfdelige televisieserie die in 2011 uitgezonden werd, het boek bij de serie te lezen: De slavernij. Mensenhandel van de koloniale tijd tot nu van Carla Boos. Een recensie door annemarie de wildt.

Slavenhandel in Amsterdam

'Nederland is een rijk land. Wandel langs de Heeren- en Keizersgracht van Amsterdam, en bewonder de prachtige gebouwen,  die hunne tinnen fier verheffen. Elke woning is een paleis – maar de schatten, waardoor die paleizen werden opgetrokken, zijn voor een deel de uitgeperste levenssappen, het zweet en bloed van onder knellende geselslagen zich krommende slaven.'

Dit schreef de abolitionist Wolter Robert baron van Hoëvell in 1855. Dat was acht jaar voor Nederland de slavernij in Suriname en de Antillen officieel afschafte en achttien jaar voordat de voormalige slaven daadwerkelijk vrij waren. Tijdens de periode van Staatstoezicht moesten ze immers nog tien jaar, tegen een klein loontje, op de plantages blijven werken zodat de plantage-economie niet meteen zou instorten. De plantage-eigenaren kregen in 1863 een vergoeding van 300 gulden per slaaf. Het onderzoek van Dienke Hondius (VU) laat de betrokkenheid van Amsterdammers zien bij de slavernij in de West. Op een google map is aangegeven waar de Amsterdamse eigenaren van de tot slaaf gemaakten woonden.

Niet alleen de rijken

Dat waren niet alleen rijke heren. Zo woonde op Herengracht 454 de dienstbode Pauline Marie Henriette Eekhout, die voor een klein deel eigenares was van de slaven Ellis, Lucretie, Zaire, Jaba en Cremeon van de plantage Meerzorg. Maar ook op andere manieren was de Amsterdamse economie verweven met de plantage-economie. Het cargazoen, de producten waartegen aan de Afrikaanse westkust mensen geruild werden, zoals messen, kralen, hoeden, snuifdozen en geweren, kwamen deels uit Amsterdam. De producten van de koloniën, koffie, suiker, katoen en tabak, werden hier verwerkt en geconsumeerd.

De stad Amsterdam is zelfs mede-eigenaar van de kolonie Suriname geweest. In 1683 verkochten de Staten van Zeeland, die de kolonie veroverd hadden op de Engelsen, Suriname voor 260.000 gulden aan de West-Indische compagnie, de stad Amsterdam en de schatrijke Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck, die elk voor een derde eigenaar waren. Van Aerssen werd de eerste gouverneur van Suriname. Hij introduceerde daar het Nederlands poldersysteem met afwateringskanalen en sluizen, zorgde voor een stijging van de aanvoer van mensen die in Afrika tot slaaf gemaakt zijn én voor een verdubbeling van de suikerproductie.

Meerstemmigheid

Het boek De Slavernij is, net als de serie, een meerstemmige geschiedenis waar via brieven, scheepsjournaals en dagboeken historische figuren aan het woord  komen, naast deskundigen en nazaten van slaven. Juist die vele persoonlijke verhalen geven inzicht in de gelaagdheid van (de erfenis van) slavernij. Helaas  klinken, vanwege het ontbreken van bronnen, de stemmen van de slaven heel wat minder luid dan die van plantage-eigenaren en -handelaren. De ondertitel is iets te wijds, aan de mensenhandel van nu wordt nauwelijks aandacht besteed. Gelukkig is er wel enige aandacht voor de mentale gevolgen van slavernij die tot de dag van vandaag doorwerken.

Annemarie de Wildt is curator bij het Amsterdam Museum.

MINDBOOKSATH : athenaeum