Recensie: Herinneringen van een activistisch diplomaat

26 april 2012 , door Maarten Asscher
| | | | | | |

Eind jaren tachtig, begin jaren negentig viel hij ook in Nederland met enige regelmaat in functie aan te treffen, bijvoorbeeld op de receptie ter gelegenheid van de jaarlijkse Ambassadeursconferentie in Den Haag. Stelt u zich een grote ontvangst voor in zo’n crematoriumachtige zaal van het Ministerie van Buitenlandse Zaken aan de Bezuidenhoutseweg. Een stuk of zes vrouwelijke ambassadeurs, meer dan honderd mannelijke, deze laatsten allen strak in het pak, en één ambassadeur in een tweed jasje: Coen Stork. Dat tweed jasje symboliseerde zijn zwijgende protest tegen de eenvormigheid, tegen verplicht conformisme. Dat jasje, daar in het hol van de Nederlandse Leeuw, verried al vanaf een afstand hoezeer de drager ervan in alle opzichten een afkeer heeft van uniformiteit, geheel in overeenstemming met de professionele mentaliteit van deze in 1993 gepensioneerde diplomaat. Zijn even belangrijke als amusante herinneringen verschenen zojuist in boekvorm, onder de titel De rode ambassadeur, opgetekend door de filosoof en publicist Peter Henk Steenhuis. Door maarten asscher.

Activistische beroepshouding

Het professionele credo van de in 1928 geboren Coenraad Frederik Stork is misschien wel het meest kernachtig te vinden op pagina 190 van deze memoires. Daar zegt Stork:

'Een goede diplomaat doet niet alleen verslag van wat hij ziet of hoort, maar zet zich ook persoonlijk in, laat zien wie hij is, wat hij goed vindt, slecht vindt. Een diplomaat probeert na te gaan of wat er in een land speelt tegen zijn gevoel van menselijkheid ingaat of niet. En of tegen een eventuele overtreding daarvan geprotesteerd moet worden.'

Indien de wenselijkheid van dit credo aan de voltallige aanwezigen op zo’n Haagse diplomatenreceptie zou zijn voorgelegd, zou het me verbazen als iemand van de aanwezigen, buiten Stork zelf, daar vóór zou hebben gestemd. Een dergelijke geopinieerde, humanitaire, zelfs activistische beroepshouding was in elk geval in de tijd van Storks actieve loopbaan binnen de Buitenlandse Dienst (1960-1993) van een albino-achtige uitzonderlijkheid.

Maar al hebben de meer reactionaire krachten op Buitenlandse Zaken zich door de jaren heen ongetwijfeld enorm aan Storks soms eigengereide optreden gestoord, niemand kan ontkennen dat deze onconventionele diplomaat Nederland internationaal bij vlagen tot bijzondere eer heeft gestrekt. Dat begon bij zijn benoeming in 1962 in Pretoria, ten tijde van het beruchte proces tegen Nelson Mandela en het duurde tot en met zijn laatste post, als ambassadeur in Boekarest (1989-1993), toen het Ceausescu-regime gewelddadig aan zijn langverwachte einde kwam.

Stork werd daarbij in zijn eigenzinnigheid niet weinig gesterkt door zijn afkomst uit een gegoede, van oorsprong Twentse ondernemersfamilie. Die achtergrond van well-to-do en well-connected, aangevuld met een Leidse rechtenstudie, maakte dat hij absoluut niet onder de indruk was van het soort hoger geboren zegelringenkak waarmee de eervorige generatie Nederlandse diplomaten probeerden om de oude tijd ongeschonden voor de toekomst te bewaren.

Morele waakzaamheid in moeilijke omstandigheden

De rode ambassadeur, na jaren van getrek door diverse Nederlandse uitgeverijen, nu eindelijk via de omweg van het gesproken woord in boekvorm verschenen, bevat zijn opgetekende levensherinneringen. Stork vertelt op een betrokken manier, in een anekdotische stijl en met een veelheid aan sprekende historische details, zowel over zijn familiegeschiedenis, zijn ouders en zijn eigen jeugdjaren vóór de Tweede Wereldoorlog, als over wat in later jaren als diplomaat zijn meest karakteristieke belevenissen zijn geweest. Niet Bagdad, waar hij na het ‘klasje’ van Buitenlandse Zaken als attaché begon, en evenmin Parijs en Londen. Wel het Zuid-Afrika van de Apartheid, het Argentinië van Videla, het Spanje van Franco en het Cuba van Castro. En tot slot opnieuw een communistisch land, het Roemenië van Ceausescu.

Voor diplomaten, aldus Stork, ‘is er geen interessantere plaatsing mogelijk dan in een dictatuur’. Hij heeft er zijn portie van gekregen, en aan de hand van het eerder geciteerde credo heeft hij laten zien hoe hij voor een dergelijke professionele test of character met onnederlandse vlag en wimpel slaagde. Dank zij zijn talrijke, actief opgezochte contacten met schrijvers, kunstenaars en andere onafhankelijke geesten kon hij als diplomaat op verschillende momenten een rol van betekenis spelen in de historische omstandigheden van het land waarin hij zich bevond.

De naam van de huidige minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal valt nergens in dit boek, maar op veel plaatsen belijdt Stork zijn afkeer van economie en van handelsbelangen als voornaamste drijfveer voor buitenlands beleid. Deze rode ambassadeur moge daarbij hier en daar een tikje doorslaan, het is een verademing om zo’n hartstochtelijk en met vele voorbeelden geïllustreerd pleidooi te lezen voor cultuur en voor een soort morele waakzaamheid als legitimatie en motivatie voor diplomatiek handelen.

Geëngageerde eenling

Al met al zullen er maar twee categorieën mensen zijn die door dit boek in verlegenheid gebracht worden. De ene, dat zijn de (nabestaanden van de) zogenaamd keurige Nederlandse diplomaten uit de jaren zestig en zeventig, over wie een aantal niet zo flatterende verhalen worden opgerakeld. De andere categorie, dat zijn boekverkopers, die proberen De rode ambassadeur op een logische plaats in hun boekhandelassortiment onder te brengen. Want in welke rubriek hoort dit boek thuis? Geschiedenis? Politiek? Internationale betrekkingen? Journalistiek? Autobiografieën? Het is dat alles, en meer. De naam van Coen Stork hoort in hetzelfde rijtje thuis als die van Max van der Stoel, Otto von der Gablentz en Rob van Gennep. Geëngageerde eenlingen die iets voor de grotere wereld hebben betekend. Lees dit boek.

Maarten Asscher. Boekhandelaar en schrijver. Meest recente publicatie H2Olland. Op zoek naar de bronnen van Nederland (2009).

MINDBOOKSATH : athenaeum