Recensie: Het dorp zakt weg

30 september 2012 , door Godeke Donner
| | | | | |

Paul Theroux heeft een indrukwekkend oeuvre bij elkaar geschreven over de reizen die hij op alle continenten heeft gemaakt. De oude Patagonië-expressDark star safari en De grote spoorwegcaroussel zijn misschien wel zijn meestgelezen werken. Maar hij schreef vooral romans, zoals Muskietenkust, en nu dus De benedenrivier (The Lower River, vertaald door Suzan de Wilde en Maarten Polman). Net als Paul Theroux in zijn jonge jaren heeft zijn hoofdpersoon, Ellis Hock, voor het Amerikaanse Peace Corps in Malawi gewerkt. Net als Theroux gaat hij terug naar het land waarvan hij altijd een idyllisch beeld heeft behouden. De uitkomst van deze nostalgische reis is geen plezierige en nee, tot optimisme over Afrika stemt het de lezer zeker niet. Door godeke donner.

Een levenslange gevangenisstraf

Dit verhaal, deze tragedie zou je kunnen zeggen, wordt lineair uitgerold met natuurlijk de nodige herinneringen. Het begint bij het begin: in het eerste hoofdstuk van De benedenrivier wordt Hock neergezet als een toegewijde maar ongelukkige winkelier in mannenkleding ergens in Massachusetts.

‘De levenslange gevangenisstraf die hij ooit had gevreesd, diende hij nu uit: de familiezaak, zijn vrouw, zijn kind, zijn huis in de Lawrence Estates, dat hij na de dood van zijn moeder had geërfd.’

Dertig jaar lang houdt hij het vol, met de laatste jaren als enig tijdverdrijf de persoonlijke contacten met zijn klanten. Nauwkeurig noteert hij hun e-mailadressen, liefst van vrouwen die een cadeau voor hun man komen uitzoeken, voor een intieme correspondentie. Als die door zijn echtgenote wordt onderschept, begint het drama. Ze wijst hem de deur en haar dochter wil alleen nog haar kindsdeel uitgekeerd krijgen.
Hock besluit daarop terug te keren naar de plek waar hij de gelukkigste jaren van zijn leven heeft gehad, in Malabo aan de benedenrivier, het zuidelijkste puntje van Malawi.

Terug in Malawi

Kijk hoe mooi Theroux de hernieuwde kennismaking met de stad Blantyre beschrijft:

‘Je kon de bush niet vanuit de hoofdstaat zien, maar je kon hem wel ruiken: de rook van houtvuren dreef langs de winkels en sijpelde het baksteen en stucwerk binnen, het eigenaardige geritsel van verzengende eucalyptus, de stoffigheid van dorre bladeren, de akkers die opengehakt waren met roestige houwelen en de scherpe lucht afgaven van beschadigde wortels en rode aarde, alles stonk naar rijping en rotting, en op ieder trottoir de zoetige voetige lucht van de mensen, de zurigheid van hun lompen.’

Beeldend proza, plechtig haast en vol onderhuidse verwijzingen naar de uitkomst van Ellis Hocks lot. Nabij de bush voelt Ellis Hock zich thuis. Hij kan niet wachten tot hij in Malabo zijn opwachting mag gaan maken bij het dorpshoofd Manyenga, kleinzoon van een oud-leerling van Hock in zijn Peace Corps-dagen.

Als hij aankomt aan de benedenrivier blijkt het enige vervoermiddel waarover hij nog zal kunnen beschikken een aftandse brommer die toebehoort aan het dorpshoofd zelf. De school, ooit opgericht door Hock, is vervallen, zijn oude geliefde Gala die aan iemand anders werd uitgehuwelijkt, waarschuwt hem dat de plaatselijke bevolking alleen maar uit is op zijn geld en als dat op is zal het met hem gedaan zijn. Net als in Muskietenkust en, je kunt er niet omheen, zijn grote voorbeelden The Heart of Darkness van Joseph Conrad en A Handful of Dust van Evelyn Waugh, laat Paul Theroux uiteindelijk de jungle de idealist verzwelgen.

Vakkundig uitgekleed

Vroeger droeg Hock al de bijnaam Slangenman want hij had de gave slangen te vangen en in manden in zijn hut te bewaren. Het is het enige overwicht dat hij ook nu nog op de lokalen heeft. Waar hij zo naar verlangde, was de vrijheid in de door hem geïdealiseerde uithoek van Malawi. Wat hij aantreft zijn indolente dorpelingen die alles doen voor een zak voedsel terwijl ze hun eigen, zieke kinderen uit hun midden verbannen, zich door popsterren en hulporganisaties laten fêteren en uiteindelijk hun bezoeker Ellis Hock gijzelen.

Het dorp is overgeleverd aan cynische hulpverleners die door iedereen naar de mond worden gepraat. Van hen is immers het geld en eten te verwachten. De dorpsoudste heeft zelf voor het Agentschap –zo vaag blijft de instantie die de bevolking zogenaamd ondersteunt – gewerkt en weet precies hoe hij de hulpkanalen moet aanboren en bespelen. De komst van Hock past daar  uitstekend bij want de vreemdeling kan het dorp de nodige status verlenen. Intussen wordt Hock op vakkundige wijze uitgekleed. Er is geld nodig voor allerlei projecten zoals een nieuw dak, een opleiding of de herbouw van de school. Mondjesmaat verdwijnen alle omgewisselde dollars. Dan komt Gala’s voorspelling uit: de dorpsoudste wil dan alleen nog maar dat Hock niet ontsnapt.

Afrika bestond niet eens

Paul Theroux laat in zijn uiterst droevige verhaal duidelijk doorklinken dat hij geen hoop heeft voor dit deel van de wereld. De trotse onafhankelijkheid die Hock - en ook Theroux zelf – daar meemaakte, is verkwanseld; cynisme en berusting zijn ervoor in de plaats gekomen. Hock ziet het:

‘Hij wilde niet denken dat het hopeloos was in Afrika. Trouwens, Afrika bestond niet eens, behalve als metafoor voor narigheid in de geest van zelfgenoegzame bemoeials elders. Alleen de dorpen bestonden, en hij was er nu van overtuigd dat er iets definitief mis was met Malabo. Hij had gedacht dat het statisch en bewegingloos was. Maar het dorp leek, in zijn geheel, weg te zakken, de ongeveer dertig hutten, het lage struikgewas en de versplinterde boomstronken, de verdorde mopanebomen met hun rondtollende bladeren, de geur van rook, de vlak gemaakte en geveegde stukjes grond voor de hutten, de stoffige polletjes onkruid. Deze plek vervlakte, zou spoedig vervallen zijn, net als het ongebruikte schoolgebouw, de ingestorte kerk, en geen van de bouwvallen of hutten kwamen, ook nu, boven Hock zelf uit.’

De aanzet tot een verhouding met het jonge meisje Zizi lijkt nog een opleving in de treurige lotgevallen van Ellis Hock. Maar ook zij wordt uitgebuit en zelfs mishandeld als de dorpelingen eenmaal in de gaten hebben dat ze hun bezoeker hiermee het vluchten kunnen beletten. De redding komt ten slotte van een Amerikaanse consul. Een weinig geloofwaardige deus ex machina, maar net als De benedenrivier zelf vintage Theroux.      

Godeke Donner studeerde Nederlandse Letterkunde en Algemene Literatuurwetenschap en schreef boekrecensies voor verschillende kranten.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum