Recensie: Het rijk der schaduwen

30 november 2015 , door Pieter Hoexum
| | | | |

Het is moeilijk te zeggen waarover Plinius’ Naturalis Historia gaat, en onmogelijk om te zeggen waar het niet over gaat. Het gaat over alles, van etnologie tot geografie en mineralogie tot medische wetenschap. Plinius (ca. 23 – 79) las alles en onderzocht alles en gaf er een samenvatting van. Dat was althans het plan. Maar net zoals de encyclopedie van Diderot en d’Alembert meer zegt over de achttiende eeuw en de Verlichting dan over de werkelijkheid die het pretendeert te beschrijven, zo zegt Plinius’ verzameling meer over hem zelf en zijn tijd dan de wereld. Een vreemd heerschap moet het geweest zijn, want zijn werk is een rariteitenkabinet. Het zijn geen boeken om te lezen, maar om in te snuffelen, te grasduinen, te bladeren... te ‘browsen’. Het mooiste en ook wel beroemdste zijn de boeken over kunst en kunstgeschiedenis. Ook dat is weer een verzameling bonte verhalen en anekdotes. pieter hoexum diept Loeb 394 op.

N.B. alle delen van de Loeb Classical zijn tijdelijk in prijs verlaagd tot € 18,95.

Sprookje

Bekendst zijn de vele anekdotes die Plinius opdist over beroemde kunstenaars als Zeuxis, Phidias en Praxiteles, maar mijn favoriet is Plinius’ ‘sprookje’ over de oorsprong van de schilderkunst. Plinius vertelt vrijwel aan het begin van het vijfendertigste boek dat schilderen begon met het natrekken van de omtrek van schaduwen. Aan het einde van het vijfendertigste boek geeft Plinius meer details: de schilderkunst zou zijn uitgevonden in Sicyon te Korinthe, door de dochter van pottenbakker Butades…

… quae capta amore iuvenis, abeunte illo peregre, umbram ex facie eius ad lucernam in pariete lineis circumscripsit …
… who was in love with a Young man; and she, when he was going abroad, drew in outline on the wall the shadow of his face thrown by a lamp … (vertaling H. Rackham)

Schilderkunst houdt zich dus bezig met uiterlijke zaken, oppervlakkige zaken zelfs. Het enige diepzinnige aan schilderkunst is dat ze ook een poging is de vluchtige verschijningen vast te houden. Schilderkunst komt voort uit melancholie, een gemis. Een schilderij, ‘beeld’ zou wellicht een beter woord zijn (misschien kun je zelf beter spreken van plaatje) zou het gemis moeten compenseren. Uiteindelijk gaat het zelfs om een poging de vluchtige werkelijkheid letterlijk en figuurlijk te vereeuwigen. Inderdaad jaArs longa, vita brevis, maar dan genuanceerd: niet de roem van de kunstenaar is eeuwig, maar het beeld. De anekdote toont bovendien het belang van nieuwsgierigheid, speelsheid, creativiteit en inventiviteit.

Het verhaal over de dochter van de pottenbakker benadrukt dat geslaagde schilderkunst dezelfde magische aantrekkingskracht heeft als herinneringen en dromen: het heeft duidelijk een relatie met de zichtbare realiteit maar ook iets onrealistisch. Zoals een herinnering de dingen gewoonlijk mooier of lelijker maakt.

Schimmig

Al bij Homeros komt het weerzien van een geliefde in zijn schaduw voor, hoewel Homers het niet in verband brengt met schilderkunst (maar ja, hij was dan ook blind). In het elfde boek van de Odysseia brengt ‘de man van de duizend listen’ een bezoek aan het dodenrijk - beter gezegd: hij mag er een blik werpen. Wat hij ziet zijn schimmen, onder andere de schim van zijn moeder.

[...] en ik kreeg een intens verlangen om de
schim van mijn overleden moeder daar te omhelzen.
Drie keer liep ik vol liefde naar haar toe, maar drie keer
glipte ze uit mijn armen weg als een droom of een schaduw (vertaling Imme Dros)

Mimesis

Vanuit meer theoretisch oogpunt is het verhaal van Plinius over het ontstaan van de schilderkunst de moeite waard omdat hij er een, weliswaar naïef, antwoord mee geeft op de vraag hoe het komt dat de dochter van Butades in de verf haar geliefde ziet. Dus een antwoord op de vraag hoe we een afbeelding zien als afbeelding - op de vraag wat mimesis nu eigenlijk is. Dat antwoord luidt eenvoudigweg dat het schilderij letterlijk een afschaduwing is van de werkelijkheid.

Hier kun je twee kanten op: je kunt zeggen dat een schilderij slechts een afbeelding is en dat het origineel het meest waardevol is. Je kunt ook de afbeelding als het meest waardevol beschouwen en het origineel als iets dat overbodig is geworden als het eenmaal afgebeeld is, ongeveer zoals het theezakje als je er thee van getrokken hebt. De laatste zienswijze gaat recht in tegen de klassieke zienswijze van Plinius, die het ongetwijfeld met Plato eens was dat kunstwerken eigenlijk slechts namaaksels zijn. Voor Plinius is kunst het zo getrouw mogelijk afbeelden van de natuur, van de werkelijkheid. Voor hem is de uitvinding van de pottenbakkersdochter slechts een eerste stap, een eerste voorzichtige stap die uiteindelijk zal leiden naar bedrieglijke echte kunst, tot het toppunt van schilderkunst: het trompe-l’oeil.

Wat mij betreft hoeft de schilderkunst niet verder te gaan dan deze eerste stap, die mijns inziens al een reuzenstap is. Wat mij betreft is hier al sprake van volmaakte schilderkunst. Bij schilderkunst gaat het om met beperkte middelen een zo groot mogelijk effect te bewerkstelligen; daar is nieuwsgierigheid en inventiviteit voor nodig en dáárover vertelt Plinius. 

Pieter Hoexum is filosoof, publicist (voor o.a. Trouw) en huisman. Hij was boekverkoper bij Athenaeum Boekhandel. Zijn boek Gedenk te sterven. De dood en de filosofen verscheen in 2003, in 2012 verschijnt Reis door mijn rijtjeshuis. Kleine filosofie van het wonen. Hij heeft nu een website, pieterhoexum.wordpress.com.

MINDBOOKSATH : athenaeum