Recensie: Hoe men met hamertjes filosofeert

30 november 2015 , door Pieter Hoexum
| | | | |

In tegenstelling tot de meeste mensen, die in hun jeugd onstuimig en revolutionair zijn, maar langzaam tot bezinning komen, werd Jean-Paul Sartre in zijn lange leven steeds radicaler revolutionair. Maar de piano bleef hij trouw, schrijft de Franse filosoof François Noudelmann in The Philosopher’s Touch. Hij had als kind pianoles gehad en had een hoog niveau gehaald en bleef tot hij te blind werd, dagelijks pianospelen. Aangezien bezit te bourgeois was, bezat Sartre echter geen piano. Dagelijks wandelde hij naar het verderop gelegen Parijse appartement van zijn moeder, waar hij zichzelf en zijn moeder een uurtje vergetelheid gunde. Hij speelde namelijk niet de internationale en ook geen nummers uit de Dreigroschenoper, geen avant-garde muziek van Messian of Boulez... maar Chopin. Sartre, filosoof en revolutionair – maar nu even niet. Door pieter hoexum.

De voorliefde voor Chopin deelde Sartre met twee andere pianospelende filosofen, Friedrich Nietzsche en Roland Barthes. Alle drie hun levens bestond uit 'eten, denken, pianospelen'. Noudelmann schreef er een verrukkelijk boek over dat klein, compact en even intiem als kamermuziek is. Het is een driedelige 'suite', met een 'coda'.

Achtergrondmuziek

Het gebruiken van muziek als achtergrond bij het lezen van een boek, is niet het tekortdoen van die muziek. Het is er juist een eerbetoon aan. Welke muziek te gebruiken als achtergrond bij het lezen van dit boek? Na het boek door te hebben gebladerd en erin geneusd te hebben, moest ik denken aan een gedicht van de Zweedse dichter (en pianist!) Tomas Tranströmer.

Allegro

Ik speel Haydn na een zwarte dag
en voel een simpele warmte in mijn handen.

De toetsen zijn willig. Milde hamers slaan.
De klank is groen, levendig en kalm.

De klank zegt dat de vrijheid bestaat
en dat iemand de keizer geen belasting betaalt.

Ik steek mijn handen diep in mijn haydnzakken
en doe als iemand die de wereld in alle rust aanschouwt.

Ik hijs de haydnvlag – dat betekent:
'Wij geven ons niet over. Maar willen vrede.'

De muziek is een glazen huis op de helling
waar stenen rondvliegen, stenen rollen.

En de stenen rollen er dwars doorheen
maar iedere ruit blijft heel.

Uit: Tomas Tranströmer, De herinneringen zien mij
Vertaling door Bernlef

Achteraf reconstruerend moet de associatie ongeveer zijn gegaan van Nietzsche-als-pianist naar Nietzsche-de-filosoof-met-de-hamer naar de 'milde hamers' van Haydn. De piano is immers weliswaar een snaar- en toetsinstrument, maar bovenal een slaginstrument: met de toetsen bedien je (met vilt bedekte) hamertjes die tegen de snaren slaan. Hoe dan ook, het leek me toepasselijk dat ik bij het lezen van dit boek, op de achtergrond de haydnvlag zou laten wapperen. Ik koos Haydns late, 'Engelse', pianosonate, uitgevoerd door Ronald Brautigan (klik hier voor het stuk).

Dat beviel uitstekend, maar de grootste verdienste van het boek is misschien wel dat ik de haydnvlag al snel weer moest strijken. Binnen de kortste keren was ook ik in de ban van Chopin, en dat was wel het laatste wat ik had verwacht. Tot nu toe had ik me verre gehouden van die, in mijn nog onwetende oren, sentimentele, kleffe muziek. Chopins 24 preludes, Op. 28 echter bleken ware pareltjes.

Roomboter of olijfolie, dat is de vraag

Chopins preludes zijn eigenlijk onaffe, fragmentarische schetsen en vormen zo ongeveer het spiegelbeeld van Bachs preludes-uit-een-stuk. En dat is, volgens Noudelmann, waarschijnlijk ook wat de jonge Sartre erin aangetrokken moet hebben. Nadat zijn vader was overleden, trokken hij en zijn moeder in bij haar ouders; zijn grootvader van moederskant was een oom van Albert Schweitzer, die beroemd zou worden als tropenarts maar ook bekend werd als organist en Bach-kenner (hij had overigens filosofie gestudeerd en was gepromoveerd op Kant). Maar goed, zo onschuldig was het niet om, samen met zijn moeder, met Chopin te dwepen: het was een duidelijk afwijzen van de Schweitzer-kant van de familie.

Iets vergelijkbaars geldt voor Nietzsche. Diens verering voor Chopin is de ultieme afrekening met Wagner: hij verruilde de loodzware, bedwelmende, noordelijke 'roomboter' voor de verfrissende, vederlichte, zuidelijke 'olijfolie'. De associatie met voedsel is helemaal niet vergezocht, want Noudelmann vertelt dat voor Nietzsche eten, denken en luisteren alle drie zorgvuldig gekozen moeten worden om een goede gezondheid te behouden. Muziek was voor Nietzsche, zoals voor iedereen, een lichamelijke aangelegenheid.

Voorspel

Pianospelen is trouwens sowieso geen onschuldige vrijetijdsbesteding, zo weet Noudelmann in dit boek duidelijk te maken: 'The hypothesis of this book is that playing music offers a privileged time for […] subjectification, a time during which the ordering and disordering of a subject's relation to the real are at work.'

Al op bladzijde 18 stelt Noudelmann de hamvraag: 'How then should one touch the piano keyboard?' Dat is geen zuiver technische vraag. Integendeel. De piano is niet alleen maar een instrument, zoals onze handen en vingers dat ook niet zijn. We moeten de piano op zo'n manier aanraken dat hij ons aanraakt, om het eens therapeutisch te zeggen. Noudelmann heeft er nog veel meer zeer zinnige dingen over te zeggen. En hij schuwt daarbij niet intiem te worden – het boek gaat eigenlijk over aanraken ('touch'). Hij schuwt gelukkig zelfs het pikante niet, want dit soort vergelijkingen lees je toch eigenlijk veel te weinig in filosofieboeken: 'More a masturbator of women than a penetrating Hussar, Sartre himself caressed both beings and things, staying at their surface.'

Noudelmann is Frans genoeg om het geheel een freudiaanse draai te geven. Pianospelen was voor Sartre, Nietzsche en Barthes een uiterst intieme aangelegenheid. Het is aandoenlijk en soms bijna pijnlijk erover te lezen: voor deze drie huiskamerhelden was de piano grotendeels een substituut voor hun moeder en was pianospelen een soort op schoot kruipen bij moeder.

Coda

YouTube is misschien wel een vreemdsoortig, hedendaags alternatief of equivalent voor pianospelen, voor 'filosoferen met de hamertjes'. Voor Barthes, Sartre en Nietzsche was pianospelen namelijk óók een rondneuzen in de schatkamer van de kamermuziek. Ongeveer zoals wij, ik althans, rondneuzen op YouTube.

Ik kan bijvoorbeeld erg genieten van de vele amateurpianisten die hun pianospel via YouTube met de wereld willen delen (begin hier eens te kijken). Of van de pianolessen die via YouTube gegeven worden zoals bijvoorbeeld Paul Barton en zijn les over de eerste prelude van Chopin. Er valt van alles te zeggen over dit zeer korte stuk, met name over de linkerhand, die hier de rechter lijkt te begeleiden, in plaats van andersom, zoals gebruikelijk. Maar dat blijft allemaal theorie, terwijl de video van Barton duidelijk maakt dat je, om het stuk goed te begrijpen, om werkelijk te kunnen luisteren, je, hoe vaag ook, een begrip moet hebben van het spelen. Naar pianomuziek luisteren is piano spelen en spelen is luisteren. Dat geldt voor amateurs evengoed als voor professionals, zoals je kunt zien in de masterclasses van Daniel Barenboim op YouTube (kijk hoe hij Lang Lang onderwijst).

Het mag duidelijk zijn, Francois Noudelmanns The Philosopher’s Touch is niet alleen vermakelijk en scherpzinnig, maar biedt ook tal van aanknopingspunten.

Pieter Hoexum is filosoof, publicist (voor o.a. Trouw) en huisman. Hij was boekverkoper bij Athenaeum Boekhandel. Zijn boek Gedenk te sterven. De dood en de filosofen verscheen in 2003, in 2012 verschijnt Reis door mijn rijtjeshuis. Kleine filosofie van het wonen. Hij heeft nu een website, pieterhoexum.wordpress.com.

 

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum